Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

X-factor

COLUMN
door: Mischa Andriessen

Een afgebladderde saxofoon, een bureaustoel waarop belletjes en ratels liggen, een grote fluit gemaakt van een afvoerpijp. Dan komen de muzikanten op. Een heeft een donkere, wollen muts strak over zijn lange haar getrokken. Een ander heeft zijn zwarte haar in een keurige scheiding gekamd alsof hij net bij zijn schoonouders op visite is geweest. Hij neemt plaats achteraan het podium, slaat het ene been over het andere en tuurt aandachtig naar zijn laptop. Ze beginnen te spelen. De pianist zit ineengedoken op zijn kruk. Soms beweegt hij minuten lang niet, hij luistert, lijkt volledig van de wereld afgekeerd. De saxofonist, een baardje van een paar dagen, staat weggestopt in een hoek naast het drumstel. Ze dragen oude t-shirts, truien. Een heeft een sweatshirt met capuchon aan over een keurig overhemd.

De juryleden schuifelen ongemakkelijk op hun stoelen. Hun notitieblokken zijn nog altijd leeg. De styliste heeft alle kledingstukken uit de kast gehaald en weer terug gelegd. De rode aderen in haar ogen tekenen scherp af in haar wit weggetrokken gezicht. De kapper test de tondeuse, een fanatieke trek rond zijn mond. Het is een schande. De eenentwintigste eeuw en moet je kijken naar de snit van hun kleren, hun kapsels die elke mode hebben gemist. Waar te beginnen? Wat te doen? Henk-Jan Smits is nerveus, het lampje van zijn microfoon brandt al en hij weet voor het eerst van zijn leven niet wat hij gaat zeggen.

Intussen schrijft de jazzrecensent een jubelend stuk. Het is hem allemaal ontgaan; het gemis aan prefab uitstraling, het dédain voor kledingcodes, het onderschatten van het belang van gesynchroniseerd bewegen. Het is een ongeorganiseerde bende. Hij heeft geluisterd en is dolenthousiast. Niets meer aan doen, deze band is helemaal af.


© Jazzenzo 2010