Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

The Hague Jazz geeft Den Haag weer festival van formaat - 2

CONCERTRECENSIE. World Forum Convention Center Den Haag, The Hague Jazz, 18 en 19 mei 2007
beeld: Geneviève Ruocco
door: Mischa Andriessen

De tweede dag van The Hague Jazz bracht opnieuw een gevarieerd programma. Onder leiding van John Clayton trad de bigband van het Amsterdamse conservatorium met in de gelederen de geweldige trompettist Terell Stafford op net als een keur aan zangers en zangeressen; Gianmaria Testa, Hans Teeuwen, Tania Maria en Robin McKelle. Er was plaats ingeruimd voor gevestigde grootheden als Jan Akkerman, Solomon Burke en Al di Meola, maar ook voor een groep als !Rythem waarvan de gemiddelde leeftijd onder de twintig ligt. De uitverkochte tweede dag bleek ook aanmerkelijk drukker, het optreden van het Zweedse Koop trok bijvoorbeeld zoveel bekijks dat laatkomers geen kans meer hadden de zaal binnen te komen.


Hans Teeuwen maakte zijn jazzfestivaldebuut, Ernst Glerum blonk uit in twee formaties en zangeres Robin McKelle vermaakte zich prima met een publieksgast tijdens de slotdag van The Hague Jazz 

Bennink, Borstlap, Glerum
Het trio Bennink, Borstlap, Glerum bleek een droomstart. De namen van het trio zijn weliswaar in alfabetische volgorde gerangschikt, maar het was inderdaad Han Bennink die de toon zette. Met een voor zijn doen uitgebreide drumset liet hij zich op zijn bekende, maar nog altijd ongeëvenaarde wijze gaan. De show die hij opvoert, doet het live altijd bijzonder goed, maar het knappe van Bennink is dat hij te midden van alle grappen, grollen en gimmicks altijd overeind blijft als een imponerende drummer die onnavolgbaar kan swingen. De herhalingsfactor mag dan na al die jaren hoog zijn, zeker als je hem al eens aan het werk hebt gezien, hij blijkt echter toch elke keer weer in staat om in het vuur van het spel nieuwe dingen te ontdekken.

Dat klinkt veel eenvoudiger dan het in werkelijkheid is. Samen met Ernst Glerum vormt Bennink een ritmeduo van wereldformaat. Dat bewezen zij eerder al bij Benjamin Herman en nu onbetwist ook in de samenwerking met Michiel Borstlap. In een zeer gevarieerde set, waarin de drie vrij improviseerden met opvallend veel Monk-thema’s als rode draad, bereikte het trio schijnbaar moeiteloos een absoluut topniveau. Net als zijn twee oudere collega’s kent Borstlap zijn klassiekers, maar hij verkent ook even makkelijk nieuwe wegen. Hij is wat dat betreft een alleskunner die zich in het begeleiden van zangeressen als Trijntje Oosterhuis en Edsila Rombley klaarblijkelijk even goed thuis voelt als in de veel vrijere jazz die hij met Bennink en Glerum speelt. Zijn spel heeft als grote kwaliteit transparant te blijven zonder in voorspelbaarheid te vervallen. Daardoor waren de vrije improvisaties goed te volgen zonder dat zij aan spanning inboetten. Volgens sommigen lijken alle pianotrio’s op elkaar. Wie Bennink, Borstlap, Glerum heeft gezien, kan moeilijk volhouden dat dit waar is.

Monsieur Dubois
Monsieur Dubois deed op zaterdag nog eens dunnetjes over wat hun stadgenoten State of Monc een dag eerder ook lukte: Glen’s Blue Note omtoveren tot een dampende danstent. De Rotterdammers hebben een paar ijzersterke nummers en helaas toch ook een aantal mindere. Dat is live geen groot probleem. Het danspubliek dat een vette groove belangrijker dan melodische variatie vindt, wordt door de band op zijn wenken bediend. De beats voeren weliswaar de boventoon, maar Monsieur Dubois heeft meer in huis dan domme danskracht. Op de eerdaags te verschijnen nieuwe cd spreiden zij hun talent hopelijk wat evenwichter ten toon dan op het vorig jaar uitgebrachte debuut. Live brengt de groep echter heel trefzeker opzwepende jazz van nu.

 
Michiel Borstlap en Han Bennink (rechts) traden met Glerum aan in de Miles' Home. Contrabassist John Clayton speelde met trompettist Terell Stafford en de Big Band Amsterdam in zaal Chez Ella

Jean-Luc Ponty
De overgang naar het concert van vioolvirtuoos Jean-Luc Ponty kon niet groter zijn. De  Fransman heeft zijn ruige jaren al lang weer achter de rug en maakt nu tot in de haarwortels verzorgde muziek. Breed georkestreerde wereldjazz, enigszins verwant aan wat Joe Zawinul de laatste jaren doet. Fantastische musici, maar tot wat bezadigde muziek. Komend uit de kolkende zaal waar Monsieur Dubois optrad, was het net alsof je bij Jean-Luc Ponty een receptie binnenstapte. Iemand was blijkbaar vijftig jaar bij kantoor.

Benjamin Herman Kwartet
Het optreden van het Benjamin Herman Kwartet begon om onduidelijke redenen een half uur later dan gepland, maar wie is blijven wachten, werd volop beloond. Met Joost Kroon in plaats van Han Bennink achter de drums zetten Herman, Ernst Glerum en Anton Goudsmit een opzwepende set neer, waarin vooral Goudsmit ontketend leek. Het spel van Joost Kroon is niet zo speels ontregelend als dat van Bennink, maar zijn superstrakke groove zorgt voor meer lijn in de gespeelde stukken. Met name Goudsmit liet zich op een goede manier door Kroon opjutten en verloor zich minder in de grappen waartoe het spel van Bennink kan uitnodigen. Als hij zo in vorm is, heeft Goudsmit van geen enkele gitarist concurrentie te duchten. Zijn in blues gedrenkte spel past bovendien perfect bij Hermans soulvolle spel. Ten slotte ere wie ere toekomt. Dat de stijlvolle bassist Ernst Glerum bij de twee beste optredens van het festival betrokken was, is alles behalve toeval.


Benjamin Herman, Terell Stafford. Jazzangeres Robin McKelle bracht haar kwartet mee naar Den Haag 

Robin McKelle Quartet
Robin McKelle is een jazzzangeres die het geaffecteerde van veel van haar collega’s gelukkig ontbeert al ontkomt ook zij niet helemaal aan de gebaartjes en het gebabbel. Zij bleek een sterke podiumpersoonlijkheid die in haar rode jurk opvallend scherp afstak bij haar wat duffe begeleidingsband. Dat beetje extra kan zij ook wel gebruiken. Haar stem heeft dan wel van zichzelf een kraak en een snikje waardoor meer emotie in haar zang lijkt te zitten dan er werkelijk inzit, het meeste materiaal dat zij brengt, zoals “The world on a string”, is dood gekookt. Daar kan haar enthousiasme niets aan veranderen. Met het vierde nummer in de set bewees McKelle dat zij wel degelijk in staat is om de emotie naar het publiek over te brengen, maar zowel het merendeel van haar songs als haar begeleidingsband neigden naar het plichtmatige (het kwartet had de dag daarvoor in Marokko opgetreden, wellicht speelde dat mee). McKelle zou de country/popachtige directheid in haar stem waarschijnlijk veel beter kunnen uitbuiten in minder oubollig repertoire. Zoals zij ook baat zou hebben bij een weerbarstige begeleiding, een ruige gitarist erbij, of een stevige blazer. Nu bleef haar optreden over het geheel genomen echter te vlak.  

Verleidelijk
Het is verleidelijk om The Hague Jazz te vergelijken met North Sea. Wat het inrichten van de ruimtes en het aantal bezoekers dat wordt toegelaten doet de organisatie  van The Hague Jazz het in elk geval aanzienlijk beter. Net als bij North Sea staan er tamelijk veel artiesten op het affiche die hooguit zijdelings met jazz te maken hebben. Omdat The Hague Jazz een veel kleinschaliger programma biedt, is het voor de jazzliefhebber daarom toch nog wel eens zoeken naar een geschikte act. Er staan bovendien wel veel gevestigde namen op de bill, waarvan een deel bovendien duidelijk over zijn hoogtepunt heen is. Daar staat tegenover dat ook veel jonge en/of onbekende groepen op het festival aan bod komen.  De organisatie verdient echter niets dan lof voor het feit dat zij in zo een korte tijd een nieuw festival op de kaart heeft kunnen zetten. Na een stille en wat al te braaf geprogrammeerde eerste editie lijkt nu een geslaagde formule gevonden te zijn die gelukkig ook voldoende publiek trekt om levensvatbaar te zijn. Den Haag heeft (en daar zijn zij in de hofstad heel blij mee) weer een jazzfestival terug. De liefhebbers van jazz hebben er weer een bij.


© Jazzenzo 2010