Wynton en Branford, de Waldorf en Statler van de jazz COLUMN Mede door zijn samenwerking met Sting en zijn funk/jazz/hiphop -project Buckshot LeFonque, heeft Branford altijd het imago van de hippe, progressieve muzikant gehad. Dit in tegenstelling tot zijn jongere trompetspelende broertje Wynton, die altijd maar liep te zemelen over het in stand houden van de jazztraditie. Het leverde Wynton de bijnaam ‘jazzpolitie’ op, een vondst van Miles Davis en zeker geen compliment. In het interview met de Volkskrant roept Branford dat ook hij een traditionalist is. Wat een verschrikkelijk woord: traditionalist. Ik denk dan aan Piet Hein Donner. Hoe dan ook, Wynton heeft Branford helemaal ingepakt met z’n geleuter over traditie. Ik zie het ook helemaal voor me. Tijdens verjaardagen, familie-uitjes, kerstmis en thanksgiving blijft Wynton maar doorgaan over die traditie van hem. Branford probeert van onderwerp te veranderen, toiletteert vijf keer binnen een uur, stopt zijn vingers in zijn oren en roept hard ‘lalalalalala’ door het verhaal van Wynton heen, maar die weet op zijn beurt van geen wijken. Hij gaat maar door! Om de goede vrede binnen de familie te bewaren en om van het gezeur van zijn opdringerige broertje af te zijn, predikt nu ook Branford ‘DE TRADITIE’. Ik ben ervan overtuigd dat het precies zo is gegaan.
door: Koen Graat
De Volkskrant publiceerde in juli aan de vooravond van het North Sea Jazz Festival een interessant interview met Branford Marsalis. De Amerikaanse saxofonist was dit jaar ‘artist in residence’, een mooie reden dus om hem eens zijn zegje te laten doen over de hedendaagse jazz. En Branford had daarover heel wat te zeggen! Vooral het gebrek aan kennis van de jazztraditie bij collega musici zat Branford nogal hoog. Waar hebben we dat meer gehoord, een Marsalis die de traditie verkondigt?
Vanuit het Marsalis-dogma betekent dit dus dat je zonder oog (of eigenlijk oor) voor de jazztraditie geen goede jazz kunt spelen. En laat de Zweedse pianist Esbjörn Svensson, het brein achter E.S.T. (Esbjörn Svensson Trio) nu gezegd hebben dat hij zich niet in Amerika hoeft te verdiepen om jazz te spelen. Daarmee haal je jezelf dus wel een vernietigend oordeel van de Marsalis Brothers op je hals. Het oordeel van Branford over Svensson liet dan ook weinig aan onduidelijkheid over: ‘Nee, en ondertussen klinkt zijn muziek nergens naar’. Met dit soort opmerkingen maakt Esbjörn zich in Amerika dus niet populair.
Nou ben ik het persoonlijk niet met Branford eens wat deze Zweedse pianist en zijn muziek betreft. Nog los van het feit dat Svensson als eerbetoon aan Thelonious Monk het album ‘E.S.T. plays Monk’ opnam – enig besef van de Amerikaanse jazztraditie lijkt de Zweed dus wel te hebben – is ‘Seven days of Falling’ uit 2003 een geweldige plaat die ik regelmatig draai. Maar dat terzijde.
De vraag die Marsalis opwerpt is wel interessant. Branford zegt namelijk dat een jazzmuzikant niet zonder kennis van Amerikaanse blues, dansmuziek en kerkmuziek kan. Maar is dit wel zo? En wat is dan de definitie van jazz? Het basisprincipe van jazz is improvisatie. Dit kan gebeuren tegen een achtergrond van blues, swing en gospel. Maar net zo goed tegen een achtergrond van Zweedse volksliedjes, Europese klassieke muziek en, vooruit dan maar, ABBA. Waarom zou Svensson uit dezelfde traditie moeten putten als Marsalis? Waarom moet een Zweed zich eerst als Amerikaan voordoen om te kunnen musiceren? Een typisch voorbeeld van dat vervelende Amerikaanse opportunisme.
Ik vind de opmerking van Svensson dat je ook jazz kunt spelen zonder eerst de hele Amerikaanse traditie door te moeten spitten niet zo vreemd. Sterker nog, er valt heel wat voor te zeggen. Europese Miles Davis en Charlie Parker imitatoren zijn er al voldoende. Wat jammer dat na Wynton nu ook Branford dit soort dogmatische waardeoordelen verkondigt. Ik stel voor dat de broertjes Marsalis hun vingers niet meer gebruiken om naar anderen te wijzen, maar om te musiceren. Daar zijn ze namelijk wel erg goed in. Nu hebben ze vooral iets weg van twee oude, chagrijnige mannetjes die maar blijven zeuren over vroeger. Waldorf en Statler zijn er niets bij.
© Jazzenzo 2010