Paul Chambers: Standing in the shadows of jazz COLUMN Wie ook graag aan de bar zat en kon swingen als een tiet, was Paul Chambers, dé bassist van de jaren vijftig en zestig. Hij speelde mee op tientallen albums in die periode, onder meer als sideman van Miles Davis, John Coltrane, Cannonball Adderley, Kenny Burrell, Hank Mobley en ga zo maar door. Ook nam Chambers meerdere platen op als bandleider. Maar wanneer het over jazzhelden uit het verleden gaat, hoor je zelden de naam Chambers voorbij komen. En dat maakt de gedachte aan deze geniale bassist ook weer tragisch. Het leven van Chambers is het bekende verhaal van de (te) jonggestorven musicus; drank, drugs (en uiteindelijk tuberculose) werden hem op 33-jarige leeftijd fataal.
door: Koen Graat
Een docent van wie ik les had op het conservatorium – hij was betrokken bij alles wat met big bands had te maken – was een groot voorstander van bassolo’s. ‘Kunnen de mensen mooi even naar de wc’, zo luidde zijn stelling. Op zondagochtend viel ik wel eens in bij een big band waar hij voor stond. Of ik vooral wat meer à la Ray Brown wilde spelen en het Charlie-Haden-geneuzel achterwege kon laten. Met andere woorden: een bassist moet swingen als een tiet (vreemde uitdrukking eigenlijk) en verder wil ik hem of haar niet horen, behalve na afloop van een optreden aan de bar.
Een paar jaar geleden verscheen ‘Standing in the shadows of Motown’. Deze prachtige documentaire is een eerbetoon aan The Funkbrothers. Een aantal fabrieksarbeiders uit Detroit werd door het toen nog onbekende platenlabel Motown van achter de lopende band geplukt en in een studio gezet om nieuwe zangtalenten te begeleiden. Het succes was overweldigend. De Funkbrothers (zoals ze zichzelf noemden) scoorden meer hits dan The Beatles, Madonna of Micheal Jackson. Artiesten als Stevie Wonder, The Jacksons, Marvin Gaye en Diana Ross werden mede door toedoen van de voormalige fabrieksarbeiders wereldsterren van formaat. En wat leverde het deze geniale groep op?....niets. Nauwelijks erkenning en geen rooie rotcent. Toen ze op een goede dag naar hun werk gingen in de studio, bleek deze gesloten. Motown was verhuisd naar Los Angeles en niemand had de moeite genomen The Funkbrothers ook maar iets mee te delen.
James Jamerson, Jaco Pastorius noemde hem een van zijn grote voorbeelden, was de basgitarist van The Funkbrothers. Hij was een van de eerste basgitaristen die meer dan alleen een grondtoon en af en toe een verdwaalde kwint speelde. Hij swingde, maakte geweldige melodische lijnen en liet zich harmonisch inspireren door jazz. Hij was de eerste echte basgitarist. Overigens hield Jamerson net als Chambers wel van een borreltje. Zo schijnen ze Jamerson uit een kroeg gesleurd te hebben om midden in de nacht ‘What’s going on’ van Marvin Gaye op te nemen. De bassist was zo dronken dat hij zijn partij liggend op de grond heeft ingespeeld. Toch is de baslijn op ‘What’s going on’ – met die luie en toch swingende groove – een van de redenen waarom het nummer zo fantastisch klinkt.
Maar Jamerson ging ten onder aan zijn eigen anonimiteit. Het genie dat gedurende zijn leven nooit de verdiende erkenning kreeg. Ook Chambers krijgt wat mij betreft te weinig erkenning. Het is daarom tijd voor een nieuwe documentaire: ‘Paul Chambers: Standing in the shadows of jazz’.
© Jazzenzo 2010