Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Jeroen van Vliet gaat in de diepte op zoek naar energie en klank

INTERVIEW
door: Rinus van der Heijden





 

 

Jeroen van Vliet over zijn Carte Blanche in het Bimhuis.
Foto © Dolph Cantrijn



Jezelf herhalen in jazzmuziek is helemaal niet erg. Integendeel. Daardoor krijgt de muziek verdieping. Zegt pianist Jeroen van Vliet. Vanavond vult de Tilburger een carte-blanche in in het Bimhuis in Amsterdam

Eenvoud van compositie. Dat is praktisch altijd het uitgangspunt voor pianist en componist Jeroen van Vliet om vrij en expressief te improviseren. “Bij complexe muziek duurt het namelijk veel langer om dat niveau van expressie te bereiken”, zegt hij daar zelf over. Dus schreef hij veel, heel veel voor de carte-blanche van vanavond in het Bimhuis in Amsterdam. “Ik ben altijd geneigd om veel op te schrijven. Ik wil allereerst dat musici een partituur krijgen waar ze iets mee kunnen, veel improviseren bijvoorbeeld.”

De carte-blanche van Jeroen van Vliet kent twee delen. Zijn concert begint met een ad-hoc kwartetbezetting. Die bestaat buiten hemzelf – behalve op piano ook op Würlitzer - uit Michael Moore op klarinet en altsaxofoon, violist Oene van Geel en slagwerker Alan Purves. Na de pauze treedt Jeroen van Vliet op met zijn vaste trio; met Dré Pallemaerts op slagwerk en Frans van der Hoeven op contrabas. Het trio krijgt versterking van het Zapp Stringquartet en Michael Moore. “Mét zijn saxofoon en klarinet klinkt er dan een compleet orkest”, lacht Jeroen van Vliet.

De Tilburgse jazzmusicus liep een jaar geleden Huub van Riel van het Bimhuis tegen het lijf. “’We zien je te weinig’, zei Huub toen. Daarop kreeg ik de carte-blanche. Ik speel overigens wel regelmatig in het Bimhuis, maar dan wel onder de vlag van anderen”, zegt Jeroen van Vliet. Hij wachtte tot dit najaar om het concert in Amsterdam te plannen. “Het Zapp heeft het heel druk. Maar ik wilde ook tijd om in alle rust te schrijven voor de bezetting waarvoor ik koos.”

Dat componeren gaat doorwrocht. “Ik wil het karakter van muziek duiden. Niet iets groter of anders maken”, zegt hij daarover. “En ik wil de diepte induiken, aan energie en klank werken. Om zo het muzikale beeld vorm te geven. Muziek moet waarachtig en authentiek zijn. Dus schraap ik er meer af, dan dat ik erin stop.”

Geen afspraken
In de praktijk betekent dat, dat het kwartet dat de avond opent, zonder afspraken vooraf, gaat improviseren. „Dat wordt heel intens. Je kunt je niet verschuilen. Alles hangt van het moment af. Extra spannend wordt het, omdat de VPRO-radio komt opnemen en de carte-blanche op 16 december (747AM) van 21.00-24.00 in zijn geheel gaat uitzenden.”

Jeroen van Vliet heeft zijn carte-blanche afgeleid van een project dat hij twee jaar geleden deed met zijn trio plus koperblazers. “Dat ging onder de naam ‘Sound Rituals’, dat ik inspireerde op de plaat ‘Speak Like A Child’ van Herbie Hancock. Donkere koperblazers als altfluit, bugel, trombone en bastrombone gaven toen als niet-improviserende musici een context aan mijn trio om te improviseren. Voor de carte-blanche van het Bimhuis wilde ik nog meer interactie. Ik had al langer de gedachte om met het Zapp Stringquartet iets te doen. De strijkers brengen een heel andere kleur dan het koper van toen. Bovendien zal ‘het Zapp’ autonomer zijn en zelf ook improviseren."

„Componeren is voor mij luisteren naar wat er in me opkomt”, zegt hij. “Als je slim organiseert, kun je heel intrigerende dingen schrijven en volop plaats vinden voor vrije improvisatie. Bijvoorbeeld door oneven maatsoorten te gebruiken, ostinato-achtige structuren en wat al niet meer. Daardoor wordt mijn muziek bijna altijd een karakterschets. Dat gebeurt ook in pop- en filmmuziek. Er is grote affiniteit met een ‘klassieke’ klankkleur en ook met medidatieve elementen in de muziek. En uiteraard met energieke ritmes.”

Die ‘klassieke klankkleur’ wordt vaak gehanteerd als het gaat om de stijl te omschrijven waarvan Jeroen van Vliet zich bedient. Die krijgt nogal eens het predikaat ‘impressionistisch’. “Ik ben geschoold en gevormd door een klassieke achtergrond. Of ik daardoor een impressionist ben? Het karakter van muziek duiden, dat is impressionisme. Bovendien wil ik niet zozeer een virtuoos zijn, maar vooral smaakvol spelen. Ik doe het meest met het vormgeven van het muzikale beeld. Ik merk daarbij dat ik steeds dichter een soort ‘blue print’ benader. Ik was afgelopen zomer in Zuid-Afrika. Daar viel me op dat schoonheid van klank zo zeldzaam is in jazzmuziek. Jazz gaat vaak meer om het verhaal en de constructie.”

Klank
Klank, dit fenomeen dringt zich steeds verder op bij musicus Van Vliet. “Niet dat ik van het een naar het ander schuif. Maar in jazz moet je blijven observeren. Kijk eens naar John Coltrane. Hij herhaalde zichzelf zó vaak. Maar daardoor is zijn muziek zo verdiepend.”

Van een pure jazzpianist – hij speelde achttien jaar in het Paul van Kemenade Quintet – is Jeroen van Vliet geëvolueerd naar een alleskunner. Hij ging bijvoorbeeld een samenwerking aan met violist Oene van Geel. “Ik ben al jaren bezig om materiaal te schrijven voor ons beiden. In februari gaan we een cd opnemen en beginnen we met optredens. Dan is er ook nog het nog vastomlijnde plan met als werktitel ‘Estafest’. Daarin spelen duo’s hoofdrollen. Er komt er een met Oene en (gitarist) Anton Goudsmit, met (tenorsaxofonist) Mete Erker en mij en Oene en mij. Van die duo’s willen we ad-hocformaties maken: duo’s, trio’s, kwartetten. Die willen we telkens in één optreden samenbrengen.”

De veelzijdigheid van Jeroen van Vliet toont zich ook in zijn deelname aan Gatecrash van trompettist Eric Vloeimans: elektronica in jazz en improvisatie. Jeroen van Vliet speelt in deze groep niet alleen op een vleugel, maar ook op de (elektrische) fender rhodes. “Zo’n fender is één grote effectenbak. Hij geeft een heel sexy geluid. Je kunt als bespeler het geluid zelf vervormen. Met lange sustains lijkt het of je gitaar speelt. Je kunt trekken en duwen en elke toon zijn eigen dikte geven.” En dan lachend: “Ik moet oppassen dat ik niet te vaak mijn fender meeneem. Veel bandleiders rekenen daar nu al op."

Drukke tijden
Het zijn drukke tijden voor Jeroen van Vliet. Naast Gatecrash maakt hij ook nog deel uit van het Dick de Graaff Kwartet en Voer. Er is een project in aantocht met het Tutu Puoane Quartet. Met zijn eigen trio gaat Jeroen van Vliet bij Challenge een cd opnemen met toevoeging van elektronica. Daarnaast speelt hij in een Belgisch kwartet met de Poolse zangeres Barbara Wiernik en het Pascal Vermeer Quintet. Bij Timeless komt een duoplaat uit met zangeres Ineke van Doorn, waarvoor het materiaal al een paar jaar op de plank ligt. En zojuist heeft hij de opnamen afgerond voor een live cd/dvd met het kwartet van Eric Vloeimans.

Tot slot wil Jeroen van Vliet nog iets kwijt. Volgend jaar oktober brengt het Rotterdams Philharmonisch Orkest nieuw werk van componist Paul van Brugge. Die laatste is tevens artistiek leider van Jazz International Rotterdam. Wat de Tilburger daar mee te maken heeft? Hij is samen met Eric Vloeimans gastsolist. En daar is-ie maar wat trots op.


© Jazzenzo 2010