Rudder is fantastische eend in de bijt CONCERTRECENSIE. Rudder, Paradox, Tilburg, 3 november 2010. Rudders muziek wordt gekenmerkt door een enorme drijfkracht. Die wordt veroorzaakt door basgitarist Tim Lefebvre, maar vooral door slagwerker Keith Carlock. Hij is van het type krachtpatsers als Elvin Jones, Rashied Ali en Joey Baron, alleen koppelt Carlock er ook nog een onafzienbare dosis fantasie aan vast. De dansbaarheid, onvoorspelbaarheid, vette tempowisselingen en de ritmiek als die van een rollend schip, alle kenmerken van Rudder, liggen derhalve vooral in de technisch alles kunnende handen van Carlock en Lefebvre.
beeld: Stef Mennens
door: Rinus van der Heijden
Voor het enige concert in Nederland deed het Amerikaanse kwartet Rudder deze avond Paradox aan. Van de groep, die in New York een sensatie losweekte was de faam al vooruit gesneld, want het Tilburgse muziekpodium was in een oogwenk uitverkocht. Als je je in het Mekka van het Amerikaanse muziekleven de status van een legende kunt verwerven, dan moet er wat aan de hand zijn. Conclusie na Tilburg: dat is het ook, want Rudder zorgde voor een fenomenaal optreden.
![]()
Een weergaloze Rudder in Paradox.
Prachtig is telkens de opbouw van de stukken. Vogelgetjilp, voortkomend uit de elektronica van toetsenist Henry Hey zorgt voor een nazomersfeertje. Heel kort echter. Want als een vrachtwagen die een pui binnen rijdt, komt de klap van basgitaar en slagwerk en trekken de vier Rudderleden de muziek weer in het spoor van snelheid, onontkoombaarheid en groove, vooral veel groove.
Opvallend in Tilburg was de tamelijk bescheiden rol van tenorsaxofonist Chris Cheek. Meestal is een saxofonist iemand die alle aandacht naar zich toetrekt, maar bij Rudder ligt de nadruk toch echt op de drie anderen. Cheek toonde zich nergens een mannetjesputter, zijn lijnen waren zachtaardig van aard. Cheek is vooral een intellectuele musicus, iemand die nadenkt voordat hij iets neerzet. Dat klinkt in de mengeling van jazz, rock, funk, punk en amusementsmuziek bijna als een tegenstelling, maar binnen het concept van Rudder past Cheeks spelopvatting perfect. Erbuiten zou je hem kunnen omschrijven als een middelmatige saxofonist.
![]()
Rudder houdt van overrompeling.
Op de beker van zijn instrument had Chris Cheek een vervormer geplaatst. Met pedalen kon hij daarmee de klank regelen. Dat droeg bij aan de soms zinsbegoochelende effecten die Rudder door zijn muziek strooit. Ook de synthesizers, orgel en Rhodes van Henry Hey verschaffen hem talloze mogelijkheden om de ene keer een deuntje als uit een Broadwaymusical tevoorschijn te toveren en een andere keer als Sergio Mendes de muziek weer tot danspasjes te bewegen. Om vervolgens de drijfkracht van het geheel naar het hoogste plan te hijsen.
Rudder houdt van overrompeling, dat mag duidelijk zijn. Snoeihard volume, grillige improvisaties, zwaar aangezette baslijnen, de heksenketel van het slagwerk en de melodische en harmonische bijdragen van toetsen en saxofoon creëren een ongehoord concept. Dat wortelt in de traditie van jazz maar strekt meteen de armen uit naar de eenvoud van rock en daarmee naar nieuw publiek. De hardcore groove van Rudder draagt daar in belangrijke mate aan bij, maar het is ook de durf om te experimenteren, die van Rudder een fantastische eend in de bijt maakt.
© Jazzenzo 2010