CSS Drop Down Menu by PureCSSMenu.com



Edward de Leau (Borstlap vraagt K…): goed gezien Jan :)
Marcel Roelofs (The Thing in Utre…): THE THING & OTOMO spelen ook in Grand Theatre Groningen. Op zondagmiddag 10 oktober 16.00 uur
Jan Smelik (Borstlap vraagt K…): Op de programmabeschrijving staat zanger Lori Lieberman, maar waarschijnlijk wordt er zangeres bedoel…
Manon (Aangrijpende eenh…): Deze mooie combinatie staat aanstaande zaterdag (za 4 sep)op het podium van de SJU. Voor meer informa…
Hans (Rik Mol – Funk on…): Dag Helmer, gram halen, mijn eigen band? The Mirror Conspiracy? ... sorry maar ik denk dat je mij …
Helmer (Rik Mol – Funk on…): Hans, probeer je hier onder een valse naam je gram te halen? Als je echt bagger wilt horen moet je na…
Hans (Rik Mol – Funk on…): Wat een bagger plaat is dit zeg! ... zelfs voor Nu-Funk/Nu-Soul/Nu-Jazz begrippen weinig origineels..…
Harry Steenvoorde… (Abbey Lincoln ove…): Abbey Lincoln! Ach wat jammer….Een geweldige jazz-zangeres (en –componist trouwens). Met die mooie br…
Paul Pouwer (Willem Breuker ov…): Het veel te vroeg overlijden van een uniek, hard werkende componist / muzikant en orkestleider. Voor …
Ton (Dr Lonnie Smith b…): Persoonlijk dommel ik in als de recensent weer eens over "ontregelen" begint. Over verzadigd raken ge…
Paul van Kemenade… (Willem Breuker ov…): Zeer, zeer spijtig; een open en vrije geest, een begenadigd muzikant, componist , organisator en insp…
bram vera (Regenorchester me…): spannend!
ruud (Jazz als levensel…): Inderdaad SB, staat ook op joeptjoep. en daarnaast ook nog take five (maar zat ie er daar een paar ke…
Paul Karting (70.000 bezoekers …): 165 artiesten ??
Sb (Jazz als levensel…): Speelde Stevie Wonder niet Giant Steps in plaats van Impressions?
Rutger (Christian Scott t…): Vind de kritiek op Ornette Coleman onterecht. Als je naar een energiek, vernieuwend concert wil ben j…
Sybren Renema (Sonny Rollins en …): De toegift van Sonny Rollins was Don't stop the carnival, niet St Thomas. Daarvan speelde hij alleen …
Ger Schäfer (Avant-gardist Ham…): Goede recensie en helemaal met de juiste essentie. Onbegrijpelijk dat er niet meer mensen op de conce…
Rens (Dr Lonnie Smith b…): Het was een enerverende avond volop genoten en totaal niet weggedommeld
gunter hampel (Avant-gardist Ham…): hey, thx for considering.if anyone likes to know more, here is my website www.gunterhampelmusi…
Stephan Ludwig (Gratis jazzfestiv…): Dit jaar voor de 5e maal het Jazz festival van Wijk bij Duurstede bezocht. Ook dit jaar weer een perf…
audio.gio (Programma The Hag…): Als je het vanuit de diepe binnenlanden van de jazzwereld bekijkt is het misschien geen jazz. Maar al…
Ron (Barnicle Bill Tri…): "Maar de invulling is vernieuwend en biedt toch weer een andere kijk op deze soms grijs gespeelde jaz…
Tony (Barnicle Bill Tri…): "Standards kunnen soms vervelen" Met die onzinnige openingsfrase heeft mevrouw Groen zich al Gediskw…
Michel Holla (Simin Tander op n…): www.youtube.com/profile?user=mich.. Als jullie meer willen zien van Simin neem dan eens een k…
koen (Simin Tander op n…): Simin! Wat een mooie recensie, ik ben zo benieuwd naar de CD!
Mike (Radio 6 zendt Ton…): Te gek! Twee jaar geleden Braff/Truffaz gezien in de Ardennen samen met zangeres Sophie Hunger (wat e…
Ton (North Sea Jazz Fe…): Meneer Wonder heeft in elk geval heel veel mooie muziek gemaakt, beinvloed door jazz en op zijn beurt…
Ton (Chris Potter blaa…): De jazzenzo-recensent kan weer eens gedachten lezen. Laat dat giswerk over wat iemand wel of niet beo…
daniel (North Sea Jazz Fe…): Songs in the key of live - bijna jazzplaat
Hilde Slinger (Jazzpianist Hank …): Hank was behalve een briljant pianist een gezellige, warme man! Cees en ik hebben wat met hem afgelac…
angeline (Chris Potter blaa…): Waren jullie bij hetzelfde concert???
martin ulbink (Jazzpianist Hank …): Er blijkt nog veel materiaal van Hank Jones op de plank te liggen. Volgend jaar verschijnt een gloedn…
Rik Struis (Jazzpianist Hank …): Bijzonder spijtig, had Hank Jones graag nog eens aan het werk gezien al heb ik zijn concert met Joe L…
koen (Chris Potter blaa…): Wat was dit een slecht concert inderdaad, het had niks met muziek te maken, elke muzikaliteit werd we…
Joep van Leeuwen (Fysieke makken, a…): Goed verslag van het concert op 21/04....... maar wat bedoel je met "de hoofdmoot is het bluesthema" …
vera vingerhoeds (Nederlandse jazzf…): Van het VPRO Tonejazz Festival zijn alle opnames op Radio 6 terug te horen in de maand juni, en achte…
Danielle (Soms ontroerende …): Als je de URL volgt kun je People, Places & Things als kwartet zien. Ook nog morgen (woensdag 12 mei)…
Tom (Parker/Barrett/Va…): Evan Parker / Barry Guy / Paul Lytton (UK) vanche (B) 15 mei 2010 de Singer, Rijkevorsel
Maarten (Legendarische sla…): Summertime, Crying in The Chapel, Straight No Chaser? Ik weet niet welk concert van Roy Haynes uw rec…
heidi (Nederlandse jazzf…): Is het festival in Breda besmet of niet goed genoeg?
Tom Baeten (Soms ontroerende …): Vrijdag speelt het kwartet in Rijkevorsel. Ik kijk ernaar uit!
Chris Geurink (Michiel Borstlap …): Ik heb Michiel Borstlap met z'n soloprogramma in Apeldoorn gezien en had moeite om niet in slaap te v…
Tony (North Sea Jazz Fe…): Stevie Wonder jazz??? Doe niet zo belachelijk!! Drie maten All Blues maken je nog geen jazzmuzikant. …
vera vingerhoeds (Anton Goudsmit ne…): Van de VPRO/Boy Edgarprijs-uitreiking aan Anton Goudsmit zijn nu 6 video's te zien en zijn alle conce…
ruud de quay (North Sea Jazz Fe…): dank voor deze update. gaan we weer. ornetteket! 1 ding. hou da wel ar nu eindelijk eens mee op! stev…
Berthil Busstra (Ed Verhoeff – Slo…): natuurlijk! Het klopt helemaal! Hans is een enorme houthakker, Ed maakt saaie stukken, Lo kan niet zi…
Maarten Derksen (Pianist John Tayl…): Nog tamelijk recent gaven John Taylor en Kenny Wheeler een prachtig concert in de (Rotterdamse) St La…
Jelle (Ruben Samama wint…): Zijn er geen (video)opnamen van de finale gemaakt? Zou graag wel wat willen terugzien.
Maarten (Willem Breuker wi…): Goed gedaan van Willem. Waar andere kunstenaars nadat ze beroep aantekenden schikten met het NFPK, we…
Sjaak Tilburg (Het ongrijpbare u…): Prachtig die bijbelteksten en muziekale sessies die hier beschreven worden, dankuwel!
mike (Rapper Guru (Jazz…): Diep respect voor the Guru. Werkelijk een van pioniers die hip- hop en jazz samenbracht op een ongelo…
Tielke (Ruben Samama wint…): jazznerd schreef: "In de finale versloeg hij de twee andere finalisten wat heeft dit te betekenen? " …
Loek (Bassist Hein Van …): Een groot verlies voor de Nederlandse én Nederlandse jazzscene. Hopelijk komt hij over een paar jaar …
Kim (Satori Society - …): Ik bedoel natuurlijk dat ( en zeker voor mij)het Zen-Boeddhisme geen Godsdienst is maar een levensove…
Kim (Satori Society - …): Het Boeddhisme is geen religie maar een levensovertuiging.Natuurlijk bedankt voor de recensie. Ik vin…
andre (Programma The Hag…): Ik woon in Den Haag, maar wacht wel tot NSJ. In Rotterdam. Waar overigens ook in Lantaren Venster vaa…
jazznerd (Ruben Samama wint…): "In de finale versloeg hij de twee andere finalisten" hahaha wat heeft dit te betekenen?
Jim (Ruben Samama wint…): Tony, Ruben is Nederlands, fijn dat je andere mensen iets gunt.
Tony (Ruben Samama wint…): Grappig dat de prijs weer "de grens" overgaat. Zegt dat iets over de kwaliteit van nederlandse musici…
31 Mrt '10 -Twee leerzame jaren in het Innovations in Modern Music Orkest

ELPEE ELDORADO
door: Peter Smids









Stan Kenton and his Orchestra 'Innovations in Modern Music'.

Na de ontbinding van zijn Progressive Jazz Orkest, dat actief was in het seizoen ‘47/’48, was 1949 voor Stan Kenton een sabbatsjaar. In 1950 begon hij aan een nieuw avontuur: het Innovations in Modern Music Orkest. Dit orkest had een hele bijzondere samenstelling: enerzijds een traditionele big bandbezetting met vijf trompetten, vijf trombones, vijf saxofoons en een vijfmans ritmesectie (inclusief een congaspeler), aangevuld met twee Engelse hoorns en een tuba. En anderzijds een strijkerssectie van zestien musici. Als je June Christy meerekent dan had Stan Kenton met zijn Innovations Orkest in totaal veertig muzikanten op de loonlijst staan.


Met de traditioneel opgebouwde saxofoonsectie (twee alten, twee tenoren, een bariton) was toch iets ongewoons aan de hand: om het sowieso reeds indrukwekkende kleurenscala van dit naar jazzbegrippen gigantische orkest nog wat te vergroten, was Stan Kenton op zoek naar saxofonisten die moeiteloos konden dubbelen.

Tijdens zijn sabbatsjaar had Stan Kenton altsaxofonist Bud Shank (1926-2009) uitgebreid in actie gezien als vervanger van Charlie Barnet in een tienmans all-starsband die optrad in The Million Dollar Theatre in het centrum van Los Angeles. Stan Kenton was er zeker van dat deze gedreven 23-jarige jongeling voldoende technische bagage en autoriteit zou hebben om zijn saxofoonsectie te kunnen aanvoeren. Voor het onderdeel altsaxofoon van deze tweeledige auditie was Bud Shank op voorhand met vlag en wimpel geslaagd, maar kon hij met evenveel gezag overweg met de dwarsfluit?

Omdat Shank ruim van tevoren wist dat hij een proeve van bekwaamheid zou moeten afleggen op dit destijds nog zeer zeldzame instrument sloeg hij als een wilde aan het studeren. Na die ene keer bij Kenton heeft Bud Shank in zijn lange carriere nooit meer ergens auditie hoeven doen.

Toen de selectieprocedure achter de rug was bleek Art Pepper (altsaxofoon en klarinet) zijn linkerbuurman te zijn, terwijl Bob Cooper (tenorsaxofoon en (alt)hobo), Bart Caldarell (tenorsaxofoon en fagot) en Bob Gioga (baritonsaxofoon en basklarinet) de saxofoonsectie completeerden.

Het is opvallend dat in dit enorme arsenaal aan blaasinstrumenten de sopraansaxofoon ontbreekt. Dat instrument zou in de jaren zestig, vooral door de voorbeeldfunctie van John Coltrane, aan een indrukwekkende opmars beginnen. Hoewel de sopraan een moeilijk bedwingbare lastpost is, plegen tegenwoordig bijna alle saxofonisten te dubbelen op dit eigenzinnige instrument.

Weg met het vibrato
Toen de Innovations-band een paar weken op stap was werd het misnoegen van Bud Shank over het stroeve draaien van de saxofoonsectie steeds groter. Hij realiseerde zich dat er drie mensen waren met een echte jazzintonatie en jazzfrasering: Art Pepper, Bob Cooper en hijzelf. De andere twee collega’s waren eigenlijk droogkloten, die nogal stijf en plechtstatig speelden. Shank was van mening dat Bart Caldarell (een klassiek georiënteerde speler) en Bob Gioga (een goedwillende baritonsaxofonist met beperkingen) al aan hun plafond zaten. Daarom kwam het neer op Shank, Pepper en Cooper, door Shank aangeduid als ‘The Three Brothers’,  om de saxofoonsectie op een hoger plan te krijgen.











The Innovations Orchestra


Op instigatie van Shank begonnen The Three Brothers fanatiek met elkaar te repeteren, op elk  willekeurig tijdstip tussen de busritten en de optredens door. Door hun partijen homogener en energieker te laten klinken hoopten zij de saxofoonsectie meer smoel te geven. Zij gokten er op dat hun twee stramme collega’s door hun inspirerende voorbeeld de geest zouden krijgen en zich op sleeptouw zouden laten nemen.

Bovendien hamerde Bud Shank er op dat er zonder vibrato gespeeld moest worden. De voorganger van Bud Shank, George Weidler, liet de saxofoonsectie van het Progressive Jazz Orkest altijd met een bijna wapperend vibrato spelen. Maar Bud Shank zag het als een heilige opdracht om zijn sectie zo strak en vibratoloos mogelijk te laten spelen. Als een soort Maarten Luther verweerde hij zich tegen de instructies van Stan Kenton: ‘Zo speel ik nou eenmaal, ik kan niet anders; en als het je niet bevalt, moet je me maar ontslaan.’

Dat was wel even slikken voor Kenton en de oudgedienden in de trompet- en de trombonesectie, maar uiteindelijk heeft het hele orkest het vibrato afgezworen. Bud Shank in een interview: “That was all my doing.” De leiderschapskwaliteiten van de jeugdige sectie-aanvoerder moeten niet gering zijn geweest want in de saxofoonsectie hebben zich geen mutaties voorgedaan tijdens de twee jaar dat het Innovations in Modern Music Orkest actief is geweest. ‘Artistry in Durability’, juichen de Kenton-duiders.

Het Innovations Orkest stond ook aan de wieg van de fluit- en hobofrontlinie waarmee Bud Shank en Bob Cooper in 1954 furore zouden maken. Om zich in te spelen voor een concert leefden ze zich in de kleedkamer vaak uit op fluit en hobo, aan de hand van kronkelige, veeleisende  bebopstukken als ‘Move’. Ze koesterden toen nog niet de geringste ambitie om heuse jazzsolo’s op die instrumenten te gaan spelen. Dat idee ontstond pas een paar jaar later toen Shank en Cooper deel uitmaakten van The Lighthouse All-Stars. Een van de elpees van de Lighthouse All-Stars, ‘Volume 4’, is zelfs helemaal aan deze zeldzame combinatie gewijd en draagt als ondertitel ‘Oboe/Flute’.

Raadselachtige Graettinger nog altijd spraakmakend
Drie arrangeurs bepalen in feite het gezicht van het Innovations Orkest: Pete Rugolo (die al sinds 1944 arrangementen aan Stan Kenton levert), Stan Kenton (die mede door de ‘symfonische’ bezetting tot een ongebruikelijk hoge productie wordt geïnspireerd) en Shorty Rogers (die bij Woody Herman een reputatie had opgebouwd als componist van hecht geconstrueerde, levendige, uitdagende arrangementen).

Maar de meest gedenkwaardige en nog altijd controversiële stukken zijn afkomstig van Bob Graettinger (1923-1957): hij is niet alleen de auteur van onconventionele stukken als ‘Incident in Jazz’, ‘House of Strings’ en ‘A Horn’, maar natuurlijk vooral van de vierdelige suite ‘City of Glass’.











City of Glass


Het Innovations Orkest had nogal wat werken op de lessenaars liggen, die je als ‘Third Stream Composities’ avant la lettre zou kunnen betitelen, maar niemand ging zo ver als Bob Graettinger in ‘City of Glass’. In de toelichting bij de Channel Crossings-cd van de Ebony Band met onbekend werk van Graettinger schrijft Henk Bernlef: ‘Bij Graettinger geen in secties onderverdeelde partijen, maar een benadering waarbij alle instrumenten gelijkwaardig werden behandeld in hectische, volgestouwde partituren, die in hun extatische klankexplosies en dynamische voortgang soms doen denken aan de hartstochtelijke muziek van de Nederlandse componist Matthijs Vermeulen.’

Graettinger heeft de eerste (big band)versie van ‘City of Glass’ geschreven voor het Progressive Jazz Orchestra, dat verder vrijwel uitsluitend werk van Pete Rugolo ten gehore placht te brengen. De eerste uitvoering had plaats op 20 april 1948 in Chicago’s  Civic Opera House. De bezoekers die deze première hebben bijgewoond moeten een sensatie hebben ondergaan die te vergelijken is met die van het publiek bij de eerste uitvoering van ‘Le Sacre du Printemps’ van Stravinsky op 29 mei 1913 in het Théatre des Champs Elysées in Parijs.

Helaas bestaat er van deze oerversie geen opname, omdat de American Federation of Musicians voor 1948 een opnameverbod had verordonneerd, dat pas op 14 december zou worden opgeheven en toen had Kenton zijn Progressive Jazz Orchestra al ontbonden.











'Stan Kenton conducts This Modern World composed by Bob Graetting'.

In 1951 spoorde Kenton zijn protégé Bob Graettinger aan om de visionaire suite nog eens onder handen te nemen en af te stemmen op de veertigmans Innovationsbezetting (big band plus extra blazers plus negentien strijkers). In feite is deze tweede versie een compleet nieuwe compositie, die nog maar een vage relatie heeft met het origineel. Dankzij de ontdekkingsreizen en het onvermoeibare archiefonderzoek van Werner Herbers zijn we in staat om de beide versies met elkaar te vergelijken. Dit via een cd van de Ebony Band onder leiding van Gunther Schuller, met als titel ‘City of Glass’ (Channel Crossings). De 1951-versie wordt gespeeld door een Ebony Band van 46 musici, zes man groter dan het Innovations Orkest!

Ook met de opvolger van het Innovations Orkest, de New Concepts of Artistry in Rhythm Band waarbij de arrangeurs Bill Russo en Bill Holman het vooral voor het zeggen hadden, heeft Kenton nog zeven arrangementen van Graettinger vastgelegd. Maar deze werken hebben een minder hermetische architectuur en een toeschietelijker karakter dan zijn nog altijd raadselachtige suite ‘City of Glass’. De cd Stan ‘Kenton plays Bob Graettinger/City of Glass’ (Capitol Jazz) bevat alle vijftien door Graettinger gearrangeerde tracks die Kenton, tussen 1947 en 1953, in de studio heeft vastgelegd.

Alle soli voor Art Pepper, verdiensten voor Bud Shank
Op 5 en 7 december 1951 is het Innovations Orkest voor de laatste keer bij elkaar, om ‘A Horn’ (een compositie van Graettinger, met een solorol voor John Graas) en de vier delen van ‘City of Glass’ vast te leggen. Bob Cooper (hobo) en Bud Shank (fluit) nemen de luchtige openingsmaten van het laatste deel voor hun rekening, dat vervolgens steeds granietachtiger begint te klinken. Voor Bud Shank is het een afscheid in stijl, want ook in alle voorgaande opnamesessies heeft Kenton nauwelijks een beroep gedaan op zijn talent als improvisator.

Overigens wist Bud Shank op voorhand dat alle altsolo’s exclusief voor Art Pepper waren en dat hij  ervoor werd betaald om de saxofoonsectie aan te voeren. Door een deel van het jazzpubliek werd Shank daardoor als een sukkel gezien: alle applaus en roem waren voor Art Pepper “while I was the cheap guy in the saxophone section”. Maar voor zijn werk als superambachtelijke waterdrager werd hij door Stan Kenton vorstelijk beloond: “I was the highest paid guy in the section, making $165 a week, while Art made $150.” Vijftig jaar later kan hij zich over deze beeldvorming nog kwaad maken. (Lees de Kenton Kronicles (Pasadena, 2000)  van Steven D. Harris er maar op na).

Behalve in het laatste deel van ‘City of Glass’, ‘Reflections’, zijn er nog vijf stukken door het Innovations Orkest vertolkt, waarin Bud Shank uit het collectief naar voren mocht treden. Op de allereerste opnamesessie, in februari 1950, was dat met een fluitsolo in ‘Soliloquy’. In dit beschouwelijke stuk bewijst componist Johnny Richards (die als Juan Cascales in Mexico is geboren) eer aan zijn wortels door opeens over te schakelen op een sereen Latijsamerikaans ritme. De trefzekere trombone van Milt Bernhart vormt een mooi contrast met de fluitslierten van Bud Shank.

‘In Veradero’ is een luchtig niemendalletje van Neal Hefti met een riedeltje voor dwarsfluit en een door Lester Young geïnspireerde tenorsolo van Bob Cooper. Door de hele band ook nog te laten meebrullen laat Hefti dit vederlichte werkje terecht komen in de categorie puberale south-of-the-border cafépret. Neal Hefti weet zich geen raad met de strijkers. Dit stuk staat haaks op de verheven bedoelingen die Kenton met zijn Innovations Orkest koesterde, en is pas vijf jaar na de opname op de markt gekomen (als onderdeel van de vier lp-doos ‘The Kenton Era’).











The Kenton Era


Stan Kenton had niet veel op met het arrangement dat Pete Rugolo voor ‘Love for Sale’ had geschreven. Maar om zijn chef-arrangeur niet voor het hoofd te stoten liet hij het stuk toch opnemen. Het werd een enorme hit en Kenton heeft het altijd op zijn repertoire gehouden. Het stuk is opgenomen in een periode (september 1950) dat de strijkerssectie naar huis is gestuurd. Aan het felle spel kun je horen dat de stoere binken van de big band daar helemaal niet rouwig om zijn. Mede dankzij congaspeler Miguel Ramon Rivera heeft ook dit stuk weer een Latijnsamerikaanse inslag, echter zonder het geringste spoortje oubolligheid.

De saxofoonsectie, onder aanvoering van een ontketende leider, gaat voorop in de strijd. Maar ook de rest van de band slooft zich geweldig uit om dit arrangement van zoveel mogelijk kleur en kracht  te voorzien. De triomfantelijke trombonesolo is van Harry Betts. Ook na zestig jaar klinkt deze ‘Love for Sale’ nog altijd opwindend, fris en intrigerend. Je begrijpt niet hoe Kenton er in eerste instantie zo naast kan hebben gezeten.

Bud Shank woedend op eigen meesterwerk
Er is maar één stuk waarin Bud Shank (op alt) als een volwaardige solist is te horen: ‘Theme for Alto’ van Pete Rugolo. Shank demonstreert hier twee gezichten: in het eerste deel zet hij het thema neer met een ouderwets Johnny Hodges/Benny Cartergeluid, met prachtig ingetogen tegenspel van trombonist Milt Bernhart. Vervolgens is er een deel - met een Latijnsamerikaans ritme - waarin we (te) kortstondig de ware Bud Shank horen: lenig, virtuoos, doelbewust, met een gepolijste toon.

Dan volgt een passende afronding. Een driedelig meesterwerkje met een lengte van tweeënhalve minuut. Maar hoe overtuigend Shank ook speelt in de enige solo die Kenton hem gunde, toch vindt hij dat hem met dit stuk groot onrecht is aangedaan. Vele jaren na dato kon hij er nog altijd woedend over worden: Pete Rugolo had dit stuk oorspronkelijk geschreven voor George Weidler tegen wiens speelstijl Bud Shank zich enorm had afgezet. Bovendien was er aan het eind van de betreffende opnamesessie slechts één opname van het stuk.











A presentation of Progressive Jazz'

Naar de mening van Shank had de compositie nooit op de plaat gezet mogen worden. Maar dat gebeurde wel: op de 30 cm-elpee ‘A Presentation of Progressive Jazz’ (Capitol  T 172), waarop ook George Weidler van de partij is met een opname uit 1947 van ‘Elegy for Alto’, eveneens gearrangeerd door Pete Rugolo.

Een paar maanden voor de zwanenzang van het Innovations Orkest had Bud Shank in september 1951 nog een bijrolletje (op fluit) in het door Shorty Rogers gearrangeerde ‘Sambo’ (de titel wijst op een dubbele Braziliaanse inspiratiebron). Drummer Shelly Manne en bongospeler Jack Costanzo zorgen voor een opgewekte Latijnsamerikaanse sfeer, Maynard Ferguson torent hoog boven de trompetsectie uit en solo-altist Art Pepper speelt een aardige solo. Maar echt bijzonder is ‘Sambo’ niet en daarom duurt het zeker twintig jaar voordat de Creative World-elpee ‘The Fabulous Alumni of Stan Kenton’ onderdak zal bieden aan dit niemendalletje.

Bud Shank heeft veel vrienden
Twee jaar werken in het Innovations Orkest heeft Bud Shank zes stukken opgeleverd waarin hij een glimp van zijn solistische potentie heeft getoond. Twee stukken springen er duidelijk uit: ‘Love for Sale’ vanwege Shanks vermogen om als aanvoerder een sterk arrangement extra kleur, kracht en spanning te geven en ‘Theme for Alto’ waarin hij als een ware grootmeester in één opname (!) een uitgebalanceerd miniatuurtje neerzet.

Shank had in dit orkest om de haverklap te maken met Latijnsamerikaanse ritmes (ook in zijn eigen ‘solo’stukken). Daar heeft hij als partner van de Braziliaanse gitarist Laurindo Almeida later nog veel plezier van gehad. Eerst in de jaren vijftig en vanaf 1974 in de L.A.Four.

Na de opheffing van het Innovations Orkest, waaraan Stan Kenton uiteindelijk 200.000 dollars heeft verloren, duikt Bud Shank veelvuldig op in het gezelschap van andere Kenton-oudleerlingen: June Christy, Maynard Ferguson, Shorty Rogers, John Graas, Shelly Manne, The Lighthouse All Stars, Pete Rugolo, Bob Cooper, Milt Bernhart en… Art Pepper. Maar als leider van zijn eigen bands werkt hij veelal met musici zonder Kentonverleden (afgezien dan van Shorty Rogers met wie hij tot vlak voor diens dood in 1994 frequent heeft samengewerkt).

In 1984 bezorgde Shorty Rogers zijn maatje een soort standbeeld in de vorm van een vierdelige suite ‘Bud Shank’, die door de big band van regelneef Vic Lewis - met Bud Shank als solist - in Londen op de plaat is gezet (‘Vocalion’). Toen Shank zich als superknecht nog geweldig moest uitsloven in het Innovations Orkest had hij met lede ogen gezien dat enkele (gearriveerde) collega’s een voorkeursbehandeling kregen. Doordat ze werden geëerd met een compositie die hun naam droeg: ‘Maynard Ferguson’, ‘Art Pepper’ en ‘Bob Cooper’ waren klankportretjes van Shorty Rogers en ‘Shelly Manne’ en ‘June Christy’ waren door Stan Kenton ingebracht. Uiteraard realiseerde Shank zich dat hij voor een dergelijk eerbewijs te laag in de pikorde vertoefde. Maar voor iemand die zeker wist dat hij nog grootse wapenfeiten op zijn naam zou schrijven was zoiets moeilijk verteerbaar. In Nederland krijg je na zo’n carriere en op die leeftijd (Shank was bijna 58) een koninklijke onderscheiding. Maar ik denk dat Shank met zijn suite ‘Bud Shank’ net zo blij is als de bekende Amsterdamse antibourgeoismuzikanten Willem Breuker en Hans Dulfer met hun lintjes.

Rugolo en Shank als gladjakkers
Bij het afronden van dit artikel deed ik nog een pikante ontdekking. Hoewel Bud Shank nooit meer lid is geweest van een van de Kentonorkesten, draafde hij af en toe nog wel eens op: soms als vervanger, maar meestal als solist. Zo was hij in de stuurloze nadagen van Kenton betrokken bij de opnames van het Los Angeles Neophonic Orchestra (1965) en de Kenton-interpretatie van ‘Hair’ (1969).

Maar in 1958 bleef hij muzikaal gezien dichter bij huis: Pete Rugolo had hem uitgenodigd als solist bij een vijfmans trombonekoor plus een strijkersgroep van 21 musici plus een ritmesectie. Het was de bedoeling om twee gemakkelijk verkopende platen op de markt te brengen. Daartoe moest Pete Rugolo allerlei overbekende paradepaarden uit het Kentonrepertoire van een stemmige sjabrak voorzien.

 
De albums 'Hair', Lush Interlude' en The Kenton Touch.

En inderdaad: de arrangementen klinken conventioneel, weelderig en loom, prima passend bij een glas wijn en een open haard. Maar er is iets vreemds aan de hand met de eerste plaat, ‘Lush Interlude’, van dit trombones/strijkersproject: Bud Shank is de solist in ‘A Theme for My Lady’. Dat blijkt een schuilnaam te zijn voor ‘Theme for Alto’, een compositie waarover hij ontzettend tekeer is gegaan, vanwege de associatie met George Weidler. En omdat er aan het eind van een lange opnamesessie werd volstaan met maar een opname. Shank: “I have never heard it- and I hope I never do!” Om zijn ‘bedrog’ te rechtvaardigen bespeelt Bud Shank de dwarsfluit in dit altsaxconcertje. Ik ervaar het toch een beetje als verraad aan Shanks eigen meesterwerkje uit 1951, maar dat voelt hij natuurlijk niet zo, want hij heeft het nooit gehoord…

Ook op de tweede plaat, ‘The Kenton Touch’, gaat Shank de confrontatie aan met George Weidler door wederom een befaamd stuk van zijn voorganger onder handen te nemen: ‘Elegy for Alto’. Voornamelijk dankzij de heropname van Pete Rugolo blijft er van het futuristische karakter van dit stuk uit 1947 niet veel over: hij heeft er een conventioneel stukje geoliede stemmingsmuziek van gemaakt. Shank speelt een uitstekende solo, maar echt heel bijzonder wordt het allemaal niet.

Bud Shank bij Stan Kenton op cd

De zes hierboven besproken stukken waarin Bud Shank in een min of meer solistische rol bij Stan Kenton is te horen zijn te vinden op drie cd’s:

  • Stan Kenton: The Innovations Orchestra; 30 stukken op 2 cd’s (Capitol Jazz-cd)
  • Stan Kenton plays Bob Graettinger: City of Glass; 16 tracks uit de periode 1947-1953 (Capitol Jazz-cd)
  • Stan Kenton: Easy Go; 20 tracks waarvan 11 door het Innovations Orkest (Capitol Jazz-cd)
  • Stan Kenton: Retrospective; 72 stukken op 4 cd’s uit de periode 1943-1968 (Capitol Jazz-cd) (bevat o.m. Elegy for Alto)
  • Stan Kenton: Lush Interlude & The Kenton Touch; 20 paradepaardjes uit het Stan Kenton repertoire, gearrangeerd door Pete Rugolo, met Bud Shank als solist in 6 stukken; 2 cd’s in 1 doosje (Capitol Jazz-cd)

Live opnames van het Innovations in Modern Music Orkest

  • Stan Kenton’s Innovations Orchestra, with June Christy-Live from Sweets Ballroom, Oakland, California 1950; 2 cd’s in 1 doosje (Jazz Band-cd)
  • Stan Kenton: Innovations-Live at the Hollywood Palladium, March 1951; (Bandstand-cd)
  • Stan Kenton and the Innovations Orchestra: Carnegie Hall, Oct. 1951; (Hep-cd)

Robert Graettinger door de Ebony Band

  • Ebony Band o.l.v. Gunther Schuller: City of Glass-Pete Rugolo, Franklyn Marks, Robert F.Graettinger; bevat de big bandversie van City of Glass uit 1947, de big band plus strijkorkest versie uit 1951 van City of Glass, plus nog 6 stukken van Graettinger, 2 stukken van Rugolo, 1 stuk van Marks; opname: juni 1993 (Channel Crossings-cd)
  • Ebony Big Band o.l.v. Werner Herbers: Robert F.Graettinger, world premiere recordings, Live at the Paradiso; 19 stukken; opname: juni en December 1996 (Channel Crossings-cd)

Het monument voor Bud Shank

  • Vic Lewis Big Band: Tea Break, Back Again & Jazz From Two Sides; bevat de suite Bud Shank, door Shorty Rogers, met als delen Deep Roots (1950), Down Home (1963), Evolving (1984), Full Circle; opname: mei 1984 in Londen; plus nog 11 andere stukken (Vocalion cd)


In de rubriek Elpee Eldorado laat Peter Smids zich inspireren door de elpees die 55 jaar geleden in de etalages van de platenzaken lagen. Verreweg het grootste deel van de toenmalige elpeeproductie is in cd-vorm verkrijgbaar.


Om automatische spam te voorkomen:
 


Naam:  
Persoonlijke info onthouden?

Email:
URL:
Reactie: