Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Adriaan en John Coltrane

COLUMN
door: Rinus van der Heijden

Het was zomer 1969. We kenden elkaar, omdat we met zijn drieën een aantal avonden in het café hadden zitten innemen. Hij, Adriaan, zelfbenoemd filosoof en zij, Georgina, psychologe uit België. Ze woonden samen in Den Bosch-Noord, waar Adriaan naar eigen zeggen een grote platenverzameling koesterde. Of ik John Coltrane kende? Eh jawel, een paar dingetjes. “Kerel, wij gaan binnenkort Coltrane luisteren.” Dat binnenkort diende zich heel snel aan, toen Adriaan twee dagen later in ons stamcafé tegen zoveel borrels en glazen bier opliep, dat hij nauwelijks nog kon lopen. “Kerel, jij bent met de auto zeg, breng ons naar huis en ik dien Coltrane op.”

Eenmaal in de flat in Den Bosch-Noord aangekomen, bleek het met die grote platenverzameling wel mee te vallen. Maar op een stapel tussen allerlei uit hoezen getrokken lp’s, sprong de naam Coltrane in het oog. “Kerel, wat wil je horen”, waren de eerste woorden van Adriaan, nadat hij Georgina met de opdracht drank te halen, naar de keuken had gestuurd. “Maakt me niks uit, verras me maar”, antwoordde ik, schuchter door mijn gebrek aan kennis. Dat ‘wat’ werd ‘Chim Chim Cheree’ van het album ‘The John Coltrane Quartet Plays’ en dat ‘wat’ zou voor eeuwig mijn leven veranderen.

Dit was ongehoorde muziek. Muziek die waarschijnlijk op dezelfde manier binnenkomt als wanneer een inwoner van Peru Frans Bauer hoort. De intensiteit van Coltrane’s tenorspel, de opzwepende, niet te vangen ritmesectie, de eenvoudige musicalmelodie uit ‘Mary Poppins’, die in de handen van het John Coltrane Quartet tot een tijdloos monument wordt gesmeed. Ik was sprakeloos, onderging ‘Nature Boy’ van hetzelfde album opnieuw met datzelfde gevoel van intens geluk. Wat gebeurde hier?

In elk geval dit. Georgina had toen ‘A Love Supreme’ draaide, een voorraadje bierflesjes op tafel gezet, was naar de balkondeur gelopen, waar ze zich omdraaide en naar haar partner riep: “Adriaan, ik ga springen”. Adriaan onderbrak verstoord zijn monoloog over Coltrane: ‘Meisje, doe voorzichtig’. Waarop Georgina de eerste stap naar springen zette, door dwars door de ruit van de deur het balkon op te stappen. Hevig bloedend repte ze zich naar de rand van het balkon, waar ik haar nog net van een mogelijke sprong kon wegtrekken.

“Kerel, bel even bij de buurvrouw aan, zij zal nog wel wakker zijn van onze muziek. Georgina moet misschien even naar het ziekenhuis”, zei Adriaan zonder enig blijk van opwinding. “Wij zijn inmiddels toe aan het wat ruigere werk van Trane.” Waarop hij ‘Ohm’ op de draaitafel legde en boven de muziek uit de betekenis van dit album in woorden probeerde uit te leggen.

Toen Georgina enkele uren later dik in het verband door de buurvrouw werd afgeleverd, was het al bijna licht. Tijd om naar huis te gaan. Stomdronken troggelde ik een nog zattere Adriaan - die plotseling wel erg zuinig werd op zijn Coltrane-verzameling - zeven lp’s af om ze thuis te beluisteren. Op weg naar huis verviel elk gevoel van moeheid; de muziek die ik urenlang had beluisterd deed haar werk. Slapen kon niet. Om half negen parkeerde ik de auto, enkele minuten later klonk ‘Giant Steps’ uit de boxen, gevolgd door ‘The Complete Africa Brass Sessions’,  ‘Live At The Village Vanguard’, ‘Crescent’, ‘Expression’ en natuurlijk ‘The John Coltrane Quartet Plays’, de eerste kennismaking met Trane.

Het draaien duurde onafgebroken twee dagen en anderhalve nacht. Zo kort had John Coltrane slechts nodig om zijn plaats in mijn ziel te verwerven. Toen ik na een ziektemelding de derde dag weer terugkwam op mijn werk, was ik een ander mens. Altijd gebleven.

De namen van Adriaan en Georgina zijn om privacy-redenen veranderd.


© Jazzenzo 2010