Weg met de recensenten! COLUMN Het is in feite allemaal zo simpel. Als je als recensent een culturele gebeurtenis positief verslaat, hoor je van niemand iets. Je weet in feite zelfs niet, of de lezer jouw mening op prijs stelt. Maar als je je kritisch opstelt dan, ja dan zijn de rapen gaar. Dan wordt de wereld plots te klein, ben jij de gebeten hond, is het jóuw schuld dat een concert of voorstelling nergens op leek. Weg met de recensent! klinkt het dan. Hoe zalig is het dan dat je in de loop der tijden een olifantenhuid hebt ontwikkeld. Zo een, waarmee als je schudt, alle over je afgeroepen onheil als water van een ge-oliede huid afloopt.
door: Rinus van der Heijden
Kreeg deze week een briefje. Anoniem uiteraard. ´Blij dat je opflikkert, zeikerd´. Het was er een van enkele tientallen. De reden? Na 38 jaar stop ik met mijn baan als kunstredacteur bij Brabants Dagblad. Alle briefjes overigens hadden - op dat ene na - een positieve toonzetting. Het geeft een beetje aan hoe verschillend er tegen het beroep van recensent wordt aangekeken.
De laatste jaren staat het fenomeen ´recensie´ onder druk. Is het nog wel van deze tijd, dat één enkel iemand zijn of haar oordeel loslaat op een evenement, waar soms wel honderden mensen hun beste krachten aan hebben gegeven? Het antwoord is ja. Mits de lezer er de nodige relativiteit op loslaat.
Je mag, sterker nog: moet ervan uitgaan dat de recensent over vakkennis, inzicht en (jawel, ook hij) ook relativiteitszin beschikt. Maar laat het oordeel van de recensent geen eigen leven leiden. Want natuurlijk is het zo, dat die éne persoon slechts zijn of haar mening weergeeft. Hele volksstammen kunnen er anders over denken. En, zoals een goed gezegde luidt: in de krant van vandaag wordt de vis van morgen ingepakt.
Recensies zijn derhalve niet meer dan persoonlijke sfeertekeningen, waaraan geen enkel oordeel van enig belang kan worden ontleend. Hun uiteindelijke nut is niet meer dan dat de lezer een beeld krijgt wat er op podium, museum, filmdoek, boek en noem maar op, is gebeurd. Met daaraan toegevoegd een klein toefje eigen mening om te schetsen hoe de inspanningen van de betreffende kunstenaar tot een uiteindelijk resultaat leiden. Natuurlijk is het daarbij zo, dat wanneer die kunstenaar in het zonnetje wordt gezet hij of zij daar blij mee is. Omgekeerd zou je dan moeten redeneren, dat wanneer dat niet gebeurt, hij of zij niet meer dan een beetje teleurgesteld zou moeten zijn. In plaats van boos, woedend of in sommige gevallen zelfs wraakzuchtig.
Gelukkig komt dat in de wereld van professionele kunstenaars nauwelijks voor. Maar in de kringen van goedwillende amateurs kan het wel eens anders uitpakken. Ik kan er boekdelen over vol schrijven. Dan heb ik het nog alleen maar over recensies. Columns, waaraan ik me in de loop der jaren ook nogal eens mocht wagen, doen er nog een schepje bovenop.
Een recent voorbeeld is een column op deze website, die handelde over Chet Baker. Ik omschreef hem als een charlatan van de jazz. Oei, plotsklaps was de wereld te klein. Volstrekt voorbijgaand aan het gegeven dat het hier de gechargeerde taal van een columnist betrof, die géén waardeoordeel inhield over de muziek van de overleden trompettist, werd ik gevierendeeld, onthoofd, naar de hel gezonden, ter dood veroordeeld, maar in elk geval uitgespuwd. Maar ook hier werkte mijn olifantenhuid probaat. Een keer schudden dus en ik was het kwijt. Lui achterover leunend, lachte ik me een kriek. Zoals ik in mijn carrière al zo vaak had gedaan. En die boze briefschrijvers maar rondsjouwen met zelf afgeroepen woede in hun lijf. Wat een mooi vak is het toch, dat van recensent (en columnist)!
© Jazzenzo 2010