Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Hugh Hopper - Hopper Tunity Box

CD-RECENSIE

Hugh Hopper - Hopper Tunity Box
bezetting: Hugh Hopper; basgitaar, recorders, sopraansax, percussie, Richard Brunton; gitaar, Mark Charig; cornet, tenorhoorn, Elton Dean; altsax, saxello, Nigel Morris; drums, Frank Roberts; elektrische piano, Dave Stewart, orgel, pianet, trillingsgenerator, Mike Travis; drums, Gary Windo; basklarinet, saxen
opgenomen: 1977
release: 2007
label: Cuneiform Records
tracks: 9
tijd: 41.11
websites: www.burningshed.com/hopper - www.cuneiformrecords.com
door: Mischa Andriessen

Hugh Hopper was de bassist van Soft Machine. Halverwege de jaren zeventig begon hij zich verstrikt te voelen in het muzikale concept van deze wereldberoemde band. In die tijd nam hij een paar soloplaten op, waarvan de tweede “Hopper Tunity Box” door Cuneiform Records dertig jaar na de release opnieuw wordt uitgebracht.

Zowel de hoes als de sound laten er geen misverstand over bestaan dat dit een jaren zeventig product is, maar in dit geval is dat beslist geen diskwalificatie. Het songmateriaal dat met uitzondering van Ornette Colemans “Lonely woman” allemaal door Hopper zelf geschreven werd, is sterk. Het groepsgeluid is weliswaar flink gekruid door de post- en jazzrock van die tijd, maar de experimenteerdrift die alleen al in de eigenaardige instrumentkeuze naar voren komt, is na al die jaren nog steeds verfrissend.

Door vrijwel elk nummer in een andere bezetting te spelen, is de plaat bovendien bijzonder gevarieerd. Van eclectische jazzrocknummers met psychedelische titels als “Gnat Prong”, “Spanish knee”, via het funky “Crumble” en het stemmige blazerskwartet “Lonely woman” tot de hypnotiserende bassolo “Oyster Perpetual”. Nog steeds verrassend! Hopper zelf heeft zich overigens blijkbaar al lang weer met Soft Machines repertoire verzoend, want hij treedt nog geregeld in aan die band gewijde tribuutconcerten op.


© Jazzenzo 2010