Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Brabants Jazz Orkest geeft brevet af van durf en bekwaamheid

CONCERTRECENSIE. De Toonzaal, Den Bosch, Brabants Jazz Orkest met Paul van Kemenade, 2 maart 2007
beeld: Stef Mennens, Gerard Verhagen
door: Rinus van der Heijden

Noem het een proeve van bekwaamheid. Of een avontuurlijke schelmenstreek. Het maakt niet uit welk label je erop plakt. Het project ‘Freedom’ van het Brabants Jazz Orkest (BJO) en gastsolist Paul van Kemenade is een brevet van durf en bekwaamheid. Dat laatste is opvallend, want het BJO - de voormalige Big Band Den Bosch - onder leiding van dirigent Jeroen Doomernik - durft het in 'Freedom' aan de (vaak) hondsmoeilijke muziek te vertolken van jazzreuzen als Charles Mingus, Charlie Haden en Carla Bley en aankomende reus Paul van Kemenade.


Brabants Jazz Orkest o.l.v. Jeroen Doomernik. Gastsolist Paul van Kemenade 

Het orkest doet dat op voorbeeldige wijze. Dat hier en daar wat noten verkeerd of te dun worden gespeeld, doet er niet toe. Het gaat bij deze muziek, voornamelijk gestoeld op vrije jazz, om het weergeven van intentie en sfeer en daar is het BJO knap in geslaagd.

Neem de suite ‘The Ballad Of The Fallen’ van Haden/Bley in een arrangement van Niko Langenhuijsen. Dit massieve en imposante Jazz Requiem begint in het graf, maar staat via Zuid-Amerikaanse strijdmuziek uit de doden op om te laten horen dat de strijd voor vrijheid het begin van nieuw leven is. Je moet heel wat in huis hebben om deze draaikolk aan invloeden heelhuids te overleven.

‘Freedom’ begint met een uitvoering van ‘Reincarnation Of A Lovebird’ van Mingus. Het BJO zat bij de première nog niet in het goede jasje, maar al in het tweede stuk ‘La Première Fois’ van Paul van Kemenade voegde het orkest zich lenig en lui onder de solo van de gastsolist. Hij kreeg volop de ruimte de van hem bekende ornamentale versieringen op altsaxofoon rond te strooien. De ‘gestopte’ kopersectie van het BJO droeg voor een belangrijk deel bij aan het nieuwe gezicht van deze prachtige compositie. ‘One Way’ (1997) van Carla Bley is met ‘La Première Fois’ (1990) tegenpool van de rest van het programma, dat dateert uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Dat is te horen ook: de transparatie van het jongere biedt tegenwicht aan het duistere bigbandwerk van de oude meesters.

Hun muziek werd mooi ondersteund door videobeelden. Beelden van Mingus als musicus, filmopnamen van Che Guevarra, filmbeelden van rassenonlusten, suggesties van de vrijheidsstrijd in China; het wekte sfeer en tijdsbeeld van een periode, waarin vrijheid in muziek en in maatschappelijke ontwikkelingen een andere dimensie heeft dan tegenwoordig. Het is mooi daar op deze manier nog eens kennis van te nemen.


Brabants Jazz Orkest met Jeroen Doomernik en Paul van Kemenade 

In Haden’s ‘Song For Che’, geënt op het fenomeen free-jazz, werd de projecttitel ‘Freedom’ alle eer aangedaan. Dit stuk is een oerkreet, een collectieve schreeuw om vrijheid en dat heeft het BJO goed begrepen. ‘Call’ schreef Van Kemenade in 1979 voor kwintetbezetting; in het arrangement van Langenhuijsen draaide het BJO zijn hand niet om voor de onverwachte tempowisselingen. Evenmin als in Mingus’ Fables of Faubus’ uit 1959, een dreigende aanklacht tegen rassenrellen in het Amerikaanse Little Rock. Hier protesteert Mingus met orkestrale klanken tegen een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van Amerika. Zoals Coltrane dat in die periode met kleine bezetting deed in het indrukwekkende ‘Alabama’.

Tijdgebonden dit alles? Helemaal niet: arrangeur Steve Slagle buitte de collectieve kracht van het Brabants Jazz Orkest in ‘Fables of Faubus’ volledig uit. Door zelfs de orkestleden te laten zingen. En ook dat kunnen ze.

‘Freedom’ is verder te horen in Oss, Groene Engel, 10 maart. Roosendaal, Verkadehuis, 11 maart. Breda, Bloos, 16 maart. Goirle, Jan van Besouwhuis, 25 maart. Den Bosch, Jazz in Duketown, 26 mei. Neerijnen, Stroomhuis, 16 juni.


© Jazzenzo 2010