Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

ICP minder wild maar even gedreven

CONCERTRECENSIE. ICP Orchestra, Harmonie Leeuwarden, 8 november 2009
beeld: Stef Mennens
door: Rosa Groen

Ondanks de complexe arrangementen is het Instant Composers Pool (ICP) Orchestra een van de weinige groepen in het genre die een goed contact maakt met het publiek. Er wordt pur sang samengespeeld en de stukken worden frivool aangekondigd. De luisteraar wordt uitgedaagd om mee te gaan op een muzikale ontdekkingstocht.

  
Instant Composers Pool met pianist Misha Mengelberg en saxofonist Tobias Delius

ICP, dat al 42 jaar bestaat, biedt blijvend iets bijzonders. Al is het concept instant composing wel wat veranderd: bij de meeste stukken wordt druk van blad gelezen. Als er een heel nummer geïmproviseerd wordt, is het traditiegetrouw in kleine bezetting. Inmiddels hebben zeven van de tien muzikanten de prestigieuze Boy Edgarprijs op zak. De laatste was voor bassist Ernst Glerum.

Levende legendes
Tussen de muzikanten lopen levende legendes rond, als Misha Mengelberg en de altijd energieke Han Bennink. Het is een cadeau om naar Mengelberg te mogen luisteren. De pianist is in staat alleen al in zijn begeleiding enorme verhalen te vertellen. Met een paar noten en weinig volume, drukt hij zich buitengewoon subtiel uit. Bovendien speelt hij uitsluitend mee als hij iets toe te voegen heeft. Meestal zijn dat speelse, eigenzinnige en onverwachte sprongetjes. Of zachte, aanvullende akkoorden. Dat is Mengelberg.

Michael Moore kwettert bij een van de improvisatiestukken op klarinet door de strijkers heen alsof hij een vogeltje is dat commentaar geeft op het vrolijke spel van de anderen. Als even later een achtervolgingsscène wordt ingezet, doet het geheel denken aan een groot schilderij van Jeroen Bosch. Tot in detail uitgedacht, druk, subtiel en ongelofelijk kleurrijk.

Trombonist Wolter Wierbos improviseert donkere lijnen waaronder de andere blazers een laag leggen die zijn melodie zo mogelijk nog melancholischer maakt. Dan neemt Tobias Delius een waanzinnige solo voor zijn rekening die net zo plotseling klaar is als hij begon. Bennink speelt een toch weer verrassende solo, wild om zich heen slaand en schoppend, zoals we van hem gewend zijn. Met gesloten ogen. Schijnbaar moeiteloos schakelt ICP vervolgens over op feestmuziek als van een vrolijk jazzorkest uit New Orleans.

  
De cellisten Tristan Honsinger en Ernst Glerum, slagwerker Han Bennink

Divers repertoire
Bekende stukken als ‘Solitude’ en ‘Perdido’ van Duke Ellington worden nog eens vertolkt door ICP. Als Moore ‘Solitude’ inzet, spelen de anderen ingetogen lijnen als een achtergrondkoor dat zacht meedanst op de melodielijn. Die ingetogenheid heeft ook iets humoristisch, omdat soms op onverwachte plekken een akkoord van Mengelberg ligt of er een vreugdekreet van Bennink klinkt. ‘Locomotive’ van Thelonious Monk komt voorbij, een arrangement van Moore en vervolgens speelt de band twee stukken van Mengelberg: ‘Jaloerse Ik’ en ‘Vloed’.

‘Vloed’ doet inderdaad denken aan het strand, een paar meeuwen erboven en een partij steeds hoger wordende, bulderende golven. Het aangekondigd onheil barst los in een beestenboel waar een harde klap op de drums een einde aan maakt. ICP speelt niet alleen met zichtbaar plezier, maar ook met een soort noodzakelijkheid. En die urgentie, soms ingehouden, soms uitbundig, maakt van elk concert van de groep een onuitwisbare belevenis. “Een waanzinnig orkest”, al zegt Bennink het zelf.


© Jazzenzo 2010