Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Teis Semey – Mean Mean Machine

CD-RECENSIE 

Teis Semey – Mean Mean Machine
bezetting: Teis Semey gitaar; Alistair Payne trompet; José Soares altsaxofoon; Jort Terwijn contrabas; Sun-Mi Hong drums
opgenomen: winter 2020, Wisseloord Studio 2
uitgebracht: 19 november 2021
label: ZenneZ Records
aantal stukken: 7
tijdsduur: 42’48
website: teissemey.com - zennezrecords.com 
door: Mathijs van den Berg



‘Mean Mean Machine’ is het derde album van de in Amsterdam woonachtige Deense gitarist Teis Semey (1993). Tijdens de pandemie deed hij onder andere nieuwe inspiratie op bij zijn ouders in Zweden, waar hij zich in een songbook met Scandinavische liedjes verdiepte dat hij van zijn grootmoeder had geërfd. Hij combineerde deze invloed met de punk en free jazz waar zijn muzikale voorkeur naar uitgaat. In Nederland stortte hij zich met zijn kwintet op de nieuwe nummers. Het resultaat is een rauw en gedreven album.

Semey’s kwintet bevat met trompettist Alistair Payne en slagwerker Sun-Mi Hong bekende namen, voor wie saxofonist José Soares en bassist Jort Terwijn overigens niet onderdoen. Semey stelt zich nadrukkelijk niet op als leider. De muziek kwam voor een groot deel improviserend tot stand, wat goed hoorbaar is aan de frisse, directe en enthousiaste klank van het album. Hier gaat een vijftal jonge musici er eens flink tegenaan. Vooral op de eerste twee nummers waarop de punk en free jazz-invloeden domineren met staccato blazers, opzwepende drums, een dikke bas en rauwe gitaarpartijen. Energieke muziek op het scherpst van de snede.

Op ‘Bamboo Eyes’, het derde stuk, wordt gas teruggenomen met mooi repeterend blaaswerk, melodieuze gitaarpartijen en een uitgebreide bassolo. De sfeer op het daaropvolgende ‘Requiem’ staat daarna nog verder af van de rauwe albumopening. Helaas blijft dit nummer een beetje in de clichés steken, al zijn de emoties, vooral opgeroepen door uithalen op trompet en saxofoon, oprecht en overtuigend. Toch voelt de band zich hoorbaar beter thuis in ‘Monday in Turquoise’, waarin de jazzrock de boventoon voert. De trompet is lang aan het woord en Sun-Mi Hong haalt indrukwekkend uit. 

‘Glue (or the eternal struggle of beauty)’ is meer verhalend met een bijzondere en heel subtiele dynamiek. Zo heeft elk nummer een eigen karakter waarbij de groepsklank heel herkenbaar blijft. Op het afsluitende ‘Tragedie’ laat Semey met een lange solo nog eens horen wat een goede gitarist hij is. ‘Mean Mean Machine’ combineert de diepgang van jazz met de attitude van punkrock en is daardoor een plaat die de oren lekker losmaakt. Tip voor concertprogrammeurs!



Bamboo Eyes


© Jazzenzo 2010