Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Miles Davis, James Brown en Leon de Winter: boycotten die hap!

COLUMN
door: Koen Graat

‘Miles Davis was geen fijne vader’. Deze ietwat spottende kop stond in de Volkskrant boven een recensie van Bert Vuijsje naar aanleiding van een boek van Gregory Davis, inderdaad de zoon van. De arme Gregory is inmiddels zestig, stond niet in het testament van zijn vader en heeft het daar nog steeds moeilijk mee. Het is geen geheim dat Miles gedurende zijn leven niet altijd een even fijne vent was. Maar in hoeverre laat je dit soort dingen meewegen als luisteraar?

Een fan van Miles verklapte me ooit eens dat hij de muziek van de trompettist fantastisch vond, maar ‘scheet op de persoon Miles Davis’. Ik heb het hem verder niet gevraagd, maar ik neem aan dat hij dit figuurlijk bedoelde. Ik snapte ook wel wat hij wilde zeggen. In zijn drugsperiode had Miles nogal losse handjes. Ook de verwaarlozing van zijn gezin verdiende niet echt een schoonheidsprijs.

Op televisie zag ik vorig jaar de begrafenis van James Brown. Het was vooral een groot feest met muziek, dans en jubelende mensen. Een vrouw die werd geïnterviewd stak de loftrompet over de Godfather of Soul en zijn belang voor de zwarte gemeente in Amerika. ‘Die vrouw heeft waarschijnlijk geen oplawaai gehad van James’, was mijn eerste gedachte.

Ik heb het altijd een fascinerend onderwerp gevonden: de relatie tussen kunst en schepper aan de ene kant en ethiek aan de andere kant. Kun je een muziekstuk of een schilderij helemaal los zien van het brein erachter? Zo niet, laat je excessen van de schepper die je eigenlijk verafschuwt meespelen in je beoordeling?

Zelf ben ik in ieder geval zo inconsequent als het maar zijn kan. Leon de Winter schijnt aardige boeken te schrijven, maar als ik de man op televisie zie, heeft mijn maag zich al twee keer omgedraaid. Ik ben het pertinent met hem oneens en weiger ook maar een letter van De Winter te lezen. Daar staat tegenover dat ik heb genoten van ‘Dood op Krediet’ en ‘Reis naar het Einde van de Nacht’ van Louis-Ferdinand Céline, toch ‘een varken van de bovenste plank’, zoals een vriend hem ooit eens omschreef. Céline was fout in de oorlog en werd Frankrijk uitgejaagd. Dus waarom hem niet boycotten en De Winter wel?

Het antwoord is: geen flauw idee. Of misschien toch. Aan het gedrag van Céline kan ik me niet meer ergeren, dus waarom zijn boek niet lezen? Wanneer De Winter er niet meer is, waag ik me misschien toch eens aan een van zijn verhalen. Met deze drogreden in mijn achterhoofd kan ik met een opgelucht gevoel op I feel good dansen. Bovendien kan ik weer met grenzeloze verering naar Miles Davis luisteren. En voor Gregory maakt het allemaal niet uit of ik Miles nu wel of niet zou boycotten. Ik hoop maar voor hem dat zijn boek een beetje verkoopt.


© Jazzenzo 2010