Jazz op het Dak zoekt beste vorm CONCERTRECENSIE. Jazz op het Dak, i.s.m. VPRO, Nemo, Amsterdam, met The Bad Plus en The Punk-Funk All-Stars, 8 juli 2006 Bij The Bad Plus werd pijnlijk duidelijk hoezeer programma en publiek elkaar kunnen bijten. De jongen in roze polo die het Financiële Dagblad lag te lezen, mag dan vinden dat het lekkere achtergrondmuziek is, zo is zij bepaald niet bedoeld. Het uit bassist Reid Anderson, drummer David King en pianist Ethan Iverson bestaande trio toonde zich aanmerkelijk subtieler dan ik op grond van hun laatste cd had verwacht. Door het verwaaiende geluid en de voortdurend op volle sterkte gevoerde gesprekken op het festivalterrein ging echter vrijwel elke nuance verloren.
beeld: Ger Koelemij
door: Mischa Andriessen
De organisatoren van Jazz op het Dak hebben zichzelf voor een onhandig dilemma gesteld. Enerzijds lenen de terrassen van het Nemo zich als locatie perfect voor het soort festival waar een rosétje drinken en vrienden zien nagenoeg even belangrijk zijn als de muziek. Anderzijds wordt er steeds weer geprobeerd een programma samen te stellen waarin de interessantste uitersten in de hedendaagse jazz aan bod komen. De geboekte bands waren ook dit jaar zeer divers en alles behalve easy listening. Gemakzucht mag je de festivalorganisatie dan ook bepaald niet aanwrijven.
De groep heeft naam gemaakt met hun eclectische benadering van pop- en jazzklassiekers die geraffineerd worden gesloopt om dan weer in elkaar te worden gezet. Tijdens het concert op heet Nemo onderging “Live and let die” van The Wings die deconstructivistische behandeling. Die baldadige virtuositeit gaat helaas tamelijk snel vervelen, maar het trio bleek ook verrassend goed met meer ingetogen materiaal overweg te kunnen. In een zaal met publiek dat puur voor de muziek komt, zouden vooral die stukken goed tot hun recht zijn gekomen. Nu bleek het bijna onmogelijk je te concentreren met al dat gepraat over huizen en relaties om je heen. Dat de band maar matig indruk maakte, was daarom niet de schuld van The Bad Plus. Er ging te veel van hun intenties verloren om een genuanceerd oordeel over het concert te vellen. Heel jammer.
The Punk-Funk All-Stars hebben letterlijk genoeg power om het probleem van een rumoerig publiek te omzeilen. De door bassist Melvin Gibbs in het leven geroepen formatie van free-funk legendes Ronald Shannon Jackson, Vernon Reid, Joseph Bowie en James ‘Blood’ Ulmer gaf op het dak van het Nemo zijn allereerste optreden. Alle bandleden hebben genoeg materiaal uit hun roemrucht verleden tot hun beschikking staan om een spetterend concert te mogen verwachten. Maar zelfs de allergrootste sterren hebben routine nodig om te kunnen schitteren. The Punk-Funk All-stars speelden nu nog net te vaak te rommelig. Geluid en spel moeten nog het evenwicht vinden. Met name de ontregelende blues licks van Ulmer en het drukke spel van ex-Living Colour notenvreter Vernon Reid moeten nog wat beter op elkaar worden afgesteld. All-stars hebben bovendien hun ego niet altijd even goed onder controle en hoewel de punkfunkers zich wat dat betreft redelijk beheersten, waren er toch wat te veel en te lange solo’s die afbreuk deden aan de grootste kracht van de groep; die heerlijk vuige groove. Hoewel misschien niet zo vaak als gehoopt, waren er genoeg momenten waarop de vijf met al hun individuele klasse een hechte band vormden. De vette funk van Defunkts “Make them dance” en James ‘Blood’ Ulmers klassieker “jazz is the teacher, funk is the preacher” waren daar overtuigende voorbeelden van. Het optreden was nu nog te wisselvallig om echt spectaculair te zijn, maar als de groep bij elkaar blijft, moet zij binnen afzienbare tijd in staat zijn om elke zaal op zijn kop te zetten.
© Jazzenzo 2010