Great Black Music herleeft in Tilburg CONCERTRECENSIE. Super Quintet, Paradox Tilburg, 27 april 2007
beeld: Marcel Mutsaers
door: Rinus van der Heijden
Ooit was een generatie zwarte Amerikanen niet alleen jazzmusicus, maar ook vrijheidsstrijder, filosoof en boodschapper. Ze leefden in de tijd van Great Black Music, de jaren zeventig van de vorige eeuw en hadden namen als Archie Shepp, Leroy Jenkins en Art Ensemble of Chicago. Ze probeerden met hun muziek de status van de zwarte mens in de Verenigde Staten zo niet te verbeteren, dan wel een gezicht te geven.
David Murray, Craig Harris, Jan Kuiper
Great Black Music is schitterend. Erin verweven zit de strijd van de zwarte Amerikaan, die ooit als slaaf naar Amerika kwam en daar eeuwenlang werd geknecht, uitgebuit en vernederd. In deze Great Black Music zit ook het ontstaan van de jazz verwerkt en de vrijheid die de afschaffing van de slavernij uiteindelijk opbracht. Great Black Music is adembenemende muziek, trots en onafhankelijk, een eeuwenoude cultuurvorm die bijtend en priemend een plaats heeft ingenomen in de geschiedenis van de jazzmuziek.
Wie deze avond aanwezig was bij het concert van het Super Quintet, werd geraakt door dat adembenemende aspect van Great Black Music. Sterker nog, kreeg een vervolg opgediend dat klonk als een klok en een rechtstreekse brug sloeg tussen de jaren zeventig en het heden. Tenorsaxofonist David Murray en trombonist Craig Harris waren de zingende boodschappers: ‘We want to play the African music, yes the world can really use it; we want play the peaceful music, yes the world can really use it; we want to play the Great Black Music, yes the world can really use it’; eindeloos herhaald en daardoor alleen maar in kracht toenemend. Een fascinerende ode aan vrijheid, neergelegd in opzwepende woorden, maar meer nog in rotsvaste muziek.
Great Black Music en Super Quintet. Een mens zou bij het horen ervan aan hoogmoed kunnen gaan denken. Maar niets is minder waar. Deze termen zijn geen superlatieven, maar aanduidingen van onschatbare betekenis. Want Murray, Harris, Jamaaladeen Tacuma, Calvin Weston en Jan Kuiper zijn unieke grootheden, die samen, ja inderdaad, een superkwintet vormen. Dat de gehele Afro-Amerikaanse traditie bestrijkt en tegelijk ook nog de Noord-Amerikaanse muzikale vermaakcultuur op zak heeft. Ten gehore bracht middels ademstollende technieken.
Calvin Weston, G Ra, Craig Harris
Dat laat het kwintet telkens blijken met zijn handelsmerk: beginnen met eenvoudige muzikale motiefjes, melodietjes eigenlijk en die uitbouwen tot kolossale klanksculpturen. Geworteld in vérgaande improvisaties, donderende collectieven en imposante soli. Een voorbeeld hiervan was het openingsstuk ‘Eddie Who’, opgedragen aan de in 1996 overleden tenorsaxofonist Eddie Harris. Unisono zette het vijftal in, waarna David Murray met een reuzensolo de harmonie openbrak. Om te worden opgevolgd door een razende Jan Kuiper, die Jimi Hendrix nieuw leven inblies, niet zozeer door deze gitaarheld te imiteren, maar door slagwerker Weston en bassist Tacuma met brekende ritmes in de voetsporen te laten treden van Mitch Mitchell en Noel Redding.
De individuele kwaliteiten van de groepsleden zijn al talloze keren geroemd. Maar toch: Jamaaladeen Tacuma’s bassolo in ‘Dreamscape’ deed Paradox letterlijk trillen. Hoor je ooit een trombone als bij Craig Harris, zo vol ‘vuile’ lucht, bijtend, wringend, maar vooral autonoom? En Calvin Westons slagwerk, dat zindert onder zijn reuzenkracht, waarbij hij zich voor de gelegenheid ook nog openbaarde als coloratuursopraan? Murray die leidt, vervormt en openbreekt en Jan Kuiper… Kuiper die zich moeiteloos staande houdt tussen dit fantastisch mooie muzikale geweld. En die met liefdevolle hand gast G Ra begeleidt, een zoals de groep zelf zegt ‘wordist’, die literair als een griotzanger de mysteries van Afrika aanraakt. Great Black Music op haar best, waar David Murray met een citaat uit ‘St. Louis Blues’ de strijd voor levensbehoud van de zwarte Amerikaan op de katoenvelden, vet onderstreept. Geweldig!
© Jazzenzo 2010