Reid & Masque mist creativiteit concertrecensie. Bimhuis Amsterdam, Vernon Reid & Masque, 11 februari 2007
beeld: Ger Koelemij
door: Tim Sprangers
Gitarist Vernon Reid is eveneens voorman van Living Colour; een revolutionaire band die voornamelijk furore maakt(e) met een ongekende mengelkroes van stijlen. In een mix van funk, soul, rock, metal, jazz en hiphop lieten deze niet-blanke muzikanten horen te kunnen rocken. Reid dankt er zijn faam aan. Hij is uitermate actief en brengt onder meer albums uit onder de naam Reid & Masque. Met dit soloproject speelde de gitarist na een afwezigheid van 22 jaar weer eens in het Bimhuis.
Hank Schroy, Vernon Reid, Leon Gruenbaum
‘I remembering myself this stage much more smokier’ zegt Reid, blijkbaar niet op de hoogte van de verhuizing van het vermaarde hoofdstedelijke Bimhuis. Dat Reid een jazzverleden heeft is bij velen onbekend. Even was er de hoop dat Reid dit verleden zou laten doorklinken op dit jazzpodium, maar gebeurde niet. Het formele uiterlijk van de jazztempel werd geconfronteerd met snoeihard spel van het kwartet Reid & Masque dat spanning en vindingrijkheid miste en wellicht beter tot zijn recht was gekomen in een met rockpubliek uitpuilende Melkweg.
Reid speelt gemakkelijk. Met een nonchalante houding en een gelikte sound funkt hij aanstekelijk. Zijn imposante pedalenreeks gebruikte hij veelvuldig op geroutineerde wijze. Die routine reikte naar het irritante. Hij lijkt het overschrijden van grenzen vaarwel te hebben gezegd en is in de vergane Living Colourtijd blijven hangen. De simpele – metalrock – melodieën waren spanningloos en werden tot in den treuren herhaald. De smeltkroes van stijlen die Living Colour onderscheidde, heeft Reid wél meegenomen naar dit soloproject.
Energieke uitstapjes waren er naar de reggae, drum and bass en zelfs jungle. Bassist Hank Schroy, die Reid perfect aanvoelde, liet in een van zijn schaarse solo’s horen over een indrukwekkend jazzidioom te beschikken. Toch kon de variatie in stijlen niet verbloemen dat het in de stukken aan spanning ontbrak. Clichés volgden elkaar eindeloos op en de voorspelbaarheid frustreerde. Hierin speelde drummer Don McKenzie een grote rol; technisch foutloos maar afgezaagd ontbeerde het hem vaak aan scheppingskracht.
Toetsenist/blazer Leon Gruenbaum bespeelde de ‘samchillian’; een intelligent knoppeninstrument dat met het veranderen van tonen reageert op wat de muzikant intoetst. Het elektronische apparaat bracht fascinerende effecten teweeg en werd onder andere ingezet in de drie nummers die Reid enkele jaren geleden in samenwerking met Martin Fondse arrangeerde; een hoogtepuntje tijdens dit concert wat betreft creativiteit en spanning.
© Jazzenzo 2010