Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Lula Pena en de betovering van het dwalen

COLUMN
door: David Cohen









Rua de São Ciro.


Op 2 augustus leerde ik in Lissabon de magie van het dwalen. Na het bezichtigen van de monumenten in de wijk Belém aan de Taag maakte ik een plan: ik zou gaan wandelen naar de mij bekende Basílica da Estrela, maar de precieze route zou ik slechts in grote lijnen uitstippelen. Het was me al eerder duidelijk geworden dat Lissabon een stad is waar je de mooie dingen vooral vindt door er juist niet naar te zoeken, maar te varen op het toeval. Dat de naam van de beroemde Portugese volksmuziek fado voortkomt uit het Latijnse woord fatum, ‘lot’ en ‘toeval’, is vast geen… nou ja, toeval.

De buit op mijn dwaaltocht was niet slecht: een stripwinkel die uitsluitend gewijd was aan Kuifje en een prachtige kerk voor mij alleen, de volledig uitgestorven Igreja de São Pedro em Alcántara. Maar de klap op de vuurpijl kwam pas toen ik besloot de direct naar de basiliek voerende, maar niet bepaald mooie Avenida do Infante Santo links te laten liggen en door allerlei kleine weggetjes mijn doel te bereiken. Deze kruipdoor-sluipdoor-route werd steeds twijfelachtiger en twee keer vroeg ik aan voorbijgangers of dit de weg naar de kathedraal was: ‘Sim, sim, gewoon rechtdoor, u ziet het vanzelf’. De weg bereikte qua visueel onbehagen een dieptepunt toen ik de Rua de São Ciro betrad. De basiliek was echter al in zicht. Ik liep snel door de onooglijke straat, tot ik vanuit mijn ooghoek een winkeltje met boeken zag en besloot even een snelle blik te werpen.

Het zou niet bij een snelle blik blijven. In deze boekhandel ‘Poesia Incompleta’ bleek eigenaar Mario Guerra, bijgenaamd ‘Changuito’, een paradijs voor bibliofielen op touw te hebben gezet: een boekwinkeltje waar uitsluitend poëzie te verkrijgen was. Ik dwaalde door zijn collectie en wierp uiteindelijk meerdere joetjes over de toonbank voor bundels van giganten als Camilo Pessanha, Florbela Espanca, bossa nova-dichter Vinícius de Moraes en de in tweetalige uitvoering beschikbare Gerrit Komrij. Maar daar hield het niet bij op: Changuito nodigde me uit om voor zijn onder boeken bedolven bureautje plaats te nemen voor een mini-hoorcollege over Portugese literatuur en muziek. ‘Houdt U van fado?’ vroeg hij. Op mijn brave antwoord (‘Sim, eu curto Amalia Rodrigues, Cristina Branco e João Farinha’) verklaarde Changuito met een glimlach: ‘Ik ga u iets laten horen van een vriendin van mij. Isso é puro sexo.’ Zijn makkers keken me grijnzend aan, ongetwijfeld omdat ze wisten wat Changuito zou laten horen: Lula Pena’s live-uitvoering van de volksmelodie Senhora do Almortão.





Bij het horen van Lula Pena’s percussieve gitaarspel en haar warme, volle stem liepen de rillingen me over de rug. In een klap meende ik te begrijpen wat de Portugeestaligen nou eigenlijk bedoelen met dat onvertaalbare woord saudade: al tijdens het luisteren ervoer ik bij de gedachte dat aan dit lied een eind zou moeten komen diepe droefenis en grote blijdschap in één. Verdriet omdat het lied niet kon blijven duren, vreugde omdat ik het voorrecht had kennis te maken met muziek die me zozeer raakte. Na een kwartiertje bedankte ik Changuito voor de boeken, de muziek en het gezelschap en begaf me diep geroerd naar de kathedraal, mijn kop vol met gedachten over fado en fatum.

’s Avonds in mijn hotel aan zee luisterde ik weer naar Senhora do Almortão en andere liederen van Lula Pena en verdiepte me in haar discografie. Het bleek in de daarop volgende dagen nog knap lastig cd’s van haar te vinden. De zangeres, dichteres en ‘fadista’ bracht in 1998 haar eerste plaat ‘Phados’ op de markt, wachtte twaalf jaar tot haar tweede cd ‘Troubadour’ en nog eens zeven jaar tot haar derde en meest recente cd ‘Archivo Pittoresco’. In het programma Vrije Geluiden van 8/5/16 antwoordde ze op de vraag of ze dit tempo zelf niet wat langzaam vond: ‘Nee hoor. Mijn tempo is normaal, het is de wereld die steeds sneller wordt.’

Sindsdien gaat er geen dag voorbij zonder dat ik naar Phados en Archivo Pittoresco luister. Daar is nog een andere gewoonte bij gekomen: ik probeer elke dag, net als op die tweede augustus in Lissabon, met opzet een tijdje te dwalen en gewoon te kijken wat zich voordoet. Een kwartier, een half uur, twee uur, net hoe het uitkomt. Toen ik eergisteren met een makker een waroeng aan de Amsterdamse Van Woustraat uitliep, zei hij: ‘Ik wil weg uit de drukte. Kom, we gaan gewoon even een rustige straat in – die daar.’ We kenden de Govert Flinckstraat allebei wel, maar uitsluitend als fietsers, en hadden er onze ogen nog nooit de kost gegeven. Hoewel deze kathedraalloze straat er een stuk beter uitzag dan de Rua de São Ciro, voltrok zich precies hetzelfde toeval als bij boekhandel Poesia Incompleta. ‘Wacht even, gabber. Zie je deze winkel? Bladmuziek en een biografie van Mahler. Hier wil ik naar binnen.’

Een kwartiertje later verliet ik Muziekmagazijn Opus 391 met drie prachtige boeken en een advies: daags daarna zou de sympathieke uitbaatster ook met een kraampje op een grote boekenmarkt te vinden zijn. Ik besloot erheen te gaan en me andermaal te laten leiden door het toeval. Dwalend langs de boeken viel mijn oog bij een andere kraam op een stapeltje cd’s, weggemoffeld tussen stapels vaderlandse literatuur: zeven cd’s met fado van de grandioze zangeressen Mariza, Dulce Pontes, Mafalda Arnauth en Amalia Rodrigues. ‘Als u ze allemaal meeneemt maken we een prijsje, hoor. Hoe klinkt ‘n eurootje per stuk?’ Ik heb zelden een verkoper uitgescholden omdat hij te weinig vroeg.

Na twee keer de betovering van het dwalen ook op Nederlandse bodem te hebben beleefd, meende ik niet alleen het wezen van de saudade te begrijpen, maar ook de betekenis van die prachtige, in 2015 tot mooiste liedregels verkozen verzen uit Ramses Shaffy’s ‘Laat me’: ‘Ik ken de kroegen, kathedralen, van Amsterdam tot aan Maastricht / Toch zal ik elke dag verdwalen, dat houdt de zaak in evenwicht.’

Op mijn eigen dagelijkse dwaaltochten denk ik aan van alles en nog wat, maar bovenal aan Changuito en de fadista Lula Pena, met wier muziek die dagelijkse mini-Odysseetjes begonnen. Ze schijnt zelf ook van het dwalen te houden, want haar jongste album ‘Archivo Pittoresco’ besluit ze met het nummer ‘Come Wander With Me’. 

Of deze fado op toeval berust?


© Jazzenzo 2010