Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Blom / Dooyeweerd / Van Hemmen: zelfrelativering als wapen

CONCERTRECENSIE. Bimhuis Amsterdam, Jasper Blom, Arnold Dooyeweerd, Flin van Hemmen, 5 april 2007
beeld: Ger Koelemij
door: Mischa Andriessen

“Op dit moment zijn wij overmand door emoties. Gelukkig heeft onze bassist Arnold Dooyeweerd op die momenten zijn gevoelsleven het beste onder controle, zodat hij weet wat het volgende nummer is dat wij gaan spelen”. Hoewel schertsend bedoeld is deze uitspraak van saxofonist Jasper Blom veelzeggend over de rolverdeling binnen het trio Blom/Dooyeweerd/Van Hemmen.


Arnold Dooyeweerd, Jasper Blom, Flin van Hemmen  

Dooyeweerd is het anker, de flegmatieke tegenpool van de vanuit hun tenen spelende Blom en Van Hemmen. Die zelfrelativering is niet alleen charmant, ze brengt de band ook in balans, want helemaal onwaar is dat “door emoties overmand” niet. Het is mooi om te zien hoe Jasper Blom na elk nummer even moet landen, hoe de muziek dan uit hem weg lijkt te stromen en hij terugkeert in de werkelijkheid. Even knipperen met de ogen, een grappige aankondiging van het volgende nummer. Dan is de muziek terug en gaat hij er weer vol tegenaan.

Het trio is een van de meest aansprekende en ook moeilijkste groepsbezettingen. Er is veel ruimte, maar daardoor klinken veel trio’s vaak te druk, alsof ieder groepslid voor zich de drang voelt de leegte eigenhandig te vullen. “Three is a crowd” zegt het spreekwoord niet voor niets. Het is vaak makkelijker met minder, óf met meer.

Een van de sterke punten van het trio Blom/Dooyeweerd/Van Hemmen is de uitgebalanceerde mix van karakters. De energieke drummer FlinVan Hemmen heeft een bijzonder bruikbare tegenpool in de relaxte, haast laconieke Dooyeweerd. Zoals deze sowieso het perfecte contragewicht voor het intense spel van Blom en Van Hemmen is. Dooyeweerd brengt lucht in de muziek waardoor het talent voor emotioneel geladen en dynamisch spel van de twee jongere bandleden zich veel scherper aftekent. Door de set op te bouwen uit eigen composities en een aantal vrije improvisaties slaagt het drietal er moeiteloos in de aandacht vast te houden. Soms krijgt de ernst de overhand, soms de luim, maar uiteindelijk is het allemaal in evenwicht. De uitgeschreven stukken zoals Van Hemmens “Song for dead” en Bloms “April’s fool” zijn sfeervol en melodieus sterk. Zij krijgen hun pendant in Dooyeweerds humoristische nummers zoals “Quickie” die net binnen de grenzen van de meligheid blijven.

Met name Blom en Van Hemmen zijn drukbezette muzikanten en het is volkomen begrijpelijk waarom. Blom heeft op tenor een mooie warme toon en een breed geschakeerde klankkleur. Van Hemmen is een flitsende, krachtige drummer die zichzelf goed in de hand heeft en geen moment de boventoon voert. Het spel van Dooyeweerd is eigenzinnig, maar melodieus erg verfijnd en net als Blom heeft hij een opmerkelijk warme klank. Het Bimhuis biedt bijna dagelijks onderdak aan buitenlandse topmuzikanten, maar het is volkomen terecht dat er op het programma een plaats is ingeruimd voor dit bijzonder talentvolle trio van eigen bodem.      


© Jazzenzo 2010