Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

By Any Means in schaduw van eigen verleden

CONCERTRECENSIE. By Any Means: Charles Gayle, William Parker, Rashied Ali, Lantaren-Venster, 28 maart 2009
beeld: Ron Beenen
door: Mischa Andriessen

In 2002, tijdens de tweede editie van World Port Jazz, dat sublieme Rotterdamse jazzfestival dat een aflevering later al weer ter ziele ging, zou ene Charles Gayle spelen met zijn kwartet. Er was een door de Knitting Factory samengesteld programma met onder meer Gutbucket en Amsterdam Klezmer Band  en daarin was ook een plek ingeruimd voor deze naar verluidde beestachtige saxofonist die de erfenis van Albert Ayler op onnavolgbare wijze levend hield. Er kwam echter geen saxofonist en evenmin een kwartet. Een magere man met een clownsneus op speelde piano. Free Jazz, een mengeling van intense concentratie en nonchalance. Een heilig moeten dat zichzelf meteen weer ophief. Contact met het publiek was er niet. Gayle speelde schijnbaar voor zichzelf alleen.


De met mythes omgeven Charles Gayle op altsax, bassist William Parker en slagwerker Rashied Ali in Lantaren Venster in Rotterdam

Jazzschrijver Francis Davis wijdde een mooi artikel aan Gayle die destijds – we schrijven 1991 – het grootste deel van de tijd dakloos was. Davis portretteerde Gayle als een man in een eigen universum. Hij at nauwelijks (bestelde ooit een potje babyvoedsel voor een optreden) en praatte bijna even weinig. “Waarom zou iemand naar mij willen luisteren?’ had Gayle tijdens een van hun ontmoetingen gevraagd. Hij werd zelden geboekt voor optredens en had om die reden geen vaste verblijfplaats.

Gayle is met mythes omgeven. Bassist Buell Neidlinger haalde hem ooit voor een optreden vanuit Buffalo naar New York. Het waren de hoogtijdagen van de Free Jazz en volgens Neidlinger blies Gayle iedereen inclusief Pharoah Sanders en Archie Shepp compleet van het podium. Een dag later al keerde hij terug naar zijn vertrouwde Buffalo. New York vond hij een stad van niets.

Zo zijn er verhalen over geweldige en geweldig slechte concerten van Gayle.  Zijn discografie wordt evenwichtiger beoordeeld. Met één absolute uitschieter: 'Touchin’ on trane' een geweldige triosessie uit 1991 met bassist William Parker en drummer Rashied Ali. Free Jazz zoals Free Jazz hoort te zijn, energiek, creatief, niets ontziend en aangejaagd door een heilig moeten zónder enig voorbehoud. 

Inmiddels zijn we achttien jaar verder. Het roemruchtige trio speelt weer samen. Nu onder de naam By Any Means. Niet Gayles naam maar die van Rashied Ali staat tegenwoordig als eerste op de affiche. Het is een wereld van verschil; de slungelige, schuchtere Gayle en de robuuste Ali die in Lantaren – Venster letterlijk de microfoon naar zich toetrok. Ali, vier jaar ouder dan Gayle, heeft natuurlijk zijn tijd met Coltrane als een niet te evenaren wapenfeit op zijn CV staan.  De man heeft een zeker voor zijn leeftijd bewonderenswaardig energieke en geestdriftige manier van spelen, maar de souplesse wordt minder en zijn behoefte om solo de ruimte te vullen steeds groter. Waar bij 'Touchin’ on Trane’ de neuzen allemaal dezelfde kant op staan, is By Any Means een trio van individuen dat ternauwernood bij elkaar gehouden wordt door William Parker. Hij is een stuk jonger dan Gayle en Ali. Een onmisbare schakel in deze band en in vele andere. Zijn samenspel met zowel Gayle als Ali was even doeltreffend als eenvoudig en in alle eenvoud dikwijls verbluffend knap en spannend. 

 
Charles Gayle achter de piano en op altsaxofoon

Het optreden van By Any Means werd ten dele wat je ervan gehoopt had en ten dele ook waarvoor je had gevreesd. Er was een prachtig, tergend traag gespeeld stuk waarin Parkers gestreken bas geweldig weerwoord gaf aan Gayles onorthodoxe boventonenspel op altsax. Er was een bij vlagen enerverende vertolking van Coltranes 'Naima', waarop Gayle piano speelde en soms ook weer bizar fraaie tonen vond. Ali nam dat stuk, zoals hij zelf zei, ooit op met Coltrane op 'Live at the Village Vanguard again.' Dat is nu bijna drieënveertig jaar geleden en getuige zijn spel heeft Ali zich het vuur nog niet laten ontnemen

Tegenover die toch wel schaarse hoogtepunten stonden vooral veel momenten waarop het de muziek aan richting en samenhang ontbrak. Slecht was het zeker niet, maar de energie en emotionaliteit waarvan deze muziek het moet hebben, kwamen te weinig naar voren. Dat kwam deels ook door de vele drumsolo’s die meestal te lang waren en te weinig inhoud hadden. Gayle verdween dan meteen achter de gordijnen en meldde zich pas geruime tijd later weer.

Na vier nummers en een dik uur spelen wilden de andere twee nog wel, maar Gayle vond het genoeg. Het applaus nam hij verscholen achter de piano en Parkers brede rug in ontvangst. Jarenlang speelde hij uitsluitend op straat. Ooit, daartoe uitgenodigd door een fan, ook twee dagen in Amsterdam waar op straat veel te verdienen zou zijn. Heeft iemand hem toen opgemerkt? Davis schreef dat Gayle een man is die niet opvalt. Dat is niet zo, die langere, magere verschijning die zichzelf van de broze benen dreigt te blazen, merk je wel op, maar het lijkt alsof hij er alles aan doet om uit het zicht van de anderen te verdwijnen. Hij speelt zijn muziek ondanks zijn toehoorders. Gayle heeft geen tijd op hen te letten. Hij is te druk met zijn moeizame zoektocht naar de muziek die het enige publiek dat hem echt interesseert, tevreden moet stellen. Dat publiek is hij zelf.


© Jazzenzo 2010