Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Veel avontuurlijke jazz op slotdag North Sea

NORTH SEA JAZZ 2009, recensie, Ahoy Rotterdam, zondag 12 juli
door: Mischa Andriessen


De North Seazondag was als vanouds de dag waarop de meer uitdagende jazz een kans kreeg. In de Yenisei kon het publiek kennis maken met jong talent. John Zorn presenteerde zijn opmerkelijke improvisatiecompositie ‘Cobra’ en Anthony Braxton zijn Diamond Curtain Wall Trio. De Missouri stond heel de dag in het teken van de Japanse Jazz. Niet de lichtvoetige clubjazz, maar vooruitstrevende muziek van een aantal vooraanstaande figuren uit de J-Jazz.

Satoh Masahiko is zo’n spil. De pianist / componist gaat al lang mee en hij heeft in niet onaanzienlijke mate er aan bijgedragen dat de Japanse jazz een meer eigen gezicht heeft gekregen. Hij vermengde invloeden uit Japanse volksmuziek met uiteenlopende jazzstijlen. In zijn trio met Eddie Gomez en Steve Gadd bewoog hij zich op het snijvlak van freejazz en fusion, maar hij componeerde ook muziek voor een veelkoppig Boeddhistisch koor.

Op North Sea trad hij aan met een tien man sterke formatie met daarin plaats voor liefst zes blazers. In zijn dubbelrol als dirigent/pianist gaf hij het publiek weinig gelegenheid om geleidelijk aan zijn muziek te wennen. Na een spannende prelude met weerbarstige harmonieën die ergens aan de muziek van Alexander von Schlippenbachs Globe Unity Orchestra en Barry Guy New Orchestra deden denken, pakte hij de draad van zijn vroegere pianotrio’s op; onverbiddelijke freejazz die menig bezoeker meteen weer de zaal uitjoeg. De storm kwam echter spoedig tot bedarenMasahiko mag een man zijn die de extremiteit niet schuwt, hij liet zich vooral kennen als een zorgvuldig en subtiel bandleider die in een breed scala aan genres en invloeden liet passeren zonder in een lukraak eclectisme te vervallen.

Met een mooie band waarin buiten percussionist Kei Wada, niemand er duidelijk uitsprong maar iedereen in staat bleek zowel het vuur als de fijnzinnigheid van het meesterbrein vorm te geven, speelde Masahiko een indrukwekkende set die werd besloten met een trage funk. Een die door de verspringende ritmes en verschuivende harmonieën alles behalve alledaags klonk. Als toegift volgde dan nog een zonnig nummer met een latin feel. Wie toen binnen kwam, zal zich niet hebben kunnen voorstellen dat velen een uur eerder de Missouri in allerijl uitvluchtten.

Met een geslaagd concert achter de rug is het veel prettiger dwalen. Met nog een aantal ‘zware’ optredens voor de boeg, was wat verstrooiing niet onwelkom.










Fred Hersch en Norma Winstone zagen elkaar weer sinds lange tijd.
Foto © Eddy Westveer


In de Madeira gaven pianist Fred Hersch en Norma Winstone een concert. Een hereniging na vele jaren; de twee hadden elkaar lang niet gezien, zo zeiden ze, laat staan samen gespeeld. Winstone beleefde vorig jaar een succesvolle comeback op het ECM-label met de uitgebalanceerde plaat ‘Distances’. Hersch leek met zijn afgewogen lyriek een ideale begeleider. Helaas bleek Winstones stem nog niet warm en was de muziek na het zoveel omvattende concert van daarvoor, te licht om bij weg te dromen.

Verhalen en legendes
Dus naar de Volga waar The Story optrad, een Amerikaans/Canadese groep waarin de talentvolle Nederlandse altist Lars Dietrich speelt. The Story is een goed gekozen naam want de vijf muzikanten proberen duidelijk iets te vertellen in plaats van hun technisch kunnen te etaleren. Dat verhaal komt er soms nog wel met wat horten en stoten uit en soms vergalopperen ze zich enigszins op de zijpaden, maar ze hebben een eigenzinnig en verfijnd gevoel voor aansprekende melodieën en geven in compositorisch opzicht blijk van een grote rijkdom aan ideeën. Dietrich op alt en Samir Sharif op tenor soleren met veel dynamiek en een krachtige expressie die knap afsteekt tegen de ingetogen lyriek van pianist John Escreet en de niet te dominante drive van Zack Lober (b) en Greg Ritchie (dr). Die dynamische expressiviteit herinnert in de verte aan David Binney, die Dietrich onder zijn vleugels nam toen die als veelbelovende jongeling in New York neerstreek. Binney’s souplesse hebben de vijf nog niet te pakken, maar deze eerste kennismaking doet zeker uitzien naar meer.










Slagwerker Roy Haynes speelde in een overvolle Hudson.
Foto © Thomas Huisman

De Hudson waar Roy Haynes met John Patitucci (b) en David Kikoski (p) speelde, zat zo vol dat er niemand meer bij kon.  Kans verkeken om de legendarische Haynes aan het werk te zien? Later vertelt Pierre Courbois in de persruimte dat het hem na al die jaren nu eindelijk eens gelukt is, om Haynes te horen spelen. Dat troost en naar verluidt bleek de vierentachtigjarige drummer nog zo vitaal dat niet mag worden uitgesloten dat er een herkansing komt.

Saxofonist Getachew Mekuria is tweeënzeventig. Hij is een van de voormannen van de Ethiopische jazz die dankzij de drieëntwintig delen beslaande cd-compilatie Éthiopiques en Jim Jarmusch’ film ‘Broken Flowers’ in de belangstelling is komen te staan. Mekuria ging op tournee met The Ex en leverde ook zijn bijdrage aan het eerbetoon dat het Either/Orchestra de ethiojazz bracht. Hij opent ook het optreden van de naar de cd-serie genoemde band, waarin zeven jonge Fransen de spotlights gunnen aan sterren zoals Mekuria, die getooid met cape en kroon het optreden opent. Zijn bijdrage is aanvankelijk nauwelijks hoorbaar omdat hij naast de microfoon speelt of omdat die niet aanstaat. Zo gauw dat euvel verholpen is, blijkt dat de oude leeuw met het zo herkenbare geluid zich er gemakzuchtig vanaf maakt. Na een korte solo verdwijnt hij in de coulissen en komt een van de zangers ten tonele. De mooiste Éthiopiques’ platen hebben een traag soort schwung gekoppeld aan weemoedige melodielijnen. Deze band kiest voor een zonniger selectie, die het heel goed doet in de Congo, waar de stoelen al uit voorzorg uit de weg waren geruimd.

"Blijft dat de hele tijd zo?"
Gitarist Otomo Yoshihide is net als Satoh Masahiko een van de belangrijke musici binnen de explorerende Japanse jazz. Yoshihide is beduidend jonger en begeeft zich ook op een ander terrein. Zijn muziek heeft duidelijk de invloed ondergaan van de hedendaagse klassieke elektronische muziek en dat idioom combineert hij met dat van jazzgroten als Eric Dolphy. Voor John Zorns Tzadik label heeft hij een paar intrigerende platen gemaakt en op die manier is zijn aanwezigheid op North Sea meer dan gepast.

 
Het New Jazz Orchestra van gitarist Masahiko Satoh, met Mats Gustafson op sax en Mizutani Hiroaki op bas.
Foto © Thomas Huisman


Yoshihide verscheen in de Missouri met een deels Europese band; de Zweedse powersaxofonist Mats Gustafsson, de Duitse trompettist Axel Dörner en de Nederlandse toetsenist Cor Fuhler. Alle drie gepokt en gemazeld in de Europse improscene. Yoshihide maakte dankbaar gebruik van hun flexibiliteit en veelzijdigheid om die karakteristieken in zijn muziek te benadrukken. De bezoeker die bij een langgerekt, minimalistisch stuk verzuchtte ‘Blijft dat de hele tijd zo?’ kreeg een niet te misverstaan antwoord; de band speelde onder meer een dreigend werk dat bijna als een mars klonk, een klankverkenning waarbij bassist Hiroaki Mizutani met twee tegen elkaar in strijkende stokken speelde, maar ook een bluesachtig nummer waarin de misthoornachtige tonen op Gustafssons baritonsax het enige ontwrichtende was. Met de keuze voor John Zorn als artist-in-residence speelde de organisatie van North Sea al niet helemaal op veilig. Het Japan Jazz programma op zondag was daar een minstens zo avontuurlijke aanvulling op. De belofte van iets bijzonders werd door Masahiko en Yoshihide in elk geval volledig ingelost.

Terwijl bij menig zaal de toeschouwers teleurgesteld moesten worden, liep de Madeira waar Anthony Braxton met zijn Diamond Curtain Wall Trio speelde in hoog tempo leeg. Aangezien dat bij Braxtons veeleisende en curieuze muziek wel enigszins verwacht kon worden, is het des te meer te prijzen dat de organisatie toch een plek op het mooiste podium voor deze belangrijke vernieuwer had ingeruimd. Sinds hij in de jaren zestig aan het firmament van de experimentele jazz verscheen, is Braxton verguisd en geprezen en nog steeds lopen mensen gierend van de lach de zaal uit en blijven anderen ademloos luisteren.

Voor de een zijn het kwetterende koper van Talor Ho Bynum, soms gedempt met een jagershoed, het rafelige gitaarspel van Mary Halvorson en de kronkelende, hese notenslingers die Braxtons, soms liggend op zijn rug, uit zijn saxofoons perst, zuivere lariekoek. Voor de ander een intrigerende, muzikale taal die om een onorthodoxe speelwijze vraagt. Braxton is een zachtaardige extremist die muziek schreef voor bizarre instrumenten als de contrabasklarinet en een orkest zo groot dat er vier dirigenten voor nodig waren. Is die muziek te begrijpen? Het antwoord is waarschijnlijk; nee.

 
Enkele toppers die het festival aandeden: Herbie Hancock die een concert gaf met de klassieke pianist Lang Lang. Jamie Cullum springt van zijn vleugel. Roy Hargrove speelde met zijn Big Band en RH Factor. Foto © Ron Beenen

Braxton duidt zijn composities aan met cijfers en wiskundige figuren. Op zijn muziekstandaard in de Madeira stond een vel papier met kleurige patronen, na een minuut of twintig keerde hij het om. Stond het al die tijd op zijn kop dan? Zou kunnen, Braxton ziet er niet alleen uit als een eigenaardige uitvinder, hij is zeker ook verstrooid. Zo vergat hij bij een tournee ooit zijn saxofoons mee te brengen. Niettemin was er een lijn te ontdekken in het optreden dat hij op North Sea gaf. De schrille tonen die uit zijn laptop kwamen, werden naarmate het concert vorderde steeds frequenter en pregnanter. Op zeker moment was dat alle muziek die er klonk. De muzikanten hielden voor even stil. Mary Halvorson zat er doodop bij. Haar ogen schoten heen en weer achter haar brillenglazen, de concentratie putte haar volledig uit.

Wat klonk, was muziek die verzadigde, vermoeide, maar die evenzeer intrigeerde. Als schouwspel en toch vooral als muziek. Braxton heeft in interviews verteld dat hij er al heel jong achter kwam dat hij anders was, dat het niet uit maakte wat hij deed, dat hij altijd anders bleef. Daarmee heeft hij zich al  snel verzoend en waarschijnlijk daardoor is zijn muziek zo compromisloos. Een fascinerende mengeling tussen orde en vrijheid, tussen het vullen van ruimte en het koesteren van de leegte. Het is een pittige klus om in die wereld binnen te dringen, misschien zelfs een onmogelijkheid, maar lachwekkende onzin is de muziek van Braxton niet.

Jong en oud
De laatste jonge act die in de Volga aan het publiek werd voorgesteld, was het kwartet van Ambrose Akinmusire. De trompettist won al diverse prijzen waaronder de prestigieuze Thelonius Monk Award. Na gespeeld te hebben met onder meer Joshua Redman, Alan Pasqua en Steve Coleman leidt hij nu een eigen kwartet. Akinmusire viel aanvankelijk op met een zachte, warme toon die fraai ondersteund werd door het fijngevoelige spel van pianist Gerald Clayton. Drummer Marcus Gilmore speelde daarentegen nogal druk waardoor het groepsgeluid wat onevenwichtig werd. Akinmusire begon te schakelen tussen het fluwelen spel waarmee hij van start ging en explosiever maar ook scheller spel. Een talent, maar nog duidelijk zoekende. Ondanks zijn palmares een bescheiden jongen trouwens die na elke solo meteen naar de zijkant van het podium wegliep en zijn band veel ruimte gunde.










Piet Noordijk als vertegenwoordiger van de Nederlandse jazz op North Sea.
Foto © Thomas Huisman


In de Madeira sloot Piet Noordijk af met zijn kwintet bemand door de drie gebroeders Beets en drummer Eric Ineke. Zonder focusland te zijn, was Nederland zeer goed vertegenwoordigd op het festival en dat niet alleen in de achterafzaaltjes. Yuri Honing met Floris in de Yukon, Eric Vloeimans in de Congo, Benjamin Herman in de Hudson, Bennink/Borstlap/Glerum en dus ook het Piet Noordijk Quintet in de Madeira. Toch even luisteren. Niet om verrast te worden, maar met de melodie van ‘Groovin’ high’ in je hoofd ga je heel opgewekt naar huis.


© Jazzenzo 2010