Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Wayman Tisdale – The Fonk Record

CD-RECENSIE

Wayman Tisdale – The Fonk Record
bezetting: Wayman Tisdale; zang, bas, gitaar, keyboards, ‘Tha Sukaz’; achtergrondzang, Arthur Thompson; drums, percussie, O’dell Ross; gitaar, Perry Hardin; gitaar, Donald Hayes; saxofoon, Sennie Martin; trompet, Joey Summerfield; trompet, Doug Lovelace; synthesizer, Brian Jones; orgel, Jr. Swinga; vocoder
Gasten: George Duke; zang, George Clinton; zang, Ali Woodson; zang
release: 2010
label: Mack Avenue Records
tracks: 11
tijd: 48.30
website: www.mackavenue.com/waymantisdale
door: Mischa Beckers

Wayman Tisdale is een gewezen NBA-basketballer die, vooral na zijn sportcarrière, furore maakte als jazzbassist in het smooth jazz genre. Daarin bracht hij acht goedlopende albums uit. Gedurende zijn loopbaan maakte hij enkele keren, als zijn alter ego Tiz, korte uitstapjes naar de funkmuziek. Vele jaren broedde hij op daarbij behorende ideeën die hij gestalte wilde geven op een album. De laatste twee jaar van zijn leven werkte hij dan ook intensief aan ‘The fonk record’. Het verscheen onlangs, ruim een jaar nadat Tisdale op 44-jarige leeftijd overleed.

Dit album is alles wat de titel belooft. Het opent met knetterende blazers in de stijl van de vroege Kool and the Gang maar schakelt dan snel naar een setje onvervalste P-funk. Alle ingrediënten zijn aanwezig: drums en bas die het P-funk credo ‘on-the-one’ dubbel en dwars eer aan doen, de slaggitaren in metronomische precisie, lijzige koortjes en gestapelde kwaakgeluiden uit de synthesizers. Opzwepend en energiek met George Duke achter de microfoon en louche en vuig wanneer the godfather of P-funk George Clinton zingt. P-funk klassiekers grooven soms ellenlang door en dan ligt eentonigheid op de loer. Tisdale tapt echter op tijd uit een ander vaatje. Laat een gevoelige ballad horen en stukken in een subtieler soort funk, denk aan Cameo en Prince. De invloed van his royal badness is sowieso sterk aanwezig op het album. Qua structuur is deze muziek niet zo complex. Tisdale bouwt die wel listig op met verschillende over en in elkaar vloeiende zanglijnen, in diverse stijlen, en themaatjes uit de keyboards. Hij is erg flexibel met de stem en scat soepel – “Hey, I play my own horns”. Het is te merken dat Tisdale lang heeft nagedacht over de opbouw en uitvoering van de stukken. Hij leverde een album af met pakkende songs en een energieke en sensuele sfeer.


© Jazzenzo 2010