Lang leve de liner notes! COLUMN Toch denk ik wel met weemoed aan het lp-tijdperk terug. Niet omdat ik erg gesteld was op krakende platen en naalden die bleven hangen, maar omdat ik bijzonder gehecht ben aan het lezen over muziek terwijl ik die hoor. Plaat op de draaitafel, hoes in de hand.
door: Mischa Andriessen
In gesprekken tussen fanatieke muziekliefhebbers is het een vaak terugkerend thema: is de lp beter dan de cd? Zoals zoveel interessante debatten is het in veel opzichten een zinloze discussie, want zelfs als de voordelen van de lp boven de cd legio zouden zijn, zal hij de dominante positie die hij ooit had nooit meer innemen. Die tijd is geweest en ik ga de discussie dan ook niet niet meer aanzwengelen.
Wat dat betreft, had de cd in elk geval een enorme stap voorwaarts kunnen zijn, want het bijvoegde boekje zou heel wat meer informatie kunnen bevatten. Anders dan bij klassieke muziek waarbij complete essays (en soms zelfs meer dan een) de muziek vergezellen, schittert het begeleidend schrijven bij opvallend veel jazzcd’s echter door afwezigheid. Buiten de hoogstnoodzakelijke gegevens (de namen van de muzikanten. Opnamedata) worden de meeste inlays van jazzcd’s gevuld met foto’s en/of tekeningen en dat het liefst nog zo onduidelijk mogelijk. Er wordt geen enkele poging gedaan om de muziek te duiden, alsof een interpretatie de muziek alle vrijheid ontneemt. Hoe vager hoe liever.
Dat was bijvoorbeeld in de jaren zestig wel anders. Vrijwel elke lp, of die nu op Blue Note, Impulse, E.S.P. of een andere maatschappij uitkwam, had een uitgebreide hoestekst waarin ter zake kundige schrijvers muziek en muzikanten een context gaven. Zo heb ik mijn weg in de jazz gevonden. Elke plaat die ik kocht en goed vond, bood een schat aan informatie en leidde daarmee op den duur naar nieuwe ontdekkingen. Het is maar een paar stappen om van Andrew Hill via Harold Land bij Dupree Bolton en Curis Amy te komen, mits er een goede hoestekstschrijver aan het werk is geweest.
Afgezien van het feit dat ik al die informatie graag tot mij neem en het daarom jammer vind dat die vandaag de dag niet of heel summier wordt bijgeleverd, begrijp ik het ook om een andere reden niet. Het lijkt mij dat de muzikanten en hun platenmaatschappijen de cd’s die zij uitbrengen, willen verkopen. Hoe doe je dat als de hoes geen enkel houvast biedt? Er staan vier namen op; totaal onbekenden die sax, piano, bas en drum spelen. De band is genoemd naar een van de vier met de tautologische toevoeging: kwartet. Aan de hand van de songtitels probeer je je een beeld van de muziek te vormen (iets met ‘Blue’ zal wel mainstream zijn, “Hank the happy slapper” is vast avant-garde), maar er is keuze genoeg en dus verdwijnt de cd eigenlijk altijd weer in de bak waaruit je hem net had opgevist. Als recensent krijg ik zulke cd’s met regelmaat thuisgestuurd. Cd’s die mij nooit zouden zijn opgevallen, maar die bij beluistering alle moeite waard blijken te zijn. Ik weet weinig of niets van marketing en wil dat graag zo houden. Toch lijkt het mij unfair ten opzichte van al die talentvolle artiesten om iets op de markt te brengen waarvan geen mens weet wat het is.
Er is echter nog een groter ongerief dat mij dit pleidooi voor het in ere herstellen van de hoestekst laat houden; ik doe de cd in de speler, ga op de bank zitten en vouw de inlay open. De namen van moeders en vriendinnen, een opnamedatum ergens in september, een onscherpe foto van een man met een saxofoon. Helemaal niets te lezen. Dat was bij een lp al erg, maar een cd duurt vaak bijna twee keer zo lang; wat doe je al die tijd?
© Jazzenzo 2010