Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Cuong Vu heeft tweekoppig karakter

CONCERTRECENSIE. Lantaren-Venster Rotterdam, Cuong Vu & Scratch met Chris Speed, 12 mei 2007
beeld: Thomas Huisman
door: Mischa Andriessen

In een lang interview voor het televisieprogramma Vrije Geluiden vertelde Cuong Vu ooit dat hij eigenlijk een hekel heeft aan de trompet. Misschien dat hij daarom er alles aandoet om het instrument dat hij op wens van zijn vader bespeelt voortdurend anders te laten klinken. Naarmate zijn carrière vordert, vervormt hij zijn geluid steeds sterker met allerhande effectapparatuur.


Cuong Vu, Stomu Takeishi, Chris Speed  

Dat veelvuldig gebruik van effecten geeft Vu’s groepen een tamelijk modieus geluid dat niet door iedereen wordt gewaardeerd, maar dat ook mensen voor zijn muziek interesseert die normaliter niet zo van jazz houden. Wie de moeite neemt door die vervormde geluidsmuur heen te luisteren, hoort  een zeer lyrisch trompettist die een even melancholieke als dromerige sfeer weet te creëren. Bassist Stomu Takeishi is eveneens  een fervent gebruiker van effectapparatuur, maar hij is zeker zo sfeergevoelig en beschikt bovendien over een fabelachtige technische beheersing. Een extra reden om uit te kijken naar het optreden van Cuong Vu & Scratch  was het meespelen van saxofonist/klarinettist Chris Speed. Niet de meest technische, maar wel een van de inventiefste blazers. Zijn onorthodoxe spel is altijd avontuurlijk en expressief.

Het dubbelen van Speed op tenor en klarinet stelde Vu in staat twee kanten van zijn muziek over het voetlicht te brengen. De nummers met klarinet waren merendeels snel en jachtig, waarbij de schelle klank van het instrument de muziek sterk kleurt. In deze stukken klonken invloeden uit fusion en freejazz, maar ook uit dance en zelfs metal door. De nummers waarin Speed de sax oppakte, hebben een heel andere sfeer. Zij zijn trager, ruimtelijker en  ook wat sentimenteler. De liefelijke melodieën klonken vaak bedrieglijk eenvoudig, maar door de stuwende bas van Takeishi en het drijvende drumwerk van de betrekkelijk onbekende maar voortreffelijk drummende Ted Poor kregen deze nummers een intrinsieke spanning die bij vlagen in een hevige climax tot ontlading kwam. Het waren de betere stukken in de set omdat zij consistenter zijn, maar ze hebben de afwisseling met het venijnige, nerveuze materiaal nodig om de aandacht vast te houden. Een enkel stuk kwam van Vu meest recente cd “It’s mostly residual” uit 2005, maar het meeste materiaal was zo nieuw dat het nog geen titel had. Een heel nieuwe koers slaat Vu met deze nieuwe composities overigens niet in.

Niet alleen wat stijl betreft, maar ook qua impact heeft de muziek van Cuong Vu twee gezichten. Enerzijds weet zijn zangerige spel (echt zingen zoals hij bij Pat Metheny doet, deed hij in Lantaren-Venster niet) in combinatie met de opzwepende ritmes je bij momenten moeiteloos mee te slepen. Er gaat een zuigende werking uit van deze manier die ten dele wordt bewerkstelligt door het over elkaar heen leggen van diverse geluidslagen waardoor een zeer rijk geschakeerde en intrigerende collage van klanken ontstaat. Anderzijds heeft deze muziek ook de neiging je snel weer te verliezen. Het ene ogenblik ga je volledig op in de gecreëerde sfeer, het moment daarop lijkt die compleet te zijn verdwenen. Alsof de muziek niet tot de kern weet te komen. Dat kan aan de composities liggen. Het kan zijn dat de effectapparatuur toch een afstand schept. Cuong Vu’s muziek is heel bijzonder, maar lijkt ook iets te missen. Alsof het een mooie droom is waaruit je te snel weer ontwaakt.


© Jazzenzo 2010