Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Twee soorten adem – Jazz & Poetry in de Nederlandse Letteren

BOEKBESPREKING

Wim Huijser / John Schoorl: Twee soorten adem – Jazz & Poetry in de Nederlandse Letteren
uitgebracht: september 2021 
uitgever: Azul Press
omvang: 122 pagina’s, paperback
prijs: € 25,00
website: azulpress.com - wimhuijser.nl - jaspersomsen.nl 
door: Mathijs van den Berg





‘Twee soorten adem’ is de derde uitgave van uitgeverij Azul Press over de relatie tussen jazz en poëzie. Na een boek over de West Coast-gedichten van Cees Buddingh’ hebben auteur en bloemlezer Wim Huijser en Volkskrant-journalist en dichter John Schoorl ditmaal een boek aan maar liefst de gehele Nederlandse jazzpoëzie gewijd. Het bevat naast artikelen en interviews ook jazzgedichten van een achttal dichters. Jazz en poëzie hebben elk hun eigen adem, maar zijn tevens aan elkaar verwant, is de teneur.

In een inleidend artikel bespreekt Huijser ‘in a nutshell’ de honderdjarige geschiedenis van de relatie tussen jazz en poëzie. Deze begon bij de Harlem Renaissance in de jaren twintig en liep via de naoorlogse beatgeneratie tot de jazz rap en poetry slam van deze tijd. Eerst gaat Huijser in op de verschillende soorten jazzpoëzie: jazzpoëzie naar de vorm, vol ritmes, herhalingen en stiltes, op een vrije en meer geïmproviseerde manier geschreven en vaak voorgedragen onder begeleiding van jazzmuziek, en poëzie óver jazz, thematisch dus, als eerbetoon. 

Schools
Vervolgens noemt Huijser de belangrijkste kenmerken, verschillen en namen. Hij besteedt hierbij wat meer aandacht aan de Vijftigers, die natuurlijk ook onze bekendste jazzdichters leverden: Campert en Lucebert. En natuurlijk Simon Vinkenoog, de grondlegger van de Nederlandse Live Poetry, met in zijn kielzog Jules Deelder, die jazz door zijn aderen had stromen. Van de Zestigers wordt Bernlef uitgebreider behandeld. Over het algemeen is het een nogal schools en voorspelbaar overzicht. De citaten zijn vaak overbekend. Zeker gezien de boektitel is het jammer dat de historie niet verder wordt uitgediept. Dat gebeurt ook later in het boek niet. Verder ligt Huijsers sympathie duidelijk bij de oudere en bij de geschreven jazzpoëzie. 

De wil om een compleet verhaal te vertellen is er wel, wat blijkt uit het onderdeel dat hierop volgt. Toch valt het fragment uit ‘De laatste dichters’ van Christine Otten, over de spoken word van The Last Poets, wat rauw op je dak: het wordt niet toegelicht of ingeleid, zodat het even tijd kost om het te plaatsen, iets wat je in dit boek wel vaker hebt. Het fragment blijkt een citaat van de Amerikaanse dichter Amiri Baraka over de invloed die de muziek van Ellington, Monk en Coltrane op hem heeft gehad. Jazz is volgens Baraka muziek met een verhaal. Ook de regels uit de tekst ‘Wise 2’ kun je niet meteen plaatsen, noch wat ‘Billie’s Bounce’ van Charlie Parker daar nou mee te maken heeft. 

Lekker leesbaar
Dat het stuk ‘Jules & Joe’ van John Schoorl gebaseerd is op een interview met Deelder over altsaxofonist Joe Maini wordt niet aangegeven. Schoorl heeft zich goed ingeleefd in Deelders directe, rauwe taalgebruik. Het vlot geschreven verhaal is een mooi eerbetoon aan de jazzy Rotterdammer. Lekker leesbaar is ook het stuk over de Belgische jazztekenaar Louis Joos, dat veel boeiende informatie geeft. Joos maakte de mooie omslagtekening, in zijn fantastische zwart/wit-stijl. Van dit artikel is overigens weer onduidelijk wie de auteur is. 

Bijzonder interessant is het interview* dat dichter en jazzjournalist Mischa Andriessen in 2008 had met schrijver en dichter Bernlef. Een goede keuze omdat Bernlef behalve gedichten ook essays en verhalen over jazz schreef en er dus met diepgang over vertellen kon. Bernlef zag muziek maken en schrijven overigens als iets verschillends: ‘improviseren doe je in werkelijke tijd en schrijven heeft veel met componeren te maken.’ Toch heeft jazz hem als schrijver iets geleerd: ‘dat je het in elk geval zo moet opschrijven dat het lijkt alsof het moeiteloos tot stand is gekomen.’ Ook hoeft niet alles afgerond te zijn. 

Eigen jazzgevoel
De acht dichters die in het boekje zijn opgenomen hebben elk op hun eigen manier hun jazzgevoel proberen te verwoorden. John Schoorl door middel van een ongepolijste praatstijl. Guy van Hoof schrijft over zijn helden en over jazz in het algemeen: ‘Jazz is geen chaos/maar precies de vrijheid/om ermee om te gaan/de discipline/om niet te ontsporen.’ Roger de Neef, ook een Vlaming, dicht in de gedichtenreeks ‘Mood Indigo’ over de stemming die door jazz wordt opgeroepen in vele tinten blauw. Reinold Widemann bootst graag klanken na, zoals die van Coltrane: ‘Srrr, srrr, srrr!/Hou vast/ Pliééé plééé/Sriii pa pa pa.’ Verder bevat het boek nog gedichten van Wilfried de Jong, Mischa Andriessen, Fred Papenhove en Barney Agerbeek. De poëzie is meer curieus dan echt goed, op een enkele uitzondering na. Blijkbaar zijn het alleen (oudere) mannen die over jazz dichten. De gedichten gaan bijna allemaal over klassieke jazzhelden.

Op afstand ingespeeld
De gedichten werden opgestuurd naar de leden van de band SilentLive, die bestaat uit de blazers Bert Lochs en Frido ter Beek, bassist Jasper Somsen en gitarist en slagwerker Florian Zenker. Zij moesten kiezen welke gedichten er op muziek gezet zouden worden. SilentLive is gespecialiseerd in het begeleiden van zwijgende films en bewegend beeld, en daardoor als geen ander in staat woorden (die ook beelden zijn) in muziek te vangen. Vanwege corona werden de partijen op afstand ingespeeld, niet zoals het hoort in de jazz natuurlijk, maar waar volgens Somsen in het begeleidende interview verrassende dingen uit voortkwamen: ‘Als je op deze manier opneemt kan je elkaar makkelijker een voorzetje geven.’ Hoewel de composities laag voor laag zijn opgebouwd, klinken ze als een organisch geheel.

De muziek is via Spotify, Deezer en YouTube te beluisteren. De aangekondigde link ontbreekt, zodat je de muziek zelf moet opzoeken. Het is sowieso jammer dat de muziek niet op een cd werd bijgevoegd. De gedichten zijn op passende wijze muzikaal vertaald. Zo is ‘Snowdrift’, gebaseerd op een gedicht over ‘Kind of Blue’, in hardbopstijl gecomponeerd. Op ‘Echoes’ bij een gedicht over Jan Garbarek hoor je een weidse saxofoon. Somsen verzon arrangementen bij ‘Nightbird’ van Enrico Pieranunzi en ‘Mood Indigo’ van Ellington. De muziek wordt voorafgegaan door de gedichten of deze worden over de muziek heen gereciteerd, steeds door Wim Huijser. 

Illustraties
Het boek is verlucht met vele foto’s en met mooie, jazzy illustraties van Willem Snitker, Erzsebet Nagy Saar, RoBie van Outryve, Jef Lambrecht, Paul Turkry, Paolon Steffan en Louis Joos. ‘Lines in the sand’ is een fotoserie van Hennie Jetzes, waarop vooral moderne jazzartiesten als Maria Mendes, Jazzmeia Horn, Vijay Iyer en het Mathias Eick Quintet te zien zijn en die daardoor een inhoudelijk hiaat opvult. De fotokeuze in het boek oogt overigens vrij grillig. Waarom bijvoorbeeld dat grote, saaie portret van Cees Buddingh’? En waarom twee foto’s van Jules Deelder en The New Cool Collective? 

Ook informatie staat er af en toe twee keer in: Huijser noemt in zijn overzicht een anekdote die verderop in het interview met Bernlef ter sprake komt en ‘Lush Life’ van Billy Strayhorn, als voorbeeld van een mooie tekst, komt eveneens later terug. Het spreken van een ‘homofiele, Afrikaans-Amerikaanse jongen’ is trouwens echt niet meer van deze tijd. 

Een betere eindredactie had dit interessante project goed gedaan. Huijser en Schoorl hebben een gevarieerd boek willen maken. Tegelijkertijd heeft het de schijn van willekeur. Maar ‘Twee soorten adem’ is een sympathiek curiosum voor zowel liefhebbers van jazz als van poëzie. En een aanleiding om hierover verder te lezen of misschien zelf aan de slag te gaan.

                                                        ----------------



Een aantal gedichten werden op muziek gezet door SilentLive, bestaande uit
Bert Lochs, Frido ter Beek, Jasper Somsen en Florian Zenker. 


© Jazzenzo 2010