Vrolijk democratisch en anarchistisch tegelijk zijn INTERVIEW Het is feest in huize-Baars. En in huize-De Joode. En in huize-Van Duynhoven. Want Ab Baars mag dan wel de leider zijn van zijn gelijknamige trio, hij hecht eraan duidelijk te maken dat contrabassist Wilbert de Joode en slagwerker Martin van Duynhoven naast hem staan en niet achter hem. Zie ook:
door: Rinus van der Heijden
‘Ik wilde eigenzinnige mensen, dus geen begeleidingsband die zou
doen wat ik zeg’. Foto © Francesca Patella
Twintig jaar bestaat het Ab Baars Trio. Ter gelegenheid daarvan gaan de drie mét gasten Fay Victor en Vincent Chancey, door Europa toeren. Dan presenteren zij nieuwe composities van leider Baars, die zijn geïnspireerd door werk van een aantal dichters. Onder hen William Carlos Williams, Charles Bukowski, Hans Faverey, Anneke Brassinga, Joyce Carol Oates, Emily Dickinson, William Butler Yeats en Seamus Heaney. Het jubileum is ook de aanleiding voor een vijfdelige cd-box: ‘Ab Baars Trio 20 years: 1991-2011’. De albums ‘3900 Carol Court’, ‘A Free Step’, ‘Songs’ en ‘Party at the Bimhuis’ kwamen eerder uit, ‘Gawky Stride’ is nieuw. Wie er een recensie over wil lezen, kan elders terecht op Jazzenzo.
“Het trio heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt”, zegt hij hierover. “Dit heeft ertoe geleid dat zowel Martin als Wilbert zich vrijer uitdrukken. De ruimte die ze nemen vind ik heerlijk. Daar hebben we de laatste twee, drie jaar tijdens sessies en repetities ook steeds aan gewerkt. We speelden dan zonder dat ik materiaal componeerde. Zo zijn ze zich meer gaan bemoeien met de ontwikkeling van de muziek. Het heeft ook te maken met vertrouwen, dat je weet dat iedereen verantwoordelijkheid durft te nemen voor hetgeen hij speelt. Dat kan lukken of mislukken. Van Misha Mengelberg heb ik in de Instant Composers Pool geleerd dat dit democratisch en anarchistisch tegelijk is, maar wel op een vrolijke manier.”
Twintig jaar bij elkaar is in de jazzwereld een tamelijk lange periode. Toch lijkt het voor Ab Baars de normaalste zaak van de wereld. “Ik had vóór 1991 met Wilbert en Martin in andere orkesten gespeeld en daardoor was ik al vertrouwd met hen. Begin jaren negentig wilde ik dolgraag met een trio werken - dé combinatie om te improviseren - omdat een trio een soort kaalheid, puurheid heeft. Ik heb echt nagedacht wat ik wilde. Ik had er ook een beeld bij: zus en zo gaan we improviseren, dat soort stukken schrijven. Ik wilde er eigenzinnige mensen bij, dus geen begeleidingsband die zou doen wat ik zeg. Omdat ik al wist wat Wilbert en Martin deden was ik ervan overtuigd dat met mij erbij dit een ideale combinatie kon zijn.”
Bewust
Met andere bandleden was het anders geworden, dat staat vast voor Ab Baars. Het gaat juist om de samenstelling waar hij toendertijd bewust voor koos. “Ik ben dan wel de enige componist, maar als we tijdens nieuwe stukken gaan improviseren, hebben de andere twee wel degelijk invloed op hoe een compositie wordt. En als we met gasten werken merk je welke invloed dit op het trio heeft. Het gaat anders spelen waardoor je na afloop merkt: we zijn er door verrijkt.”
In de twintig jaar van zijn bestaan heeft het trio – uiteraard – veranderingen ondergaan. “De musici hebben veel meer verantwoordelijkheid gekregen. In het verleden had ik meer grip, zette ik lijnen uit. Ik zei: we spelen dat stuk, jij speelt daar een solo, jij daar. De afgelopen anderhalf jaar hadden we nauwelijks concerten, wel repeteerden we een à twee keer per maand. Dan werd er volop geïmproviseerd, veel gesproken. Daar krijg je een ander soort vertrouwen door.”
In het verleden zei Ab Baars eens, dat belangrijke vertegenwoordigers van de Nederlandse geïmproviseerde muziek zelf componist zijn en klassiek geschoold. Waarom zou dat in improvisatiemuziek belangrijk zijn? Je zou toch eerder verwachten dat dit voor gecomponeerde muziek op gaat. “Toen de vrije improvisatiemuziek opgang maakte, waren er veel bandleiders die compositie hadden gestudeerd. Ik vind dat in het algemeen de Nederlandse muziek een groot gevoel voor vorm heeft. Ik denk dat – zeker als je compositie hebt gestudeerd – je erg bezig bent met vormen. Op het moment dat je improviseert, componeer je ook. Dat geeft lengte aan je ideeën. Veel Nederlandse improvisatoren hebben daar gevoel voor.”![]()
‘Met de tenorsaxofoon kan ik onder alle omstandigheden spelen,
met de shakuhachi is mijn spel nog erg pril. Foto © Francesca Patella.
Een deel van de generatie musici van Cor Fuhler, Tobias Delius en Frank van Bommel volgde contrapuntlessen bij Misha Mengelberg - immers toch de verpersoonlijking van dé vrije improvisatie. “Ikzelf heb dat eind jaren tachtig ook gedaan”, zegt Ab Baars. “Je leerde om volgens strenge regels bij een bepaalde melodie een tegenmelodie te maken. Je ontwikkelde je gevoel voor lengte, je maakte een spanningsboog, zorgde voor diverse stemmen in één stuk. Als je dat twee, drie jaar hebt gedaan, heb je wel iets ontwikkeld. In elk geval een goed gevoel voor proporties.”
Klarinet
Ab Baars manifesteerde zich aanvankelijk vooral als tenorsaxofonist. Op zeker moment koos hij ook voor de klarinet en de shakuhachi, de Japanse bamboefluit. Een opvallende combinatie. Waarom de klarinet? “Dat had een praktische reden. Ik studeerde tenorsaxofoon in Rotterdam, had er verplicht de piano bij en moest toen een derde instrument kiezen. In die periode was de basklarinet heel populair, maar ik heb daar niets mee. Ik luisterde toen heel veel naar Duke Ellington; in zijn orkest zaten altijd waanzinnige klarinettisten. In de improvisatiemuziek echter was de klarinet zo’n dertig jaar geleden een obscuur instrument. Toch ben ik klarinet gaan studeren. Mooie bijkomstigheid was dat de improvisatiemuziek zich ontwikkelde in de richting van kamermuziek en daar past een klarinet prachtig in.”
Ab Baars oefende een jaar of drie op de klarinet toen hij tegen het probleem aanliep dat hij niet meer wist hoe verder. “Op dat moment hoorde ik de Amerikaan John Carter en ik wist meteen: van die man wil ik klarinetles krijgen. Ik voelde in zijn muziek een enorme verwantschap met mezelf. Ik ben toen twee maanden bij hem gaan studeren in Los Angeles. Ik speelde in die tijd ook sopraan- en baritonsaxofoon, die heb ik meteen weg gedaan. Toen ik bij John Carter arriveerde bespeelde ik de klarinet of het een tenorsaxofoon was. Maar een klarinet werkt heel anders. Het is wat techniek betreft een veel gevoeliger instrument. Een saxofoon doet het altijd wel, een klarinet moet je elke keer weer veroveren.”
Omdat Ab Baars geen klarinetles wilde hebben ‘uit het boekje’, was John Carter voor hem de geknipte persoon. “Toen ik na aankomst mijn probleem vertelde – een klarinet die klinkt als een tenorsaxofoon – gaf hij me oefeningen, die hij voorspeelde zonder papier. John Carter (hij overleed in 1991, RvdH) was gespecialiseerd in het allerhoogste register van het instrument. Hij liet me zien hoe hij dat aspect benaderde. Ik studeerde daar in Amerika uren per dag op. Een paar maal per week ging ik naar de studio waar hij les gaf. Trouwens, die oefeningen gebruik ik nog steeds.”
Dat in moderne jazz de klarinet nog altijd weinig voorkomt, heeft volgens Ab Baars waarschijnlijk te maken met de moeilijkheidsgraad van het instrument. “Bovendien heb je weinig voorbeelden. Als je tenor speelt, luister je naar Coleman Hawkins of John Coltrane. Bij de opkomst van de bebop veranderde de muziek nogal. Niet alleen technisch, maar ook in volume. Akkoordenschema’s werden ingewikkelder. Voor een klarinet werd het moeilijker om door die akkoordenschema’s heen te spelen.”
De schoonheid van de klarinet ligt bij Ab Baars in de kleuring die hij ermee aan de muziek kan geven. “Het héle lage register is zó mooi. Op saxofoon ook wel, maar toch anders. Het hoge register is heel doordringend. Op dit weemoedige instrument kun je klassieke dingen spelen, maar ook wilde impro’s. Ook het houtachtige van de klank trekt mij aan. Toen ik pas van John Carter terug kwam dacht ik: ik speel alleen nog maar klarinet. Maar als je de tenorsaxofoon niet bij je hebt tijdens een concert, mis je bepaalde heftigheid en weer andere kleuren. Ik denk nu eenmaal veel in kleuren.”
Shakuhachi
De aanschaf van de shakuhachi is een ander verhaal. Ab Baars was al lang geïnteresseerd in Japanse muziek. In 2006 ging hij een maand in zijn eentje naar Japan. In een dorpje schafte hij de bamboefluit aan. “Ik wist absoluut niet hoe ik hem moest bespelen”, zegt hij nu. “Terug in Nederland ging ik een leraar zoeken en kwam terecht bij Kees Kort in Leiden. Via hem heb ik me in het instrument verdiept. Nadat ik de Japanse notenleer had bestudeerd, ging ik op de shakuhachi een enkele keer improviseren. Japanse muziek is zo anders dan westerse. Zij is veelal gebaseerd op ademhaling. Dat geeft een heel ander gevoel aan muziek. Bovendien zijn er in de Japanse traditionele muziek geen maatstrepen en ritme-indelingen zoals wij die kennen.”![]()
‘Ik heb nooit het idee gehad dat ik omwille van ingewikkeldheid
muziek schreef en improviseerde’. Foto © Marcel Mutsaers.
“Die afwijkende ademhaling geeft een heel andere ritmiek en cadans. Je reageert pas op een nieuwe noot als het hele orkest een frase heeft afgemaakt. Dat is de basis: je haalt samen adem. Traditionele Japanse muziek is ook grafisch genoteerd; in die zin is zij heel improvisatorisch. Ik neem de shakuhachi nu een jaar of drie mee naar concerten. Niet in alle groepen, maar het liefst in een duo met Ig Henneman of in klassieke combinaties. Met een tenorsaxofoon kan ik onder alle omstandigheden spelen, met de fluit is mijn spel nog heel pril.”
Ab Baars maakt geen consumptiemuziek. Hij krijgt wel eens het verwijt dat zijn muziek ‘moeilijk’ is. Wie echter de nieuwe 5-cd-box heeft aangeschaft en bijvoorbeeld het album ‘A Free Step’ beluistert, zal het opvallen dat Ab Baars ook een voorstander is van eenvoud. Zelf zegt hij daarover: “Ik denk in mijn geval dat ik dichtbij het originele materiaal blijf. In improvisaties probeer ik dat steeds meer te ontwikkelen door mezelf niet te buiten te laten gaan in virtuoze omspelingen. Ik wil bij de essentie blijven, dát ontwikkelen en vorm geven.”
Ingewikkeld
Maar ja, of hij ingewikkelde muziek maakt? “Strawinsky dacht ook van zichzelf dat hij de meest begrijpelijke muziek maakte die ooit was geschreven. Ik zal best een periode hebben gehad dat ik interesse had in bepaalde facetten van iets specifieks. Dat ik echt zoekende was om wat ik had geschreven, in improvisaties te vangen en te ontwikkelen. Maar ik heb nooit het idee gehad dat ik omwille van ingewikkeldheid muziek schreef en improviseerde. Ik vind dat ik altijd materiaal heb geschreven dat immer herkenbaar was, de ene keer wat minder dan de andere. Ik heb echter altijd van afwisseling gehouden.”
Of zijn muziek inderdaad ingewikkeld of intellectualistisch is, vindt Ab Baars moeilijk om te beamen “De muziek van mijn trio is wel opener geworden en er is een soort vrijheid opgedoken. Een sterkere vrijheid, zoals Johan Cruijff anders, sterker werd toen hij bijvoorbeeld de Europacup had veroverd. Ik geloof dat ik tegenwoordig beter kan uitdrukken wat ik wil, dat ik daar sterker in ben geworden.”
Het schrijven van muziek hangt bij Ab Baars altijd samen met zaken die zich in zijn leven voordoen. Zijn project ‘Songs’ bijvoorbeeld is geïnspireerd door Amerikaanse indianen. “Met ICP speelden we ooit bewerkingen van Monk en Ellington. Die bewerkte muziek vond ik zo inspirerend dat ik dacht: leuk om ook met het trio te doen. Ik had al heel lang interesse in de indianencultuur van Noord-Amerika. Ik besloot voor een literaire avond – de uitreiking van de Campertprijs aan H.C. ten Berge - een stuk te bewerken van een bepaalde stam, zodat het door het trio kon worden gespeeld. Na afloop vroegen Wilbert en Martin of ik niet meer van dat spul had. We ondervonden dat materiaal dat honderden jaren oud is, zodanig bewerkt kan worden dat we er op een eigentijdse manier op konden improviseren, zonder zweverig te worden. Ik houd ervan om iets te doen met stukken uit het verleden. Met zo’n nieuw jasje worden ze van mij.”![]()
Flyer met data van de Nederlandse toernee van het Ab Baars Trio
& NY Guests die morgen in Leiden van start gaat.
De muziek van de jubileumtournee die morgen start in Leiden en de titel ‘Invisible Blow’ mee kreeg, is voor een deel gebaseerd op werk van dichters. Waarom? “Sfeer en ritme van bepaalde gedichten spreken me aan. Ze kunnen een bepaalde stugheid hebben of beeldend zijn. Aan het Ab Baars Trio worden twee Amerikaanse gasten toegevoegd: zangeres Fay Victor en hoornist Vincent Chancey. Fay heeft samen met dichteres Anneke Brassinga een aantal teksten uitgezocht. Directe aanleiding was een boek van Joyce Carol Oates: ‘On Boxing’. Het zijn essays over boksen: boksen en ballet, boksen en de dood, boksen en het leven. Zulke beelden inspireren me. We zijn daarop teksten gaan zoeken die gaan over het leven van boksers. Invisible blow is een term uit de bokssport. Als je er tegen aan loopt, ben je knock-out. Iedere bokser is daar bang van.”
Bokser
“Een bokser die de ring instapt, moet nadenken hoe hij de wedstrijd indeelt. Een invisible blow is een metafoor voor het leven: tegenslagen zijn ook belangrijk voor een mens, je leert ervan. Maar ze laten ook pijn na in het hart. Een mens moet dus leren met tegenslagen om te gaan, ook al blijft altijd de herinnering aan de pijn.”
Tot slot: de toekomst van hemzelf en de kunsten. “De situatie van nu is vreselijk. Ik heb het dan niet alleen over muziek, maar over alle facetten van de samenleving, zoals bijvoorbeeld onderwijs, zorg, musea, bibliotheken. Kinderen komen nauwelijks meer in contact met gekke muziek of gekke toneelstukken. Een groot gemis, want deze kunnen zoveel vrijheid geven. Zo kunnen kinderen toch nooit meer goed nadenken of fantaseren. Veel kunstenaars werken een leven lang samen om samen iets te creëren. Je moet dat in groter verband zien: ook samenwerken met andere culturen of met wie dan ook, arm of rijk. Samen maken geeft mensen moed en vrijheid. Je kunt dan vrijuit ademen.”
“Nu wordt dit door de huidige regering totaal vernietigd. Er wordt angst gecreëerd, woede opgewekt. Muziek maken kun je over de hele wereld, daarmee kun je dingen delen. Als dit soort mogelijkheden om je leven te verrijken wordt vernietigd, is dat ronduit verschrikkelijk.”
Ab Baars Trio & NY Guests: 10 nov: Hot House Leiden, 11 nov: Kerkje van Oostum, Oostum, 12 nov: Plus Etage Baarle Nassau, 13 nov: Serah Artison Zaandam, 14 nov: Vestzaktheater Enschede, 25 nov: De Regentenkamer Den Haag, 26 nov: Bimhuis Amsterdam.
© Jazzenzo 2010