Veelzijdige Carter indrukwekkend maar fragmentarisch CONCERTRECENSIE. Bimhuis Amsterdam, James Carter Organ Trio, 16 mei 2007
beeld: Ger Koelemij
door: Tim Sprangers
Heeft het James Carter Organ Trio een filosofie? Carter is wars van hokjes en conservatieve theoretische leermethodes van conservatoria. Muziek maken draait om de uitdaging met jezelf; niet om het gevoelloos en bekrompen vertolken van tablatuur. Elk nummer moet beleefd en geleefd worden en moet zodoende elke wijze van spelen ondergaan. Jazz is spannend en verkennend. Het zijn boeiende muzikale gedachten, die hij geregeld met het optreden in het Bimhuis bevestigt. Toch was het concert niet onderhoudend, doordat Carter te overhaast zijn eigen mogelijkheden wilde laten zien. Het concert kreeg zodoende een versnipperende en verhaalloze identiteit.
Het James Carter Organ Trio was ook in 2005 te gast in het Bimhuis
Carter speelde als zestienjarig ventje in de band van Wynton Marsalis. De conservatieve visie van traditionalist Marsalis lijkt tegengesteld te hebben gewerkt aan het huidige spel van Carter. De geluiden en ook melodieën die de saxofonist/klarinettist/fluitist uit zijn instrumenten haalt, kunnen omschreven worden in tal van bijvoeglijke naamwoorden. Rochelend, knarsend, schreeuwend, krijsend, fluisterend, exploderend, aanwakkerend, twijfelend, overtuigend, bruisend, bombastisch, pochend, trotserend, naar climax toewerkend.
Misschien dat elk mogelijk muzikaal kenmerk wel van toepassing is op het spel van de 37-jarige Amerikaan. Het bewijst zijn gedurfde veelzijdigheid. Liefjes kan hij als een nachtegaal met zijn dwarsfluit nummers inleiden; alsof het de soundtrack is voor het nieuwste kindersprookje van Walt Disney. Even later horen we onvoorstelbaar vuige kreten; alsof een slapstick-horrorfilm van geluid wordt voorzien. Carter is constant op zoek naar de grenzen van geluiden. Hij weet dat deze er niet zijn en probeert dit zijn publiek duidelijk te maken.
Deze missie vergt een totale beheersing van zijn instrumenten. Op nonchalante wijze laat hij duidelijk merken dat hij beschikt over deze eigenschap. Af en toe een handje los en wat lauwe lachjes en cynische grapjes, kenmerken de houding van Carter. Dit schaadt helaas zijn imago; je neemt hem minder serieus en het relativeert zijn spel. Want, hoewel zijn praktijken imponerend en razend knap zijn, mist zijn spel eigenlijk elke vorm van diepgang. Op enkele mooie ladders met Coltrane-achtige allure na, zijn elke toon en uithaal weliswaar interessant, maar vaak zo wanhopig op zoek naar contrasten, dat zij geïsoleerd raken. Zijn maniertjes lijken op den duur een kunstje te worden.
Daarbij wordt Carter zeker niet geholpen door het groepsgeluid. De begeleiding bestaat veelal uit laffe en uitgekauwde bluesjes. Hammond B3-speler Gerard Gibbs speelt funky maar saai. Hij borduurt niet voort op de bluestraditie van Jimmy Smith, maar is hier op slappe wijze in blijven hangen. Gibbs liet via oude trucjes het publiek joelen, door afwachtend de spanning op te bouwen. Tonen lang laten hangen in de functie van suspension, kenmerkend voor de Hammond, is leuk, maar gaat na herhaling vervelen. Drummer Leonard King speelde wat slordig. Vooral in het begin van de eerste set miste hij geregeld de nodige maten. Dat is jammer voor een muzikant die voornamelijk in dienst staat van zijn metgezellen. Toch gaf hij naarmate het concert vorderde met de nodige subtiliteit zijn onopgesmukte stijl de nodige glans.
James Carter laat, volledig conform zijn muzikale visie, zien dat muziek geleefd moet worden. Hij pakt composities vol overtuiging met beide handen aan en laat daarmee zien dat hij zijn instrumenten in alle facetten onder controle heeft. Zijn veelzijdigheid is echter zo gehaast dat het fragmentarische karakter overheerst. De opmerkelijk vaak gebruikte standaard bluesschema’s van Gibbs en King geven Carter de ruimte zijn rijke bagage tentoon te spreiden maar Gibbs gaat hier te enthousiast mee om. Het zou interessant zijn als hij met zijn kwaliteiten de rust zou nemen om niet de eindeloze kwalitatieve mogelijkheden van muziek te verkennen, maar zich zou richten op inhoudelijke diepgang.
© Jazzenzo 2010