Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

John Scofield als priester in Paradiso

CONCERTRECENSIE. John Scofield Piety Street Band. Amsterdam, Paradiso, 17 november 2008.
beeld: Thomas Huisman
door: Tim Sprangers

Op zijn website vertelt John Scofield al tientallen jaren het plan te hebben een bluesband te beginnen. Voornamelijk de gospelblues intrigeert hem al lange tijd; de afgelopen periode heeft hij zijn zinnen gezet op gospelklassiekers. Een mooiere lokatie dan Paradiso om deze kerkelijke muziek te laten horen is er niet.


John Scofield en zijn Piety Street Band onderwierpen zich in Paradiso aan de gospelblues

In 2005 bracht de gitarist de plaat uit ‘That’s what I say’, een tribute aan de bluesheld Ray Charles. Het is een waanzinnig album met achtergrondkoren, blaassecties en onder andere ook de zanger John Mayer. Scofield zal in maart 2009 een vervolg geven aan deze uitstap naar de blues in minimale setting, waarbij hij nog meer terug zal vallen op het fundament van de gospel. De grote portie funk en jazz in de begeleiding van ‘That’s what I say’ wordt volgend jaar vervangen door het sterke, maar degelijke trio Jon Cleary (keybord, gitaar, zang), George Porter Jr. (bas) en drummer Ricky Fataar. Dit Piety Street Project gaf in poptempel Paradiso hier een voorproef van.

Scofield is uniek in zijn stijl. In welke band of in wat voor setting de 56-jarige Amerikaan ook acteert, zijn spel is gelijk te herkennen. Het is uitzonderlijk dat hij zich niet hoeft aan te passen aan zijn omgeving om zich toch op geloofwaardige wijze in te passen. Blues staat voor velen gelijk aan scheurend gitaargeweld. Scofield vulde de blues in zoals hij dit in elk genre zal doen: met ingetogen en subtiele aanrakingen, constant spelend met ritmische verwachtingen, technisch uitmuntend, een enkele smerige, overtuigende uithaal en dit alles doordacht en bewust gekozen. Ook in de begeleiding zal de gitarist nimmer vervelen; hij luistert naar zijn muzikanten en speelt hier heerlijk op in aan de hand van gesyncopeerde spelletjes en uitdagende kreten. Scofield, bekend geworden door Miles Davis, blijft één van de meest karakteristieke en veelomvattende gitaristen ter wereld. De openheid in zijn spel laat hem logischerwijze interessante projecten opzetten.


John Scofield Piety Street Band

Heer en meester was hij in Paradiso. Zijn band functioneerde eigenlijk enkel als begeleiding. Scofield bepaalde wat zij speelden. Drummer Fataar is een betrouwbare muzikant die helemaal niets bijzonders deed, simpelweg omdat dit niet van een gospeldrummer wordt verwacht. Ook bassist George Porter Jr. (Meters) speelde functioneel; met een strakke timing opereerde hij op efficiënte wijze. Geen noot te veel en puur in dienst van de band. Cleary onderscheidde zich voornamelijk met zijn stem: zuiver, een tikkeltje hoog en toch ook rauw zoals het de gospelblues betaamt. Het nummer ‘I don’t need no doctor’, was één van de hoogtepunten van de avond, ook door zijn interactie met Scofield via de scheurgitaar.

Je zou je kunnen afvragen of er niet veel meer in had gezeten. Wat als Cleary nu achter een echte Hammond had gezeten en zich had kunnen richten op vlammende solo’s?; wat als drummer Fataar meer funk in zijn spel had laten horen?; en wat als Porter Jr. meer een stuwende bassist was geweest in plaats van dienend? Het zou afbreuk hebben gedaan aan de sfeer van de avond; Scofield was de priester met een bijna ononderbroken preek, waarbij zijn functionele gospelbegeleiding hem in de oude kerk Paradiso overtuigend steunde.


© Jazzenzo 2010