Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Sterk ‘Paranoia’-festival gaat als nachtkaars uit

STRANGER THAN PARANOIA. Paradox en 013 Tilburg, 29 en 30 december 2009
beeld: Marcel Mutsaers, Stef Mennens
door: Rinus van der Heijden

Een flamencozanger en een mezzosopraan. Hij met aangrijpende Catalaanse muziek, zij met werk van de Italiaanse Renaissancecomponist Claudio Monteverdi. Een op papier onmogelijke combinatie, in de praktijk echter een adembenemende samenzang. Componist Niko Langenhuijsen maakte het mogelijk tijdens Stranger Than Paranoia in zijn project ‘Stranger Than A Paradox’, dat alweer een hoogtepunt vormde van een festival, dat 30 december werd afgesloten in popcentrum 013.

‘Stranger Than A Paradox’ was slechts twee keer mee te maken: op November Music in Den Bosch en nu dus op Stranger Than Paranoia in Tilburg. Het valt te hopen dat programmeurs ergens nog een portefeuille hebben liggen met wat papiergeld, want met dit project haal je prestigieuze waar binnen. Met een bezetting van euphonium, sopraan- en altsaxofoon, viool, Spaanse gitaar, zang, elektrische gitaar, slagwerk, contrabas en piano werd een mix gezocht tussen jazz, flamenco, Arabische en klassieke muziek. En gedeeltelijk nog gevonden ook. Met veel durf maar vooral ongekend vakmanschap schoof componist/musicus Niko Langenhuijsen met grenzen die nog nauwelijks zijn geslecht. Het resultaat was uiterst verrassend. Flamenco en muziek die de overgang van Renaissance naar barok markeert (eind 16e, begin 17e eeuw) passen wonderwel bij elkaar. Niko Langenhuijsen liet horen dat vier eeuwen tijdverschil geen ene bal uitmaken.

Onbetwist hoogtepunt was de a cappella samenzang tussen Carlos Denia en Charlotte Schoeters. De ruwe, donkere stem van de eerste contrasteerde, maar voegde ook perfect samen met het mezzogeluid van de nog pas 21-jarige Belgische zangeres. Prachtig was de vondst in ‘De Droom’; hij zong in het Catalaans, zij in het Vlaams. En dat met volledig behoud van authenticiteit. Minpunt was de bescheiden aanwezigheid van de Iraakse violist Govar Hamid. Hij had met zijn Turks/Koerdische achtergrond voor het element Arabisch moeten zorgen, maar dat kwam nauwelijks uit de verf. Laten we het derhalve maar houden op een meer dan geslaagde mix van jazz, flamenco en klassiek.


Niko Langenhuijsen tijdens zijn carte blanche met flamencozanger Carlos Denia en mezzosopraan Charlotte Schoeters.

Voor de ware pianoliefhebber trad de Indiase Vijay Iyer aan. Een man van wie je geen hoogte kon krijgen, noch als uitvoerder, noch als mens. Wat dit laatste betreft betoonde hij zich even autistisch als Mr. Bean, achter de piano bleek hij een ware improvisatietijger. Met invloeden van minimal-music, Cecil Taylor, Alexander von Schlippenbach, Misha Mengelberg, Chris McGregor en vele anderen - kortom de Westerse geïmproviseerde pianocultuur - mengde hij het Indiase cultuurgoed. Dat gebeurde in hoog tempo gespeelde, uitgebreide en doorwrochte improvisaties, die soms hamerend en dan weer noot voor noot aan de piano ontsnapten. Iyer speelde als in trance, zonder toelichting, slechts beleefd buigend na elk stuk. Tot hij plotsklaps bleek te kunnen spreken en de vraag stelde voor wie het publiek koos: John Lennon of Michael Jackson. Er kwam geen eensluidend antwoord uit de zaal, waarop Vijay Iyer ‘Time After Time’ van Cindy Lauper (en Miles Davis!) inzette. Een thema dat duidelijk herkenbaar bleef, ondanks dat de pianist het toedekte onder een deken van geïmproviseerde noten.

Een ware verrassing was de Benoit Martiny Band. Het Italiaans/Hongaars/Luxemburgs/Nederlands kwintet is een gloedvolle vertegenwoordiger van NU-jazz en speelde deze avond de lampen van het plafond. In een razend tempo voltrokken zich duels tussen tenor- en altsax, elektrische gitaar, contrabas en het slagwerk van leider Benoit Martiny. De eerste tonen van het concert deden denken aan Deep Purple, Kurt Cobain dook op plus onafgebroken de beste elementen uit de jazztraditie. Vrije improvisatie was het sleutelwoord, snelheid de voorwaarde.


Pianist Vijay Iyer. Leider-slagwerker Benoit Martiny van de gelijknamige band, met daarnaast gitarist Frank Gones, en de blazers Daniele Martini en Jasper van Damme.

De elektrische gitaar gaf aan waarom dit kwintet gerubriceerd moet worden onder NU-jazz. Bespeler Frank Gones bediende zich met graagte van popelementen, maar hij voegde zich ook moeiteloos in de vrije jazz die de rest toch het liefst hanteerde. Afgebeten ritmes, het straffe tempo, uiterst technische slagwerkpartijen, het verbluffende gefreak van de twee saxofonisten, dit alles wierp nieuw licht op de jongste jazzontwikkelingen. Leider Benoit Martiny was het warm kloppend hart van dit opmerkelijke vijftal en tevens de bescheiden biechtvader voor alle zonden die een elektrische gitaar in bestaande jazzopvattingen maar kan begaan. Die zonden waren echter nodig om dit concert zo verheven te maken.

Een prachtig Stranger Than Paranoia 2009, met maar liefst zes climaxen, ging helaas als de spreekwoordelijke nachtkaars uit. De laatste avond begon indrukwekkend met Jacob ter Veldhuis’ multimediaproject ‘Cities change the song of birds’, waarin met videobeelden, licht, computeranimaties en natuurlijk muziek de zelfkant van de Amerikaanse samenleving in beeld en geluid werd gebracht. Een uur lang denderde de waanzin van drugsgebruikers, hoeren, pooiers, alcoholisten en doorgedraaide godsdienstfreaks door de grote zaal van popcentrum 013. Afgewisseld met knap uitgeschreven en geïmproviseerde composities door een live-ensemble van vier saxofonisten, contrabas, harp en slagwerk. Na afloop slaakte je een zucht van verlichting, in de wetenschap dat je niet in de goten van Amerikaanse metropolen rondhing, maar gelukkig in - een met te weinig mensen gevuld - 013.


Het indrukwekkende project 'Cities change the songs of birds' van Jacob ter Veldhuis, met rechts saxofonist Mete Erker.

En toen kwam de klad erin. Ronnie Jordan, grondlegger van de acid-jazz en daardoor groot aangekondigd, maakte tijdens zijn concert met het Nederlandse Leslie Nielsen Trio zijn naam geen ogenblik waar. Als een onervaren gitaarleerling beperkte hij zich met brave akkoorden vooral als begeleider van de veel te prominent aanwezige Hammondorganist Arno Krijger. In de momenten waarin hij wel soleerde, sloeg saaiheid genadeloos toe. Gespeend van elke fantasie reeg hij het ene brave riedeltje aan het andere. Zijn Nederlandse begeleiders konden ook al geen artistieke potten breken, waardoor Jordan wellicht nog verderop raakte.

Defunkt Soul van trombonist Joseph Bowie sloot Stranger Than Paranoia 2009 pijnlijk af. Pijnlijk omdat wie Defunkt kent van platen als ‘Thermonuclear Sweat’ uit 1982 en ‘Live at the Knitting Factory’ uit 1991 niet anders kan concluderen dan dat Bowie nu toch wel erg diep is gezonken. Zijn trombone was slechts handvulling; zingen meende de jongere broer van trompettist Lester Bowie beter te kunnen. Wat een eigendunk. Zijn ongeïnspireerde zang mondde uit in voorspelbare danspasjes, aanstellerij en glad showwerk, met slechts nadruk op de uiterlijke kant ervan.


Ronnie Jordan, Joseph Bowie en zangeres Kelli Sae.

Dat de soul en funk van Defunkt toch dansbare muziek opleverde, lag beslist niet aan de leider. Voor deze stijlen heb je immers niet veel meer nodig dan een adequaat opererende band. Die hád Bowie, dus daar zat het wel goed. Maar als je (jonge) zangeres beter is dan jij als zanger, dan kun je beter je mond houden of er een toeter in stoppen. En er dan op spelen zoals op voornoemde platen, waar techniek, improvisatie en oprechte emotie geen plek boden voor ordinaire commercie.


© Jazzenzo 2010