Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Branford Marsalis Quartet is een vier sterren kwartet

CONCERTRECENSIE. Branford Marsalis Quartet, Concertgebouw Amsterdam, 17 november 2009
beeld: Ron Beenen
door: Mischa Andriessen

Joey Calderazzo, Eric Revis; niet vaak worden ze als grote naam in de jazz bestempeld. Van Justin Faulkner hebben nog maar weinig mensen gehoord. Die laatste was dit jaar ineens de verrassende vervanger van Jeff ‘Tain’ Watts, een weergaloze drummer met wie Branford Marsalis al heel lang samenwerkte. Watts is een krachtig en empathisch muzikant en bovendien een man die zijn klassiekers kent, maar niet bang is vooruit te kijken. Geen kleine om te vervangen dus. Het is te veel gevraagd en te vroeg om van de achttienjarige Faulkner te verwachten dat hij de herinnering aan deze geweldige musicus zoek zou spelen.


Branford Marsalis en zijn Quartet putten dankbaar uit de erfenis van zowel freejazz als bebop.

Toch, kwam hij eerlijk gezegd een heel eind. De jonge drummer die vanuit een klassieke opleiding in de jazz verzeild is geraakt, lijkt vanuit de compositie te denken. Hij kan een straf tempo aan, maar durft zijn spel ook klein te houden en zich op momenten tot het spelen van accenten te beperken. Met die afwisseling tussen stevig en subtiel creëert hij een goede ondergrond voor de vrije maar gestroomlijnde improvisaties waarbij meestal pianist Joey Calderazzo en soms ook bassist Eric Revis het voortouw namen en Marsalis wat afzijdig bleef.

Vooral Calderazzo maakte bijzonder veel indruk. Ooit werd hij door Michael Brecker opgemerkt en sindsdien draait hij al heel wat jaren mee. Hij heeft wel platen onder eigen naam gemaakt, zoals de knappe solo-cd ‘Haiku’, maar toch is hij vooral bekend als sideman. Van hem zelf hoeft die rol misschien niet zo nodig te worden aangepast, maar wat meer erkenning is wel op zijn plaats. Met zijn soepele parafrases en rijk geschakeerde spel waarin subtiliteiten en het betere grove hakwerk elkaar voorbeeldig aflosten, zette hij de naamgever van dit machtige kwartet dit keer toch enigszins in de schaduw.


In het imposante Concertgebouw maakte pianist Joey Calderazzo veel indruk, evenals de jonge drummer Justin Faulkner die sinds dit jaar Jef 'Tain' Watts in het quartet vervangt.

Kwantitatief was de inbreng van Branford Marsalis beperkt. Hij gaf zijn medespelers de ruimte, zo kun je het ook zien. Veelbetekenend was het dat hij zijn eigen solo even een halt toeriep om Calderazzo een groots applaus te laten oogsten. Natuurlijk demonstreerde Marsalis toch ook en met verve zijn handelsmerk, die brede sound op zowel sopraan als tenor gekoppeld aan een verbluffende techniek. De jarenlang volgehouden kritiek dat hij weliswaar virtuoos speelt, maar niets te zeggen heeft, lijkt al enige tijd verstomd en terecht. In het Concertgebouw waar bij jazzconcerten de ambiance nogal eens een belangrijke omissie is, wisten Marsalis c.s. opvallend veel sfeer te brengen met gloedvolle ballads en energieke stukken die dankbaar putten uit de erfenis van zowel freejazz als bebop. Niet voor niets stonden twee Monknummers op het programma. 

Over de gehele linie was het een wat ingetogener optreden dan bijvoorbeeld dat in Lantaren-Venster, vier jaar terug of die spetterende cd ‘Braggtown’ uit 2006, maar het was een goed optreden, vaak zelfs heel goed. Met vier veelzijdige muzikanten die hun oren open en hun ego in bedwang hebben. Vier sterren in een kwartet dat ook vier sterren verdient, bij momenten zelfs op een schaal van een tot vier. 


© Jazzenzo 2010