Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

“Ik krijg steeds meer haast om alles te doen wat ik nog graag wil doen”

INTERVIEW
door: Marloes Jager









Bandleider Henk Meutgeert over 'zijn' Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Foto © Eddy Westveer.


Nadat Henk Meutgeert in de jaren tachtig pianist was geweest bij de Skymasters richtte hij in 1996 samen met bassist Frans van Geest en drummer Hans Dekker de New Concert Big Band op. Inmiddels  bestaat de band, die sinds 1999 de naam Jazz Orchestra of the Concertgebouw (JOC) draagt, vijftien jaar en is het uitgegroeid tot een orkest van internationale allure dat samenwerkte met wereldberoemde musici als Chick Corea, Richard Galliano, Wayne Shorter en Branford Marsalis. Maar Meutgeert wil meer en is nog lang niet uit gemusiceerd: “Hoewel ik bijna de pensioengerechtigde leeftijd heb bereikt, wil, doe en kan ik niet anders!”

Subsidie
Dat het spannende tijden zijn weet iedereen, maar desondanks heeft het JOC onlangs voor de komende twee seizoenen projectsubsidie toegezegd gekregen van het Fonds voor de Podiumkunsten en dat biedt perspectief.

Dat dit echter niet zonder slag of stoot tot stand is gekomen wil Meutgeert (1947) nog even toelichten: “Onze eerste aanvraag werd afgewezen op technische gronden en had niets te maken met de artistieke kant of het huidige subsidiebeleid. Er was een miscommunicatie ontstaan tussen de subsidieverstrekker en ons. Maar na het indienen van een bezwaarschrift is alsnog het volledige bedrag toegezegd.” 

Het intrekken van de subsidie zou niet alleen het einde hebben betekend van de maandelijkse concerten in het Bimhuis, maar ook tot afname van interesse uit het bedrijfsleven, wat een heikel punt was aangezien de grootste sponsor zich na jarenlange steun onlangs terug heeft getrokken. “Het JOC is geen doorsnee orkest omdat de leden niet in loondienst zijn, zoals vaak wel het geval is bij grote orkesten. Wij verdienen 75 procent van onze inkomsten zelf en dat is veel meer dan de minimale norm van 17,5 procent. Maar zonder sponsoring is dat onmogelijk.”, legt Meutgeert uit.

Paradiso
Het JOC heeft inmiddels de aandacht gevestigd op het buitenland en er liggen reeds aanvragen klaar om concerten te verzorgen in Zuid-Amerika en China net als in 2010. Ook de onderhandelingen in eigen land hebben het orkest de afgelopen jaren geen windeieren gelegd. Lucratieve afspraken met Paradiso, het Concertgebouw en het Bimhuis zorgden voor een groot aantal concerten en de mogelijkheid tot experimenteren om zo de doelgroep te vergroten. “Tijdens ons concert met Kyteman in Paradiso was er een publiek in de leeftijd van 9 tot 90!”, vertelt Meutgeert enthousiast. Maar dat is nog niet alles want naast een plek in de programmering van de komende editie van het North Sea Jazz Festival brengt de band net als voorgaande jaren binnenkort een cd uit waarop een van de orkestleden centraal staat. In het verleden waren dat Peter Beets en Jesse van Ruller, dit jaar staat trompettist Jan van Duikeren centraal.











“Je kunt niet eindeloos blijven overleggen. Soms moet je kiezen.”
Foto © Eddy Westveer.



Koppige kopstukken

Op de vraag hoe het is om een band te leiden die grotendeels bestaat uit eigenzinnige individuen antwoordt Henk Meutgeert: “Het is maar goed dat ik er zelf ook een van ben anders zou ik het niet overleven! Ik heb heel veel verstouwd in al die jaren maar het is ook fijn om tegengas te krijgen. Daar leer ik heel veel van.”

Ook over de programmakeuze steken de orkestleden hun mening niet onder stoelen of banken maar door de samenwerkingsverbanden met bovengenoemde podia moeten er af en toe concessies gedaan worden.

Samen met zakelijk leider Juan Martinez probeert Meutgeert de gulden middenweg te bewandelen en verantwoorde artistieke keuzes te maken. Omdat het voortbestaan van de band nou eenmaal niet gegarandeerd kan worden door de kleine groep jazzliefhebbers, wordt er wel eens gekozen voor een gastsolist die niet in de smaak valt bij het volledige orkest. Hierop zegt Henk: “Je kunt niet eindeloos blijven overleggen. Soms moet je kiezen.”  Over waar die commerciële grens voor Henk ligt zegt hij:  “Met de Toppers bijvoorbeeld zal ik niet snel samenwerken, de muziek moet namelijk wel bij mijn smaak passen. Vroeger als pianist deed ik ook wel eens commerciële projecten totdat Thad Jones een keer tegen mij zei: “Bad music suffers!” Het is geen correct Engels maar ik begreep donders goed wat hij bedoelde. Ik wil mijn leven niet eindigen als hoer. Muziek moet om muziek gaan en niet om iets anders, de inhoud dáár gaat het om. Dat hoeft niet perse jazz te zijn als het maar uit het hart komt.”

Toekomstmuziek
Nu de subsidie binnen is kunnen de onderhandelingen met nieuwe sponsoren beginnen en wil Meutgeert een tipje van de sluier oplichten over de toekomstplannen van het JOC: “We gaan een Spaans getinte opera maken met gehandicapten en professionele acteurs. Ook zal er een samenwerking plaatsvinden met een symfonieorkest en gaan we een album opnemen met bandleden Simon Rigter, Sjoerd Dijkhuizen en Martijn van Iterson.”

Op het persoonlijke verlanglijstje van Henk staan onder andere een samenwerking met zangeres Dianne Reeves en trompettist Wynton Marsalis maar een concert geven op het Montreux Jazz Festival ziet hij ook wel zitten. “Aan buitenlandse artiesten hangt een flink prijskaartje en voor dat geld doe ik liever een mooi Flamencoproject met zangers en dansers”, voegt Meutgeert daaraan toe.

Hoewel Meutgeert inmiddels de respectabele leeftijd van 64 heeft bereikt denkt hij er niet aan om te stoppen: “Ik ga door met muziek totdat ik erbij neerval. Hoe ouder ik word, des te meer ik besef dat ik haast krijg om alles nog te doen wat ik graag wil doen. En als de tijd rijp is voor een vervanger zal ik daar goed over nadenken want het voortbestaan van de band mag niet afhankelijk zijn van mij. Als ik er niet meer ben moet het orkest verder gaan.”

Het Jazz Orchestra of the Concertgebouw speelt: 9 juli North Sea Jazz Festival, 22 juli Openluchttheater Soest, 23 juli Concertgebouw.


© Jazzenzo 2010