Dr Lonnie Smith behaagt, verzadigt, betovert CONCERTRECENSIE. Dr Lonnie Smith feat Jonathan Kreisberg, Lantaren Venster Rotterdam, 27 juni 2010 Inmiddels is hij meer een cosmetisch chirurg geworden die al dan niet bekende nummers volledig verandert. Op zijn laatste, allen op Palmetto Records verschenen cd’s neemt hij zo songs als ‘Willow weep for me’, ‘Come together’, ‘Sweet dreams’ en ‘I didn’t know what time it was’ onder handen.
beeld: Robert Tjalondo
door: Mischa Andriessen
Om zich te onderscheiden van zijn eveneens orgel spelende naamgenoot die zich later Lonnie ‘Liston’ Smith zou noemen, liet de andere Lonnie Smith dr voor zijn naam zetten. Die dokterstitel had hij naar eigen zeggen verdiend door de vele keren dat hij vastgelopen componisten te hulp schoot en eerste hulp verleende. Dr Lonnie Smith de liedjesdokter.
![]()
Het Dr Lonnie Smith Trio met slagwerker Jamire Williams en gitarist Jonothan Kreisberg in Lantaren Venster.
Dat hij daar met het klimmen der jaren steeds vrijer en beter in wordt, bewijst de nieuwste cd ‘Spiral’. Bijgestaan door de aanstormende talenten Jonathan Kreisberg op gitaar en Jamire Williams op drums heeft Smith een plaat afgeleverd waarop hij met achteloos lijkend vertoon van virtuositeit zeldzaam relaxte muziek brengt die net te weerbarstig en eigenzinnig is om te worden afgedaan als achtergrondmuziek.
Op ‘Spiral’ staan trouwens ook een aantal steviger stukken, die live nog eens extra pittig werden aangezet. Het knappe van dit trio is dat het geluid toch helder blijft. Ook als het tempo toeneemt, worden er geen nootjes gesmokkeld of weggemoffeld. Bij het laatste concert dat op de oude locatie van het na de zomer verhuizende Lantaren-Venster plaatsvond, domineerde Kreisberg het geluidsbeeld, zonder dat daar het evenwicht mee werd verstoord.
![]()
Dr Lonnie Smith Trio in het Rotterdamse Lantaren Venster.
Het trio zette veelbelovend in met een aantal van de sterkste stukken van de laatste plaat, waaronder het manische ‘Beehive’ en het loom, melancholische ‘Frame for the blues’. Daarna leek de groep even het kruit te hebben verschoten. Dat herinnerde aan een optreden dat Smith jaren terug met Lou Donaldson in het oude Bimhuis gaf. In de eerste twee nummers trok de organist toentertijd alle registers open en viel daarna in steeds gezapiger herhalingen. Zo flauw werd het dit keer niet, maar de dokter is wel tamelijk behaagziek en kiest toch te vaak voor vlakke niets-aan-de-hand-muziek. Dat is een tijd lang aangenaam, maar op zeker moment raak je toch verzadigd.
Net als je ongemerkt wegdommelde, schraapte Smith met zijn vingers fel over de toetsen en lanceerde Kreisberg en Williams vanuit het niets tot een furieuze climax, waarin Williams zo hard sloeg dat een stok versplinterde en er in de brave Kreisberg tot een demoontje verstopt bleek te zitten dat hem met veel feedback gespeelde wringende noten influisterde. Zo veranderde een somtijds gezapig trio op slag in een heftig ontregelende en betoverende band, om daarna weer terug te keren tot het thema alsof er niets was gebeurd, en zo bleek dat de dokter het medicijn tegen verveling ook gevonden heeft.
© Jazzenzo 2010