Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Joe Lovano Quartet onderscheidt zich door perfectie

CONCERTRECENSIE. Bimhuis Amsterdam, Joe Lovano Quartet, 18 februari 2007
beeld: Hans Reitzema
door: Tim Sprangers

Joe Lovano is één van de beste, zo niet de beste tenorsaxofonist. Een gewaagde uitspraak en nooit volledig te verifiëren, want kunst blijft een kwestie van smaak. Toch wordt deze bewering aannemelijk als je zijn optreden in Amsterdam met James Weidman (p), Otis Brown III (d) en Dennis Irwin (b) beschouwt.


Joe Lovano en bassist Dennis Erwin 

Lovano speelde het Bimhuis volledig plat en liet het publiek joelend opstaan uit zijn stoelen. Zijn respect voor meesters als John Coltrane, Dexter Gordon, Coleman Hawkins en Ben Webster laat hij in elke compositie horen. Het geluid van het kwartet is onbetwistbaar geïnspireerd op de bebop en de freejazz, maar overgoten met een moderne saus. De muzikanten beheersen de oude genres en weten hiermee op speelse wijze te zoeken naar nieuwe dimensies. Lovano heeft een eigen stijl, die weliswaar niet vernieuwend is, maar boeit tot aan het gaatje. En ook door een minder ingewijde jazzluisteraar binnen luttele seconden wordt herkend.

De tenorsaxofonist leek een beetje stroef te beginnen. Maar misschien moesten de oren worden geolied om zijn geluid aan te kunnen. Hij speelde opwindend tijdens vurige solo’s, waarbij je constant hoopte dat hij recht zou doen aan het woord eindeloos. Hij wist veelvuldig te verrassen, door climax op climax te stapelen. Via meeslepende thema’s in bijvoorbeeld ‘Streets of Napels’ greep hij je bij de keel. Lovano speelt dynamisch, opzwepend en technisch uitmuntend: gevoel en interpretatie hebben de overhand.


Joe Lovano, Otis Brown III, James Weidman

Lovano werd gesteund door begeleiders met een indrukwekkende reputatie. Zoals pianist Weidman, die speelde in de formaties van Marty Ehrlich en Archie Shepp. Zijn spel heeft een serieuze toon. Hij begeleidt Lovano degelijk en weet spanning tijdens solo’s te creëren. De wat statig ogende Dennis Irwin, bekend als bassist van John Scofield, is een veelzijdig muzikant. Hij kan zijn instrument behoudend bespelen om vervolgens in een bebopballad te grooven. Drummer Otis Brown III overtuigt misschien nog wel het meest. Hij maakt optimaal gebruik van zijn drumstel door zelden langer dan twintig seconden een van zijn percussie-instrumenten níet te beroeren. Klinkt als onrustig, maar door de consequentie ervan ontstond juist een ordelijk geluid.


© Jazzenzo 2010