Presencer en Verhoeff: het belang van een bluesy sound CONCERTRECENSIE. Europa Festival U.K. Rotterdam, Lantaren Venster, Gerard Presencer en Ed Verhoeff Trio, 14 september 2006 Ed Verhoeff, Gerard Precenser, Hans van Oosterhout, Hein van de Geyn
beeld: Jelle van der Hijden
door: Mischa Andriessen
Sound en verhaal. In mijn ogen zijn het de twee belangrijkste waarden die uiteindelijk de onderscheidende kwaliteit van zowel een muzikant als een groep musici samen bepalen. Het openingsconcert van het jazzprogramma van het Europa Festival Uk ’06 dat de hele maand september in Rotterdam plaats heeft, bleek een perfecte illustratie voor deze theorie.
Voor de gelegenheid werd het trio van gitarist Ed Verhoeff uitgebreid met de jonge Engelse trompettist en flugelhornspeler Gerard Presencer, de man die de trompetpartij speelt op de crossovercoverhit “Cantaloop” van US3. Presencers kwaliteit staat buiten kijf. Hij wisselt spectaculaire passages moeiteloos af met subtielere stukken. Daar staat tegenover dat hij iemand is die graag en veel met effecten speelt en hoe paradoxaal dat ook mag klinken; de meeste blazers worden door effectapparatuur juist in hun mogelijkheden beperkt. Voor Presencer werkt dat niet anders. Anno 2006 is het gebruik van delay en pitch shifter niet echt verrassend meer en wat erger is; het vervormde geluid leidt de aandacht af van het spel.
In mindere mate gold hetzelfde voor Verhoeff. Hij is evenals Presencer een technisch zeer begaafde speler die veel soul en variatie in zijn spel legt. De paar nummers die hij op de semi-akoestische Gibson in plaats van de Telecaster speelde, lieten echter duidelijk horen hoeveel zijn inbreng wint bij een diepere, bluesier sound. Net zoals Presencer onvervormd het meeste indruk maakte, zo kwam Verhoeff juist met een ouderwetser geluid het beste uit de verf.
Dat neemt niet weg dat dit gelegenheidskwartet een prestatie leverde die ver boven een doorsnee jam uitsteeg. Dat de vier elkaar zo goed begrepen, zegt veel over de empathische kwaliteit van alle vier de muzikanten. Hoewel Presencer en Verhoeff voor het songmateriaal tekenden, waren het niet de twee voormannen, maar de twee heren van de ritmesectie die het optreden naar een bijzonder hoog niveau tilden. Hans van Oosterhout, de vaste drummer van Verhoeffs trio is enthousiast zonder zich daarin te vergalopperen. De groove die hij neerlegt is bovendien niet te nadrukkelijk zodat de andere muzikanten alle ruimte krijgen. Hein van de Geyn speelde in de plaats van Jeroen Vierdag die normaal gesproken de bassist van Verhoeffs trio is. Van de Geyn groeide met zijn diepe, amberkleurige geluid uit tot de man van de avond. In zijn spel is elke noot een noodzakelijk onderdeel van een verhaal dat niet onbekend voorkomt, maar dat toch verrast.
Trompettist Roy Eldridge zei ooit over Coleman Hawkins dat de saxofonist geen solo speelde die je niet kon zingen. De pure, zangerige stijl van Van de Geyn was het fundament van de relaxte muziek die het viertal speelde en onbedoeld legde hij daarmee tegelijkertijd de nog wat zwakke plek van de twee jonge toptalenten bloot.
© Jazzenzo 2010