The Hague Jazz geeft Den Haag weer festival van formaat - 1 CONCERTRECENSIE. The Hague Jazz, World Forum Convention Center Den Haag, 18 en 19 mei 2007
beeld: Geneviève Ruocco
door: Mischa Andriessen
Het vertrek van North Sea naar Rotterdam kwam hard aan in de hofstad. Vorig jaar werden twee nieuwe festivals in het leven geroepen die de lege plek moesten opvullen. Zowel The Hague Jazz als het Pure Jazz Fest slaagden daar met hun eerste editie niet direct in. Beide hadden onder meer te kampen met zwaar tegenvallende bezoekersaantallen. Of het Pure Jazz Fest dit jaar doorgang zal vinden, is nog steeds de vraag. The Hague Jazz kreeg echter wel meteen een vervolg en wist zelfs op de tweede festivaldag helemaal uitverkocht te raken. In een jaar tijd is het uitgegroeid tot een festival van formaat. Waar het programma van de voorgaande aflevering nogal behoudend was, bleek er dit jaar wat meer ruimte voor avontuur. Op de keper beschouwd, is het festival nog steeds wat braaf, maar dat past wel weer uitstekend bij Den Haag.
Slide Hampton, Percy Sledge (op de foto geflankeerd door zijn vrouw) en Allan Holdsworth speelden onder meer op de openingsdag van het The Hague Jazz festival
Zwerven
Voor de bezoeker valt of staat een groot festival met de juiste keuzes. Switchen is moeilijk, daarvoor liggen de zalen te ver uit elkaar of zijn zij te vol. De grote diversiteit in het programma maakt het er niet makkelijker op. Het ene podium biedt jazzrock, het andere jazz, latin, blues of funk. Ga je voor veilig en vertrouwd of laat je je verrassen met alle risico’s van dien? Het jazzrocksterrenteam Allan Holdsworth, Alan Pasqua, Jimmy Haslip en Chad Wackerman was zo’n gok. De virtuoze powerplay die in het genre gebruikelijk is, kent een grote schare bewonderaars, maar velen die het oeverloos gefreak verafschuwen. Een aantal toppers in deze stiel aan het werk zien zou de vooroordelen om zeep kunnen helpen, maar het pakte niet zo uit. Sommige kloven zijn klaarblijkelijk onoverbrugbaar. De afkeer van de sound en de neiging onnodig te compliceren, is te groot. Dat is persoonlijk, zonder meer, maar erover heen stappen lukte niet en dus begon het zwerven, het zoeken in het programmaboekje; welke zaal is dit? Wie spelen hier? Veel belovend klonk het optreden van Quincy. Een jong kwintet dat verzorgde, maar niet te gladde bop speelt. Na twee nummers moesten echter de plaatsen worden ingenomen in Chez Ella de grootste zaal van het evenement. Daar zou een giganten op de affiche optreden: Trombonist Slide Hampton.
Slide Hampton plays Jobim
Eigenlijk heet hij Locksley Hampton, maar om verwarring te voorkomen met de legendarische vibrafonist Lionel Hampton in wiens band hij begon, nam hij een naam aan die verwijst naar het instrument dat hij bespeelt: de schuiftrombone. Op The Hague Jazz speelde de vijfenzeventigjarige Hampton met zijn sextet een uitgebalanceerde set die volledig gewijd was aan de muziek van de Braziliaanse componist Antonio Carlos Jobim. Wereldberoemde samba’s die door Hampton cum suis qua sfeer zeer dicht op de huid van het origineel werden gespeeld, maar door de andere instrumentatie en het grote vakmanschap van de zes muzikanten toch opmerkelijk fris klonken. Hampton is na een lange carrière een bijzonder efficiënte blazer geworden die zich telkens op het juiste moment geeft en precies genoeg afwisseling in zijn solo’s brengt om interessant te blijven. Ook zijn medemuzikanten, de subtiele trompettist/zanger Claudio Roditi voorop, waren nergens overdadig en hoewel iedereen om beurten steeds keurig zijn solootje afdraaide ook niet te routineus. Met zoveel effectief aangewende klasse is een uur zo voorbij.
Claudio Roditi (Slide Hampton) en bassist Jimmy Haslip (Allan Holdsworth). Ook de groep Ladysmith Black Mambazo (foto midden) deed het festival aan
State of Monc
Dat de tweede editie van The Hague Jazz een onverwacht groot succes was in vergelijking tot de eerste aflevering is mogelijk te danken aan een afgewogen programmering waarin naast een gedegen selectie van bekende artiesten ook veel jonge, hippe groepen aan bod kwamen waardoor het festival voor verschillende publieksgroepen interessant werd.
State of Monc is zo’n gezelschap dat een jonge generatie jazz- en danceliefhebbers aanspreekt. De muziek van de groep is opzwepend en brutaal en komt daardoor op het podium veel beter tot zijn recht dan op de vorig jaar verschenen debuut cd. De organisatie had heel slim in de zalen waarin dergelijke crossoverbands optraden de stoelen weggelaten en er zelfs een bar in geplaatst, waardoor in vergelijking met North Sea dat jarenlang op dezelfde plek gehuisvest was, er genoeg sfeer en ruimte was vrijgemaakt om te kunnen dansen. Met hun zelfverzekerde houding en keiharde beats kreeg State of Monc de zaal moeiteloos plat. Wat zij doen is niet erg subtiel, maar wel dodelijk effectief. De bakermat van deze hippe dansmuziek die in State of Monc en Monsieur Dubois de beste vertegenwoordigers heeft, is Rotterdam, waar klaarblijkelijk een jazzscene is ontstaan met een stijlopvatting die wezenlijk verschilt van de jazz die uit andere steden naar buiten komt. De muziek heeft duidelijke wortels in de funkjazz van eind jaren zestig, begin jaren zeventig en is ten dele ook schatplichtig aan musici als Courtney Pine die ook een brug tussen dance en jazz hebben geprobeerd te slaan. Een groot deel van het (jonge) publiek kent deze voorbeelden niet en bovendien staat nergens geschreven dat goede muziek volledig nieuw moet zijn. State of Monc is heel goed in wat zij doet. Bij de cd zijn wellicht nog wel wat bedenkingen te formuleren, maar live vallen de bezwaren grotendeels weg.
Nueva Manteca & Jazz Orchestra of the Concertgebouw o.l.v. Johan Plomp, de Industrial Jazz Group en drummer Dennis Mackrel (Slide Hampton)
Industrial Jazz Group
Experimentele muziek kwam weinig of niet aan bod op The Hague Jazz. Dat is jammer maar niet onverstandig. Verstilde en/of moeilijke jazz komt in de festivalsetting vaak slecht tot zijn recht. In Lantaren-Venster of het Bimhuis zou zoiets bijvoorbeeld ondenkbaar zijn, maar bij The Hague Jazz werd tijdens sommige concerten stevig met vrienden gebeld: “Ik zit hier bij Bennink, echt onwijs goed man, je moet hierheen komen, maar ik ga hangen want zij zijn alweer begonnen”.
De Industrial Jazz Group was op papier een van de weinige vertegenwoordigers van het experiment. In de praktijk viel dat erg mee. Of tegen. Het grote, bont uitgedoste gezelschap is gespecialiseerd in vrolijke anarchie, maar dan wel van het gedirigeerde soort. Een kruising tussen Frank Zappa, Kurt Weill en Willem Breuker . Niet zo goed als deze drie verwanten, maar wel heel erg aanstekelijk in zijn enthousiasme. De zangeres die de prettig gestoorde aankondigingen verzorgde, sprong zo gauw haar werk erop zat de zaal in en begon te dansen. In het publiek bleken gelukkig voldoende medestanders in de gekte. Feestgangers genoeg op The Hague Jazz.
“We’re from L.A., as if that weren’t obvious” zei pianist/bandleider Andrew Durkin. Dat was inderdaad wel duidelijk. Een dergelijke onbevangenheid zie je wel vaker bij bands uit die contreien. Het sympathieke is dat het allemaal gemeend overkomt. De lolligheid is niet bedoeld om te maskeren dat de muziek in wezen niet heel bijzonder is. Die lol is echt. De Industrial Jazz Group, waarin ergens op de tweede rij verstopt de Nederlandse trombonist Wolter Wierbos meespeelde, is misschien een onorthodoxe feestband. Het is voor alles een feestband.
Trombonist Slide Hampton en fluitist Andres Boiarsky. Publiekstrekker Percy Sledge in zaal Chez Ella
Percy Sledge & The Aces
Hoewel het festival erg goed werd bezocht en op de tweede dag zelfs compleet was uitverkocht, viel het met de drukte erg mee. Bij de oude soultopper Percy Sledge moesten echter drommen mensen buiten blijven, omdat niemand de kans wilde laten schieten de wereldberoemde zanger van “When a man loves a woman” aan het werk te zien. Begeleidingsband The Aces warmde met twee gelikt uitgevoerde blues- en soulstampers de zaal op en gaf toen ruim baan aan de legende: een kleine, gezette man wiens zangkwaliteit tot een onacceptabel peil bleek gedaald. Velen zagen gelijk in dat er geen kans op verbetering was. Anderen konden hun oren niet geloven en hielden nog even stand om daarna in allerijl de zaal te verlaten. Bij de zaaldeuren maakten mensen ruzie met de portiers die een ontmoeting met het idool in de weg stonden. Voor degenen die weer veilig buiten waren, was de legende echter al lang geen legende meer.
© Jazzenzo 2010