Jazz maakte in dertig jaar stormachtige ontwikkeling door ACHTERGROND Rhythm&blues saxofoniste Rosa King was de eerste die op 26 augustus 1977 in Café Wilhelmina een reeks van tot nu toe ruim negenhonderd concerten feestelijk opende. Meteen daarna diende het experiment zich aan toen tenorsaxofonist David Murray en fluitist James Newton binnenstapten. Twee Amerikanen die korte tijd werden ingedeeld bij een nieuwe richting in de jazz, die zich ‘loft-jazz’ noemde. Met loft werd zolder bedoeld en dat was met name in New York de plek waar vooruitstrevende musici aan nieuwe muziek werkten.
door: Rinus van der Heijden
Stichting Jazzpower in Eindhoven bestond onlangs dertig jaar. Een hele periode in een mensenleven en zeker in dat van de jazz. De stichting vierde dit afgelopen najaar met onder meer het uitbrengen van de dubbel-cd ‘Jazzpower the 3rd decade’. Op één stuk na betreffen het opnames die in eigen beheer zijn gemaakt tijdens concerten in het clubhonk Café Wilhelmina. In het begeleidende boekje wordt een poging gedaan een overzicht te geven van de ontwikkeling van dertig jaar jazz en improvisatiemuziek. In Eindhoven en daarbuiten. Zelfs in de verkorte weergave hieronder is op te merken, dat die ontwikkeling er een is van ongekende omvang.
Podia in Nederland waren er tuk op de exponenten van loft-jazz te programmeren. In het Amsterdamse BIM-huis, De Grootste Luxe na de Kleurentelevisie in Tilburg en in Café Wilhelmina in Eindhoven traden ze aan. Als erfgenamen van de stormachtige actuele geïmproviseerde muziek uit de jaren zestig, waarbij geïmproviseerde muziek vaak wringend samenging met eigentijds gecomponeerde muziek. Tegelijk kwam er - gesteund door de maatschappelijke veranderingen in de jaren zeventig en tachtig - een nieuwe tendens bij de Nederlandse conservatoria op gang. Pas opgerichte studierichtingen ‘geïmproviseerde muziek’ leverden hun eerste afgestudeerden af en daarmee kreeg jazz nieuwe impulsen. In de vorm van brave harmonische muziek, waarbij de afgestudeerden hadden verzuimd er een eigen blik op te werpen.
Met David Murray deed het experiment zijn intrede. Ook Niko Langenhuijsen, één van de grondleggers van de 'Tilburgse School', diende dit experiment. Michael Moore gaf nieuwe impulsen aan het Nederlandse jazzmilieu.
Experiment
Al overheerste in de jaren tachtig en negentig de ‘new bop’ (de ‘eigen’ visie van de conservatoriastudenten op bebop en hardbop), musici uit de experimentele hoek bleven zich ook aandienen. In Tilburg was toen al lang sprake van een ‘Tilburgse School’ met vertegenwoordigers als oprichters Niko Langenhuijsen en Willem Kühne, Paul van Kemenade, Henk Koekkoek, Jacques en Bert Palinckx, Eric van der Westen, Jeroen van Vliet en later met mensen als Harmen Fraanje en Joris Posthumus. Elders in het land doken Maarten van Norden op, Paul Stocker, Joost Buis, Cor Fuhler en Wolter Wierbos, om willekeurig wat namen te noemen.
In die alsmaar voortgaande ontwikkelingen kregen ook vrouwen een plaats. Natuurlijk was er al sterzangeres Rita Reys met in haar kielzog Ann Burton en sinds de jaren tachtig ook Soesja Citroen. Maar binnen de door mannen geregeerde wereld van de improvisatiemuziek meldden zich nu ook instrumentalisten als Maartje ten Hoorn (viool), Vera Vingerhoeds (altsaxofoon), Corrie van Binsbergen (gitaar), Mariëtte Rouppe van der Voort (altsaxofoon en fluit), Ig Henneman (viool) en Maud Sauer (hobo). Stemkunstenares Greetje Bijma beheerste de noordelijke jazzscene van dit land, die verder werd gevormd door onder andere Frans Vermeerssen, Charles Huffstadt, Gerard Ammerlaan, Piet Hoeksma en Gerrie en Harry Arling.
Musici van buiten de grenzen, onder wie Alan Laurillard – ook actief in de noordelijke scene - Michael Moore, Michael Vatcher en Sean Bergin gaven nieuwe impulsen aan het Nederlandse jazzmilieu. En zeker niet te vergeten Surinaamse musici. Het is vooral aan de inspanningen van tenorsaxofonist Hans Dulfer te danken, dat een geïsoleerde gemeenschap jazzliefhebbers uit Suriname, in zijn Perikels kon doorbreken. Paramaribop kwam eruit voort, met groepen als het Surinam Music Ensemble en Fra Fra Sound.
Afrika
Maar ook Afrika, bakermat van de jazz, werd aangedaan. Met name door altsaxofonist Paul van Kemenade en contrabassist Eric van der Westen, beiden uit Tilburg. Diverse reizen naar dit continent leverden intrigerende concerten en cd’s op, met musici als Louis Mhlanga, Les Frères Guissé, Feya Faku, Sydney Mnisi en Bheki Khoza. Jazz ging terug naar de wortels, de wortels zorgden opnieuw, net als een eeuw eerder, voor nieuwe klanken.
Eric van der Westen verdiepte zich in Afrikaanse muziek. Binnen de door mannen geregeerde wereld van de improvisatiemuziek meldde zich onder andere Corrie van Binsbergen. J. Bernlef waarschuwde voor 'een alles verstikkende muzikale tolerantie'.
Is dat de opstap geweest naar een algeheel open bloeien van wat we cross-overmuziek noemen? Wellicht, want na de Afrikaanse invloeden, tuimelde de hele wereld de jazzmuziek binnen. Om bij Nederland te blijven: Nueva Manteca en de Cu-Bop City Big Band gingen in Cuba en Latijns-Amerika grasduinen; fluitist Chris Hinze die in de jaren zestig al een brug sloeg naar klassieke muziek, begaf zich in de jaren negentig op het pad van onder meer Turkse, Jamaicaanse en Tibetaanse muziek; Niko Langenhuijsen zocht zijn heil bij de Spaanse dichter Garcia Lorca; Klezmokum deed Jiddische muziek alle eer aan; Willem Breuker liet op een verbazingwekkende wijze horen hoe de Turkse zangeres Sezen Aksu paste binnen zijn opstandige Kollektief.
En tenorsaxofonist Yuri Honing introduceerde op het North Sea Jazz Festival 2008 de Libanese zangeres Rima Kcheich. Dan is er nog de Utrechtse contrabassist Tjitze Vogel, die met de in Nederland neergestreken Duitse fluitist Mark Alban Lotz de vreemdste en onbekendste folkloristische klanken uit soms onbekende landen in de Nederlandse jazzscene inbracht.
Tolerantie
Er dreigt ook gevaar bij de gedachte dat alles kan. De schrijver J. Bernlef, ook verwoed jazzliefhebber, waarschuwde al eens voor ‘een enorme delta van cross-overmuziek, waarin een kritisch oordeel heeft plaatsgemaakt voor een alles verstikkende muzikale tolerantie’. Dat is misschien wat zwart gedacht, maar het lijkt er inderdaad vaak op dat alles moet kunnen. Jazz is immers vrij, je kunt dus doen wat je wilt en bovendien denken sommigen dat je móet open staan voor alles wat een ander inbrengt. Als je zo’n standpunt inneemt, loert het gevaar dat artistieke keuzes, gebaseerd op vrijheid, plaats moeten maken voor Bernlefs tolerantie. Goede jazz heeft daar echter nooit last van gehad.
© Jazzenzo 2010