Het voetvolk van de vondst COLUMN Neem Michael Blake. Iemand die op “Drift” en “Blake Tartare” de ideale middenweg tussen toegankelijk en fris en verrassend gevonden leek te hebben, om zich vervolgens op “Right before your very ears” aan onvervalste Freejazz over te geven en op zijn laatste cd “More like us” zelfs een reggaenummer te zetten. “Right before your very ears” is niet bepaald een plaat die je van je sokken blaast. “More like us” wisselt briljante momenten af met flauwiteiten en knulligheden. Zoals Blake tijdens zijn optreden in het Bimhuis ook eerst vreselijk stond te schutteren voor hij op dreef raakte.
door: Mischa Andriessen
“Ik zoek niet, ik vind”, aldus deed Pablo Picasso ooit zijn werkwijze uit de doeken tegenover een journalist, die hij afgaande op dit antwoord, te slim af wilde zijn. Misschien is het waar, misschien onderscheiden genieën zich van gewone zielen doordat het in het donker tasten hen bespaard blijft. Net als bij Koning Midas verandert alles wat zij aanraken in goud. De rest rotzooit ondertussen maar wat aan. In dat geval zijn veel van mijn favoriete jazzmusici geen genieën, maar horen zij slechts tot het voetvolk dat zoekt tot het vindt.
Miles was misschien een genie. Miles schiep vanuit een fantastisch eenvoudig concept (achteraf bekeken, ja natuurlijk) een van de invloedrijkste platen uit de jazzgeschiedenis: “Kind of blue”. Miles stapte uit het vliegtuig zonder een noot muziek op zak om zijn band schijnbaar moeiteloos "Ascenseur pour l’échafaud" te dicteren.
Miles misschien, maar de anderen, die mij eigenlijk veel liever zijn, duidelijk voetvolk. Denk aan Sonny Rollins die maar buiten op de brug bleef oefenen in een poging zichzelf opnieuw uit te vinden alvorens die prachtige, schizofrene plaat “The Bridge” uit te brengen. Denk aan al die jonge gasten die op het conservatorium hun eigen weg proberen te vinden, aan de duizenden die hun geploeter op Myspace hebben gezet in de hoop dat iemand er iets in herkent. Denk aan John Coltrane, aan Andrew Hill, David Binney, aan Kenny Garrett, Jason Moran, Archie Shepp, aan Albert Ayler. Zoals zo velen duidelijk zoekende, hun hele leven. Geen genieën dus, maar is het onzekere spoor dat leidt naar de vondst niet het allermooist?
© Jazzenzo 2010