Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

John Zorn laat op North Sea Jazz horen hoe jazz zich ontwikkelt

NORTH SEA JAZZ 2009, recensie, Ahoy Rotterdam, vrijdag 10 juli
door: Tim Sprangers


Relatief weinig ophef was er in de voorbeschouwingen over de commerciële programmering van de North Sea Jazz-editie 2009. Wellicht is het publiek nu bekend dat namen als Seal, Adele, Duffy en Amos Lee eenmaal noodzakelijk zijn om zo’n groot festival op te zetten. Misschien omdat erg opzienbarende artiesten in voorgaande jaren, zoals Snoop Dogg en Kanye West, nu niet geprogrammeerd stonden. Nog waarschijnlijker ligt de oorzaak in de grote portie lef van het programma. Het getuigt van inzicht van de programmeurs. Enfant terrible John Zorn tot ‘Artist in Residence’ bombarderen op één van de grootste jazzfestivals ter wereld, getuigt van durf. Het is een brutaliteit die vrijdag al gelijk zijn vruchten afwierp.

Zorn’s project ‘The Dreamers’ opende de rits van zijn zes optredens in drie dagen North Sea Jazz. Het sextet, met Zorn als dirigent, lijkt een soort all-starformatie in de club van Zorn. Tegelijkertijd is dit één van zijn braafste projecten. Zoals in vrijwel alles wat de Amerikaan doet hoorden we een hoop genres en stijlen, maar deze kropten zich veel meer op tussen dan in composities. Geen totaal onvoorspelbare potpourri zoals in het album ‘Naked City’ (1990) waarin zich in één nummer snoeiharde noise, klezmer, dixie en surf afwisselt. In ‘The Dreamers’ horen we voornamelijk sfeervolle, beeldende muziek met hierin slechts stijlen die aansluiten bij dit thema. Het vond plaats in de zaal ‘Darling’, vorig jaar een verschrikkelijke locatie door het gekraak van de tribunes; dit jaar waren de irritatiebronnen terecht weggelaten, met een prachtige ruimte en goed geluid als gevolg.


John Zorn trad ook aan met zijn Masada Sextet (zie verderop in dit artikel) met onder meer slagwerker Joey Baron en trompettist Dave Douglas. Foto ©  Thomas Huisman

We horen pakkende surfmuziek, melancholische country en scheurende blues. Het is filmmuziek pur sang die een oneindige stroom van beelden doet opwaaien. Hoewel Marc Ribot in voornamelijk de naar blues en rock neigende stukken met door merg en been gaande uithalen een grote hoofdrol opeiste, was voornamelijk de eenheid van het gezelschap het meest sprekende element. De waanzinnige muzikanten vulden elkaar prachtig aan. Ze vormen dan ook de elite van de New Yorkse Downtownscene. Joey Baron met zijn zorgvuldige spel en prachtig opgebouwde explosies; Jamie Shaft die exceleerde in felle verhaaltjes; Trevor Dunn die liet zien naast zware rock ook mooi sfeervol te kunnen begeleiden; Kenny Wollesen die de zware verhalen van Marc Ribot fraai wist te relativeren met zijn vibrafoon en percussionist Cyro Baptista met zijn onvoorspelbare, spannende antwoorden. Zorn zat met zijn rug naar het publiek op een stoel met vurige passie het stel aan te moedigen. ‘The Dreamers’ is op meerdere vlakken een band om van te dromen. Het leek nu al één van de hoogtepunten van het festival te zijn.










Zittend op een stoel bespeelde de 83-jarige BB King het publiek.
Foto © Ron Beenen

Hoewel Ahoy wat voller begon te raken, leek de vrijdag redelijk rustig. Voornamelijk opstoppingen in kleine doorgangen waren, anders dan vorige jaren, een zeldzaamheid. De drukte bij zanger en ud-speler Dhafer Youssef was daarom opvallend. De Tunesiër overtuigde met complexe maatsoorten, maar voornamelijk met slim opgebouwde composities. Hij wist op de juiste momenten zijn intens lange vocale uithalen te plaatsen, om vervolgens het uitgebouwde thema met veel bombasme tot grote climaxen te brengen. Hierbij lag een grote rol voor drummer Mark Guiliana, ook werkzaam voor Avishai Cohen. De geweldenaar is technisch bedreven en daarnaast ook zeer creatief met niet-Westerse maten en melodieën.

Orgie van genres
In het donkere zaaltje met laag plafond, de Yenisei, speelde de meest talentvolle Duitse trompettist van dit moment, Matthias Schriefl. Gekleed in een Eric Vloeimans-gewaad, verraste de pas 27-jarige blazer. Hoewel Schriefl bekend staat als een mafkees met rare kinderspeeltjes, een orgie van genres en melige presentatie, liet de jonge Duitser ook horen waarom de vergelijking met Eric Vloeimans niet enkel zijn extraverte uiterlijk betreft. Fijne sferische en lang uitgesponnen lijnen, met ook een flinke portie elektronica waren prachtig., De vaak zware metalklanken van gitarist Johannes Behr, vormen een belangrijk element in ‘Shreefpunk’, zoals de band heet. Eric Vloeimans keek vanuit een hoekje instemmend toe.

Terwijl vanuit de Japanse zaal Yukon met zware grooves werd los gegaan op ‘Kyoto Jazz Message Live Set’, klonken vanuit de grote, populaire zaal ‘Nile’ de eerste aanrakingen van de 83-jarige bluesheld BB King. Hoewel hij niet lang geleden had beweerd nooit meer te gaan optreden, stond hij met overtuiging omringd door een imposante band van enkele generatiegenoten. Bijzonder is het zeker dat de zanger/gitarist op zo’n leeftijd nog steeds overtuigt in felle uithalen met gitaar en stem. Echt heel boeiend is deze standaardblues echter niet. Het is meer het idee dat één van de bekendste bluespioneers aller tijden staat te spelen, dat het optreden de moeite waard maakte.

 








Zangeres Duffy vertegenwoordigde de opkomende pop-jazz-zangeressen op North Sea Jazz.
Foto © Ron Beenen 

‘Madeira’ is de zaal van de serieuzere jazz. Geen gekheid in rare combinaties van stijlen, geen absurdisme en ook zeker geen komedie. Fred Hersch is een pianist waarbij het draait om de ernst; een glimlach is hem vreemd. Zijn spel is doordacht met zoveel souplesse en vernuft, dat ademhalen moeilijk is. Elke noot past uitstekend; er is weinig ruimte voor interpretatie van de luisteraar. Omdat Hersch de materie tot op het bot wil uitwerken, bestaat de basis vaak uit simpele motiefjes die meer ruimte bieden tot ontleden. Gevolg hiervan was dat er naast de zwaarte ook een soort van zachtmoedigheid ontstond. Ralph Alessi (trompet), Tony Malaby (tenorsax) en John Hebert (contrabas) volgde Hersch is zijn filosofie. Drummer Nasheen Waits was de enige die het concert wat lucht gaf. Hij doneerde de band context en ruimte. Niet genoeg trouwens; de zaal raakte steeds leger naarmate het optreden vorderde.

Op weg naar het einde van de eerste dag, breidden de keuzemogelijkheden zich verder uit. Topacts overlapten elkaar. Eric Vloeimans bracht een succesvol optreden in de leuke Congo-tent. Het publiek raakte razend enthousiast door de vlammende solo’s van Jeroen van Vliet en natuurlijk Vloeimans. Ook de trompettist zelf genoot zichtbaar van de aandacht en besloot met vlammende uithalen. Tegelijkertijd begon het concert van de Amerikaanse drummer Ari Hoenig. Op melodisch niveau speelde hij spelletjes met de razensnelle gitarist Gilad Hekselman. Hoenig is een bijzonder originele muzikant die de mogelijkheden van zijn drumstel op elke wijze wil benutten. Hij heeft de composities, van eigen hand en enkele klassiekers, zo onder controle dat hij thema’s op intelligente wijze aan– en afkondigt. De enthousiaste drummer is een genot om naar te kijken en luisteren.

  









Pianist Fred Hersch aan het werk in de Madeira zaal.
Foto © Thomas Huisman  

Wat volgde was een keuze tussen bijvoorbeeld de tenorsaxgigant Chris Potter, freejazzgrondlegger Cecil Taylor, of vaste NSJ-gast Roy Hargrove met zijn RH Factor. Ook John Zorn’s Masada Sextet behoorde tot de opties. Voor de eerste keer op het festival was Zorn zelf actief als muzikant. Masada Sextet is een heerlijk mengsel van vrije jazz met Joodze Klezmer. Waar Marc Ribot de aandacht opeiste bij ‘The Dreamers’ was het nu Joey Baron die de show stal. Buitensporige uitbarstingen van de kleine, goedlachse drummer deden het publiek opspringen uit hun stoel van enthousiasme. Heerlijke klezmerthema’s ontspoorden zonder aanleiding in een energiek, machtig en robuust bandgeluid. Zorn sprong zelf zo nu en dan op, om driftig zijn bandleden aan te sporen tot boeiende, gefragmenteerde conversaties.

Ingetogen
Het Joshua Redman Trio beëindigde de eerste dag opvallend ingetogen. Met drummer Greg Hutchinson en bassist Reuben Rogers experimenteerde tenorsaxofonist Redman meer met stiltes en gesyncopeerde, ingetogen ritmespelletjes dan met de vloeiende en opzwepende melodielijnen die we kennen van zijn trio met Brian Blade (en ook Reuben Rogers). Redman richtte zich op beheersing en mystiek en had zodoende een afwachtende in plaats van aanvallende houding. Rogers begeleidde hem hierin op consistente wijze door vaak steevast eenzelfde thema aan te houden. Ook Hutchinson speelde nuchter en zonder te veel poespas. Het was een mooie en waardige afsluiter van een boeiende dag.

Het feest zette zich traditiegetrouw voort in het Hiltonhotel, waar de muzikanten overnachten. Marcus Miller pompte het publiek op door een Michael Jackson-medley te introduceren. Het werd een dansfeest dat zou duren tot de zon weer ging schijnen. Op naar een nieuwe dag van wellicht één van de boeiendste North Sea Jazz festivals sinds tijden. John Zorn lijkt nu al de man van het festival. En dat terwijl hij door velen niet eens als jazzartiest wordt beschouwd. Het zegt veel over de ontwikkeling van de jazz en samensmelting van horizonten.


© Jazzenzo 2010