Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Walter "Wolfman" Washington - Doin' the funky thing

CD-RECENSIE

Walter "Wolfman" Washington - Doin' the funky thing
bezetting: Walter "Wolfman" Washington; zang, gitaar, John "Jack" Cruz; bas, zang, James "Jimmy" Carpenter; tenor - en baritonsax, zang, Antonio Gambrell; trompet, Kevin O'Day; drums. Gasten o.a. Dr. John; Hammondorgel, Troy Andrews en David Jumper; trompet, Judson Nielsen; keyboard, Hammondorgel
release: 2008
label: Zoho Music
tracks: 10
tijd: 49.12
websites: www.walterwolfmanwashington.com  - www.zohomusic.com
myspace: www.myspace.com/walterwolfman
door: Mischa Beckers

Walter "Wolfman" Washington werd bekend in de begeleidingsbands van New Orleans legendes Ernie K-Doe en Lee Dorsey. Er bestaat een anekdote die meldt dat P-funker van het eerste uur, George Clinton, verknocht raakte aan funk toen hij ‘Get out of my life woman’ van Lee Dorsey hoorde met Washington op gitaar. In 1965 en 1966 is hij te horen op versies van ‘Ride your pony’ en ‘Working in the coal mine’ van Allen Toussaint.

Rond 1980 startte Washington als bandleider en bracht eigen albums uit maar ging bijvoorbeeld ook met de J.B. Horns (inderdaad uit de band van wijlen James Brown) op tournee. In de melting pot op het huidige album is de stijl van Maceo Parker en Fred Wesley dan ook prominent aanwezig, met name in het titelnummer. Net als veel bewoners van New Orleans ontvluchtte Washington zijn stad toen orkaan Katrina er huis hield. Zijn terugkomst beschrijft hij gedragen in ‘I'm back’ met Dr. John op Hammondorgel. Zo'n bluesy feel komt ook terug in een shuffle als ‘Just like that’.

De langzame soul in ‘One day from being a fool’ vormt een derde ingrediënt van zijn muziek en natuurlijk mag het belangrijkste basiselement, dat typische New Orleans gevoel, zoals in het marsritme dat Kevin O'Day in ‘Crescent city starlights’ op de snare drumt, niet ontbreken.

Niets nieuws onder de zon, wel een gedegen en gemeende uitvoering van een stel gepokt en gemazelde New Orleans muzikanten. Washington houdt zijn solowerk beperkt tot enkelnotige variaties op de refreinen met hier en daar een B.B. King-achtige uithaal en verslikt zich wel eens als hij te snel gaat. De arrangementen voor de blazers zijn effectief en ze houden het veelal bij strakke legato lijnen in de funky stukken en lang aangezette ondersteuning in de soulnummers.

De uitzondering is ‘Wolf Jazz’, een swing met big bandachtige arrangementen en veel ruimte voor de blazers en gastspeler Judson Nielsen op Hammondorgel om hun kunnen in solo's te tonen.


© Jazzenzo 2010