Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Roy Hargrove Quintet: noch gedateerd noch vernieuwend

CONCERTRECENSIE. Roy Hargrove Quintet, Bimhuis, Amsterdam, 15 november 2009
beeld: Ron Beenen
door: Tim Sprangers

Eén van de clichés van jazz is dat zij vernieuwend moet zijn. Jazz is een avontuurlijk genre, waarin de muzikanten consequent behoren te zoeken naar ongekende geluiden. De relevantie en haalbaarheid van deze redenering is nihil. Maar een cliché ontstaat niet uit het niets; een kern van waarheid is onoverkomelijk.


Het Quintet van Roy Hargrove in Bimhuis, met bassist Ameen Saleem en Justin Robinson op altsax.

Wellicht ligt deze in het kenmerk ‘improvisatie’, overigens ook geen waterdicht en puur jazzgerelateerd begrip. Uitgaande van interacties op het podium en op de plaat is het improvisatiegenre immer vernieuwend; muzikale gesprekken kunnen namelijk nooit identiek zijn. Wat te denken van persoonlijke verkenningstochten. In dit geval zijn ook de praktijken van Roy Hargrove interessant voor de luisteraars die zoeken naar de zogenaamde ‘nieuwe’ geluiden. Minder interessant lijkt Hargrove voor jazzliefhebbers die in het genre zoeken naar onbekende stijlen, verse klankkleuren of originele composities. De vraag is wat het Roy Hargrove Quintet (Justin Robinson altsax, Joel Holmes piano, Ameen Saleem bas, Montez Coleman drums) toevoegt aan de hardbop uit de jaren vijftig.

Want duf of gedateerd klinkt het kwintet niet. Integendeel. Met een enorme vaart dendert de Hargrove-trein ruim twee en een half uur door het al lang uitverkochte Bimhuis. Net als Hargroves voorkomen, strak grijs pak, felle gympen en gestileerde bewegingen, spelen de vijf met een buitengewone nauwgezetheid. Bekende en onbekende thema’s barsten van eenvoud en bieden zo ook kracht en mogelijkheid tot improvisatie. Het laatste kwam duidelijk naar voren in de solo’s, die elkaar in rap tempo opvolgden, vaak in een logische climax van snelheid en volume. De eenheid is zó beheerst en zó onder controle dat het nonchalant lijkt. Het is alsof zij al decennialang sessies leiden en elkaar door en door kennen. Het technisch vernuft is imposant.


Justin Robinson, Joel Holmes, Roy Hargrove.

Trompettist Hargrove streeft naar veel spelen met een vaste club muzikanten, waardoor zij elkaars spel en initiatieven kunnen voorspellen. Dit overigens allemaal binnen de grenzen van Hargoves hardbop, of neo-hardbop, zoals het nu wordt genoemd. En dit maakt het toch ook voor de luisteraar een tikje voorspelbaar. Want hoe indrukwekkend het inzicht in elkaar en de technische bagage ook is, als om het zoveelste simpele thema een reeks notenvretende solo’s wordt gebouwd, vindt zelfs de toehoorder weinig uitdaging. Net als Hargrove overigens, die tijdens uitspattingen van bijvoorbeeld Holmes of Coleman, uitgebreid zijn blik richtte naar buiten, kijkend naar wat Amsterdam te bieden heeft.

De afwisseling met de flugelhorn was dan ook welkom. Tijdens de spaarzame ballads liet Hargrove horen wat een zachtaardig geluid dit instrument biedt. Ook de korte invulling van pianist Ramon Valle, die als gastmuzikant één solo gaf gevormd in razendsnelle latinstructeren, vormde een fijne wending. Daarnaast is de trompettist een ware showman. Zijn karakteristieke gebogen rug, de zelfverzekerde allure, wat strakke danspassen op de achtergrond. Hargrove heeft in elk nummer het eerste en laatste woord. Niet te vergeten zijn krachtige spel dat zich ook leent voor soul, hiphop en R&B; het maakt hem de populairste trompettist ter wereld in het afgelopen decennium.

Wat de concerten van Roy Hargrove nu exact tot een belevenis maken, is moeilijk te zeggen. Vernieuwend is hij met zijn kwintet in ieder geval niet. Maar oh ja, dat doet er niet toe.


© Jazzenzo 2010