Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Blackshaw en Van Wissem creƫren intrigerende brug van oude naar nieuwe muziek

CONCERTRECENSIE. Theater Kikker Utrecht, James Blackshaw en Jozef van Wissem, 17 april 2008
beeld: Maarten Mooijman
door: Mischa Andriessen

Het Utrechtse Theater Kikker dat veel onalledaagse muziek op haar podia programmeert, bood plaats aan twee opmerkelijke snaarinstrumentalisten; gitarist James Blackshaw en luitist Jozef van Wissem. De laatste heeft al heel wat bijzondere projecten op zijn naam staan. Met voormalig Captain Beefheart gitarist Gary Lucas bijvoorbeeld, maar ook met de Japanse minimalist Tetuzi Akiyama en heel veel solowerk met daarbij ook zijn intrigerende verklanking van de kruiswegstaties: het vorig jaar op cd uitgebrachte “Stations of the cross.”


Jozef van Wissem (l) en James Blackshaw speelden een solo- en gezamenlijke set in Theater Kikker

De uit Londen afkomstige James Blackshaw is pas vijfentwintig, maar heeft in korte tijd al veel muziek op cd uitgebracht en daarmee in kleine kring een behoorlijke naam opgebouwd als pionierend talent. Blackshaw verenigt in zijn composities de invloed van de sobere muziek van componisten als Arvo Pärt en Simeon ten Holt en volksmuziek. Daarnaast is voor hem oude religieuze muziek een inspiratiebron. Dat maakt hem een heel interessante podiumpartner voor Van Wissem die met zijn eigen hedendaagse composities op een eeuwenoud instrument ook een brug slaat tussen oude en nieuwe muziek.

In Theater Kikker speelden zij beide een soloset om vervolgens onder de naam The Bethren of The Free Spirit ook als duo op te treden. Blackshaw beet het spits af. Hij speelde op zijn twaalfsnarige gitaar een aantal langgerekte nummers waarin de eigenzinnige combinatie van minimal music en folk inderdaad duidelijk naar voren kwam.

Het is een opmerkelijke combinatie waarin de veelheid van tonen die door Blackshaws tokkeltechniek wordt voortgebracht in sterk contrast staat tot de strenge eenvoud van de melodieën. Het is duidelijk waar Blackshaw naar toe wil en tijdens zijn solo-optreden waren er ook zeker momenten dat hij zijn dromerige muziek wist te voorzien van een hypnotiserende onderlaag. Waar die weg blijft, wordt de muziek wat spanningsloos en daarmee een beetje saai. Dat neemt niet weg dat de autodidact Blackshaw met zijn opmerkelijke techniek en de integere manier waarmee hij vanuit zijn muzikale voorliefdes op zoek is naar een eigen muziek, veel bewondering verdient. Hij is bovendien nog lang niet aan het einde van zijn queeste.

Blackshaw had ook al last van de warme lampen in de zaal die hem noopten zijn gitaar na elk nummer opnieuw te stemmen. Jozef van Wissem met zijn nog gevoeliger instrument had daar nog meer last van. De luit raakte ontstemd waardoor Van Wissem wijselijk zijn soloset inkortte.

Meer dan zijn jongere collega weet Van Wissen hoe je spanning in muziek moet opbouwen. De in eerste instantie onschuldig klinkende melodieën die hij speelt, krijgen geleidelijk aan een bijna sinistere ondertoon die met de originele sfeer contrasteert maar haar niet overheerst. Het oude adagium ‘edele eenvoud, stille grootheid’ lijkt Van Wissem op het lijf geschreven. Subtiele, ascetische muziek, hoogst intrigerend. In de noodgedwongen korte soloset kon de spanning helaas niet zo manifest worden als op de al eerder genoemde “Stations of the cross” cd, maar daar kon Van Wissem niets aan doen.

Na de pauze werden de verwachtingen echter volledig ingelost met een sterke gezamenlijke set. Alleen het slotnummer leek melodisch wat stuurloos, maar de overige stukken die Van Wissem en Blackshaw brachten, hadden de dwingende kwaliteit die Blackshaw in zijn solo-optreden gedeeltelijk ontbeerde en die Van Wissem door omstandigheden niet tot volle wasdom kon brengen. In combinatie met Van Wissems luit kregen de eerder fragiel klinkende composities van Blackshaw een veel warmere sound. Daarnaast kregen de ritmische en melodische patronen meer diepgang door de fijnzinnige variaties die beide spelers nu aan konden brengen. De samenwerking tussen Blackshaw en Van Wissem is nog tamelijk pril, maar lijkt garant te staan voor nog heel veel subtiele en intrigerende muziek.       


© Jazzenzo 2010