Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Moers Festival doolhof waarin het heerlijk dwalen is

CONCERTRECENSIE. Moers Festival, Moers, Duitsland, 3 t/m 6 juni 2022
beeld: zie onderaan
door: Georges Tonla Briquet en Leentje Arnouts

Voor de 51ste editie in het vijftigjarige bestaan van Moers Festival mocht het wat meer zijn in de gelijknamige Duitse plaats. Vier dagen concerten à gogo op ondenkbare plekken met als extra een unieke sfeer die enkel tijdens ‘Moers’ te beleven valt.

  
De band Artifacts, gitarist Kasper Agnas solo en drumband The Hidden Tune sierden onder vele anderen het affiche van Moers Festival.

Buitenbeentje
Moers Festival gaat nog steeds prat op de leuze ‘This is (not) a jazzfestival’. Het evenement blijft een buitenbeentje zij het met duidelijke muzikale, sociale en politieke standpunten. Dit alles was terug te vinden in experimentele toestanden, buitenmaatse projecten, guerilla gigs, jamsessies, workshops voor kinderen - het toekomstige Moers-publiek, debatten, een audio geocaching-tocht door de stad en tentoonstellingen met onder meer foto’s van pure Woodstock-taferelen uit de beginjaren. Kortom een inclusieve happening waar kiezen en plannen op voorhand een must is en toch weer niet, want de onverwachte interventies leveren soms de interessantste ervaringen op.

  
Doedelzakspeler Matthew Welch, contrabassist Max Johnson met Alfred Vogel en Hans-Peter Kirby in de straten van Moers, Gamo Singers.

Puzzelen
Nadat de twee vorige edities doorgingen via de meest originele streamingideeën en een mix van live en digitaal, was het nu wederom te doen in de Festivalhalle en vijfentwintig locaties verspreid in het immense stadspark en het centrum van de stad. Zowel voor de trouwe bezoekers als voor de nieuwkomers werd het soms wel wat puzzelen en uitvissen wie waar en wanneer optrad. Een labyrint van het affiche waardig. Want dat is traditiegetrouw een ander sterk punt van Moers, de originele grafische zijde die niet alleen weerspiegeld wordt in de poster - een heuse ‘hitchhiker’s guide to the Moers galaxy’ -  maar over het hele terrein door middel van bordjes en informatiepanelen. Ook de concertaankondigingen in de grote zaal getuigen telkens van authenticiteit. Deze keer was het een kinderstem die de semi-filosofische introducties meegaf. 

Van doedelzak tot Myanmar
Door als openingsact doedelzakspeler Matthew Welch uit te nodigen, werd de toon van ‘This is (not) a jazz festival’ gezet. Welch bracht solo op bagpipes (doedelzak) werk van onder meer Philip Glass (‘Einstein On The Beach’) en Anthony Braxton’s ‘#2-47’ uit diens Ghost Trance Music. 

  
Wolff Parkinson White, programmeur Tim Isfort kondigt aan, saxofonist Chris Pitsiokos van kwartet CLCJ in de pianomobiel.

Programmeur Tim Isfort bouwde in de afgelopen jaren een hechte band op met Myanmar. Enkele muzikanten uit het in het Zuidoost-Azië gelegen land waren dan ook opnieuw aanwezig in diverse constellaties. Crossover zoals dat alleen in Moers kan. In het verleden passeerde hier de grote ambassadeur van de ethio-jazz Mulatu Astatke. Dit jaar kwam Gamo Singers, een groep volkszangers met dansers, en het verrassende Trio Buna. Zij hanteerden instrumenten als masinqo, krar en kebero. Ethiopische trance met een flinke scheut Jimi Hendrix. Tip voor het Belgische Black Flower dat zijn inspiratie gedeeltelijk haalt uit het land van Haile Selassie. 

Veelzijdig
Typisch voor Moers is dat zowat alle muzikanten optreden in uiteenlopende combinaties waarvan heel wat een première zijn. Zo stond bassist Max Johnson op het openluchtpodium met saxofoniste Anna Webber en drummer Michael Sarin om hun trio-cd ‘Orbit Of Sound’ voor te stellen. Een week eerder deden ze dat tijdens de Brussels Jazz Weekend met de aankondiging dat het repertoire bestond uit een vijfde compositie en vier vijfden improvisatie. In Moers betekende dat geen voorspel maar meteen actie door nerveuze en prikkelende uithalen. Knap hoe de drie elk stuiterend voor stroomstoten bleven zorgen en toch overkwamen als een hecht trio. In deze geordende chaos was er ook ruimte voor introspectieve momenten en humor: “to finish our set we have one long tune left called ‘A Quickie’”. Wat de bewering van sommigen onderuithaalde dat Moers enkel een intellectuele subcultuurhappening is voor aficionados en improfreaks. 

  
Trio Buna, Artist in Residence celliste Tomeka Reid (Artifacts), Weave4-gitarist Francesco Diodati.

Max Johnson stond enkele uren later te musiceren in een klein steegje in het oude stadscentrum, tegenover het gezellige eettentje Feinkost Schneiderei, om daar uit de bol te gaan in gezelschap van drummer Alfred Vogel en saxofonist Hans Peter Hiby. Een concert dat vooral deed denken aan het Belgische trio van Manuel Hermia met Manolo Cabras en Joâo Lobo. Johnson dook verder nog onder meer op tijdens de beruchte Morning Sessions. Hij was een van de vele voorbeelden die bewees hoe veelzijdig improvisators zijn. Net als bij de andere sessies maakten de muzikanten gebruik van een telextaal die uitmondde in uitgebreide volzinnen om een zinnig verhaal op te bouwen. Natuurlijk ontstaan er hierbij discussies en wrijvingen maar steeds eindigt dit alles met eenzelfde besluit: ‘let impro rule’. De aparte sfeer in Moers heeft daar een en ander mee te maken, vertellen muzikanten stuk voor stuk.

Artist in Residence 
Tomeka Reid kreeg carte blanche als Artist in Residence. Dat betekent dat ze een heel jaar lang diverse projecten kan uitwerken in Moers. In de loop van het festival was de celliste op haar beurt actief op zowat alle podia. Samen met fluitiste Nicole Mitchell en drummer Mike Reed vormt ze sinds 2015 Artifacts. Hier stond dit synoniem met een soultrain die in funky versnellingen een tocht door de alternatieve Chicago-scene aanbood. De nodige elektronica en een dosis humor – zoals de uitspraak ‘Thank you for this rehearsel, it’s a long time since we played together’ - maakten het geheel uiterst toegankelijk, althans in Moers-termen. Bij haar optredens illustreerde Reid hoe flexibel kan worden omgegaan met een cello. Een finaleplaats in de internationale Koningin Elisabethwedstrijd voor cello - die hetzelfde weekend plaatshad in Brussel - zal ze hier nooit mee halen maar voor het Moers-publiek was het genieten van elke passage.

  
Blazer Florian Walter en accordeonist Tizia Zimmermann, de Shum Installation gevormd door bandrecorders van Bart Maris, gitariste Hunter Hunt-Hendrix.

Bart Maris-effect
De Belgische trompettist Bart Maris is een van de vaste gasten in Moers. Enkele jaren geleden plantte hij zijn installatie met tientallen onderling verbonden bandopnemers neer in een officieel gebouw. Dit jaar mocht hij dit herhalen in de inkomhal van Schulhof Filder Benden, nu zelfs met live begeleiding. Verder schitterde hij bij de Morning Sessions in gezelschap van drummer Haggai Fershtman, bassist Luke Stewart en Tomeka Reid. Het uitdrukkelijke bewijs dat Maris tot de improvisatietop behoort en dit de definitieve (muzikale) Esperanto-taal is.

Ultieme trips
Weave4 is het nieuwste initiatief van de Franse pianist Benoît Delbecq, samen met de Britse drummer Steve Argüelles en de Italianen Francesco Bigoni en Francesco Diodati op respectievelijk saxofoon en gitaar. Een spacy trip met de nodige zen-affiniteiten die de grote concertzaal omtoverde tot een intieme jazzclub. Sterk hoe de gitarist tijdens een langere passage telkens de saxofoonpartijen herhaalde, zij het met de nodige weerhaakjes. Ergens tussen Pink Floyd en de huiveringwekkende wereld van ‘Twin Peaks’. Het doet uitkijken naar de cd die ingeblikt is maar pas tegen het einde van het jaar verschijnt. Ook bij CLCJ, het kwartet van Chris Pitsiokos, Luke Stewart, Chris Williams en Jason Nazary, was de leuze space is the place maar dan net wat krachtiger, meer groovy en elektronischer uitgewerkt dan bij Weave4.

  
Compressorhead's Stickboy & Bones, Spinifex, het Duitse Mädchenchor am Essener Dom.

Spiritueel hoogtepunt
De Israëlische componiste Maya Dunietz koppelde voor de gelegenheid het Meitar Ensemble uit Tel Aviv aan het Duitse Mädchenchor am Essener Dom om de Arabische liederencyclus ‘Hai Shirim’ uit te voeren. Een concert om in te lijsten. De intimiteit van jazz-kamermuziek gegenereerd door fagot, dwarsfluit, saxofoon, viool, cello en piano omkaderd middels de engelenzang van het jeugdig koor, bracht een doodse luisterstilte teweeg bij het publiek. Ook toen de vocalisten zich installeerden in verschillende hoeken van de zaal en van daaruit hun zang lieten weergalmen, bleef het muisstil. Zelfs geen gsm die uit een broekzak of handtas donderde, de plaag van tegenwoordig tot zelfs in de operahuizen toe. Een sensurround spektakel van heel breekbare aard en bijwijlen dicht aanleunend bij de wereld van de Griekse Eleni Karaindrou.

Scharniereditie
Dit alles en nog veel meer viel te beleven. Mocht er nog iemand twijfelen, Moers is een uitzonderlijke en hybride totaalervaring die de boodschap van jazz reeds vijf decennia verspreidt, improviserend maar ook uiterst professioneel daar waar nodig en natuurlijk steeds met dat tikkeltje anarchisme. Editie 2022 was vooral ook een scharniermoment in de vijftigjarige geschiedenis. Er waren aansluitingen met het verleden door het behoud van vaste waarden - met het begrip vrijheid voorop - maar programmeur Tim Isfort en zijn ploeg getuigen ook van een visie naar de toekomst aan de hand van een steeds meer flexibele opstelling en infrastructuur. Een must gezien de onzekere tijden waarin festivalland verkeert. Moers Festival blijft zo een doolhof waarin het heerlijk verdwalen is. 

Fotografie: André Symann (1, 3, 7, 11, 12, 13 14), Kristina Zalesskaya (2, 16, 18), Julian Schwarze (4, 17), Miriam Juschkat (5), Kurt Rade (6, 8, 10, 15), Nils Brinkmeier (9).


© Jazzenzo 2010