Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

John Abercrombie creƫert met origineel kwartet indrukwekkende eenheid

CONCERTRECENSIE. John Abercrombie, Joey Baron, Mark Feldman, Thomas Morgan, Bimhuis Amsterdam, 2 oktober 2008
beeld: Maarten Mooijman
door: Tim Sprangers

Het is niet alleen de variatie in en tussen composities, maar vooral het verschil in muzikale aanpak en achtergrond die de formatie van John Abercrombie, Thomas Morgan, Mark Feldman en Joey Baron tot een groot succes maakt. In 2007 kwam hun derde plaat ‘The Third Quartet’ uit. Ongeveer de helft van de composities op deze cd speelde de  band in een alleszins geslaagd optreden in een goed gevuld Bimhuis.


Mark Feldman, John Abercrombie en Thomas Morgan in Bimhuis

Het kwartet bestaat uit een samenstelling die op het eerste gezicht wat maf lijkt, maar in de praktijk fantastisch samenkomt en wonderbaarlijk blijkt te kloppen. Abercrombie is een veelzijdig gitarist met een berg ervaring. Hij speelde samen met Dave Holland, Gil Evans, Billy Cobham en nam ook vele platen op met John Zorn. Het gros van de stukken van de band zijn geschreven door de gitarist. Hij zegt het meest beïnvloed te zijn door oude helden als Charlie Christian en Django Reinhardt en veel te leunen op standards. Echter standards zijn voor Abercrombie meer een uitgangspunt dan een doel.

De Amerikaan begint vrijwel altijd fluisterend met minimale aanrakingen. Vervolgens gaat hij zweven rond ritmes en melodieën en speelt hij met gevaarlijke noten, maar zal hierin nooit overdrijven. Hoewel hij duidelijk inspiratie haalt uit technieken van nog voor de bebop, blijft zijn spel spannend en uitdagend. Dat hij ook naar collega John Scofield luistert, is duidelijk.

Interacties met eigenlijk iedere andere muzikant zijn interessant. De schuchtere violist Mark Feldman, voornamelijk bekend door John Zorn’s Masada, is klassiek geschoold. Feldman kan lyrische en melancholische passages afwisselen met clowneske intermezzo’s. Hij speelt onnavolgbaar snel, onwaarschijnlijk vals en dan weer ontroostbaar triest. Solo’s kwamen naast Abercrombie voornamelijk van de violist. De twee vullen elkaar fantastisch aan doordat zij beiden vanuit een, weliswaar verschillende, basis naarstig zoeken naar avontuurlijke improvisatie. Daarnaast vormt de warme, rustige en soms ook terughoudende klankkleur van de gitarist een heerlijk contrast met het felle en prettig onrustige geluid van Feldman.


John Abercrombie, Joey Baron, Mark Feldman, en Thomas Morgan in Bimhuis 

Gerenommeerd drummer Joey Baron speelde tijdens de eerste set opvallend behouden. Veelal met brushes hield hij zich op de achtergrond, hetgeen niet wil zeggen dat hij laf speelde. Baron vulde elk gaatje op en veranderde van ritme als de kans daar was of juist niet. Met zijn kenmerkende glimlach van oor tot oor genoot hij van de muzikanten om zich heen. Vooral na de pauze had Baron enkele knallende climaxen waarbij hij zich met voornamelijk Abercrombie richting het genre van de fusion begaf. Baron speelt melodisch en luistert perfect naar de band.

Ook met de betrouwbare bassist Thomas Morgan werd het groepsgeluid een aantal keer opgezweept naar spetterende explosies. Net als de andere bandleden, excelleert Morgan in veelzijdigheid. De bassist maakt indruk via zware en lege solo’s en voornamelijk door zijn anticiperend en ritmisch gevoel.

Menig criticus beweert dat dit kwartet het beste is waar Abercrombie ooit in heeft gespeeld. De combinatie van kwaliteit, originaliteit en eenheid is inderdaad ongekend. Ook voor Feldman, Baron en Morgan is deze band een gedenkwaardige; laat staan voor de luisteraar.


© Jazzenzo 2010