David Murray toont diverse kanten van kleurrijk karakter CONCERTRECENSIE. Figi Zeist i.s.m. SJU Jazzpodium en Jazzism, David Murray Quartet, 26 november 2006
beeld: Govert Driessen
door: Mischa Andriessen
Onlangs verzuchtte een journalist: “Wanneer maakt David Murray eindelijk weer eens een goede cd?”. Mogelijk is die smeekbede verhoord. De twee stukken die het David Murray Quartet speelde van de pas opgenomen soundtrack bij de documentaire “Banished” beloven namelijk veel goeds. Spannende, zelfs grimmige muziek waarin zowel de woeste kracht van Murray zelf als het heerlijk eigenzinnige talent van pianist Lafayette Gilchrist optimaal tot hun recht kwamen.
Lafayette Gilchrist, David Murray, Jaribu Shahid
Beide werken werden aan het begin van het concert gespeeld, samen met het aandoenlijke, aan Murrays overleden vader opgedragen “Waltz again” en een van zijn bekendste nummers, het eerbetoon aan Albert Ayler: “Flowers for Albert”. De opgewekte toon en zonnige Latin-ritmes krijgen in die stukken een extra dimensie, omdat in de klankkleur en melodie iets melancholieks doorklinkt. In de nummers die het kwartet in de tweede helft van het optreden speelde, ontbrak die dubbele laag en daar begon Murrays muziek wat te behaaglijk te worden.
David Murray is een kleurrijk karakter, waarin veel verschillende temperamenten schuilgaan. Zijn inzet en energie zijn onovertroffen en letterlijk adembenemend. Hij opereert al jaren binnen verschillende genres, maar het lijkt erop dat hij het exploreren ervan goeddeels achter zich heeft gelaten. Meer dan als een avonturier presenteerde hij zich in “lovely village” Zeist als een innemend entertainer. Niet voor niets zaten de donkergekleurde nummers aan het begin van de set, want Murray staat graag garant voor een plezierige avond waarbij het publiek tevreden huiswaarts keert. In die opzet slaagt hij moeiteloos. Zijn geestdrift is beslist aanstekelijk en ook op zijn instelling is niets aan te merken. In Figi stond hij goed twee uur op de planken.
Daar staat tegen over dat hij muzikaal gezien vaak in herhaling vervalt. Vooral het snerpende gepiep dat hij zowel uit de tenorsax als de basklarinet weet te toveren, wordt te pas en te onpas van stal gehaald. Iets in die toon herinnert aan Albert Ayler, maar Murray brengt een onschadelijk gemaakte versie van het manisch-uitzinnige spel van de free jazz meester. Het steeds terugvallen op hetzelfde trucje is een zwaktebod dat na verloop van tijd op de zenuwen begint te werken. Althans zeker op de mijne. Murrays hang naar gezelligheid zorgt er bovendien voor dat hij niet altijd de beste mensen om zich heen verzamelt. De al genoemde Gilchrist bleek zeker een ontdekking en op bassist Jaribu Shahid is niets aan te merken. In plaats van de aangekondigde topdrummer Pheeroan Aklaff speelde echter de drummer uit de band van voormalig disco-icoon Sylvester, die bij tijd en wijle tamelijk onbehouwen te werk ging. In de toegiften haalde Murray bovendien zijn zoon het toneel op die in zijn knoertharde gitaarsolo elk denkbaar cliché van stal haalde tot het spelen van gitaar in de nek aan toe. Een dergelijk amateuristisch optreden past niet bij de status van groot jazzmuzikant die Murray natuurlijk nog altijd heeft. Dat de saxofonist toch nog zoveel enthousiasme kan leggen in een afgesleten blues als degene die het concert in Figi afsloot, is typerend. Die spelvreugde maakt dat je hem ook de meer gemakzuchtige muzikale uitstapjes makkelijk vergeeft. Want al was het dan geen gedenkwaardig optreden in Zeist, het vuur van zijn spel blijft keer op keer bewondering wekken. Murray mag dan in veel opzichten een kameleon zijn, hij heeft wel karakter.
© Jazzenzo 2010