Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Michael Varekamp – Elektra Part 1 & 2

CD-RECENSIE 

Michael Varekamp – Elektra Part 1 & 2 
bezetting: Michael Varekamp trompet, effecten; Jerôme Hol gitaar, effecten; Wiboud Burkens keyboards, samples; Erik Kooger drums, samples; Harry Emmery contrabas
opgenomen: mei 2017, Bullet Sound Studio’s, Nederhorst den Berg
uitgebracht: 26 oktober 2018
label: Sound Of Art Records
aantal stukken: 9
tijdsduur: 62’39 + 42’40 (2 cd)
website: www.michaelvarekamp.nl
door: Mathijs van den Berg


Michael Varekamp is iemand van meerdere disciplines. Behalve trompettist is hij zanger, beeldend kunstenaar en theatermaker. Iets nieuws is een elektrische band, waar naast zijn vaste begeleiders, toetsenist Wiboud Burkens, slagwerker Erik Kooger en contrabassist Harry Emmery, ook gitarist Jerôme Hol deel van uitmaakt. Een goede keuze, aangezien Hol zeer doorkneed is in het fusiongenre.

Varekamp laat zich graag inspireren door zijn oude helden. Zo maakte hij theaterproducties over Louis Armstrong en Billie Holiday. Ook voor ‘Elektra’ haalde hij zijn inspiratie bij muzikale grootheden: Miles Davis en Jimi Hendrix. Deze hadden ooit het voornemen tot een gezamenlijke plaat, die er nooit kwam door de voortijdige dood van de gitaargod. Varekamp kwam hierdoor op het idee van een postume muzikale ontmoeting. Nogal een ambitieus plan, waar hij ook nog eens twee schijven voor uittrok. Men is zonder afspraken over songs, melodie, tijd en ritme de studio ingegaan. Waarschijnlijk geïnspireerd op de geïmproviseerde sessies van Davis’ ’Bitches Brew’.

Met enig zweet in de handen zet je daarom de eerste cd op. De lang aangehouden noten van Varekamp doen in de verte aan Miles denken. Bas en keyboards zorgen voor een ondergrond van repeterende patronen. Hol speelt afwisselend galmende akkoorden en watervlugge partijen. Ook op het volgende stuk hoor je het ruimtelijke geluid van Varekamp en Hols sterk vervormde gitaar. Het klinkt echter allemaal behoorlijk statisch. Na vijftien (!) minuten gaat dan ineens het gas erop. De drums worden intenser en Hol laat zijn gitaar eindelijk à la Hendrix gieren. Vervolgens horen we nog eens vijftien minuten  improvisatie, die almaar woester wordt en ternauwernood door de ritmesectie bij elkaar gehouden wordt. Heel energiek, maar er gebeurt opnieuw te weinig interessants. 

De andere stukken zijn minder uitgesponnen, maar houden ook slecht de aandacht vast. Ondanks enkele tempowisselingen, is het toch een beetje meer van hetzelfde. De muziek klinkt richtingloos en ontbeert spanning. Bovendien galmt het wel erg van de elektronica. Het zijn goede musici, maar geen Hendrix, Zawinul of Miles. Dit gezelschap had er beter aan gedaan vooraf na te denken over structuur en pakkende thema’s, want nu blijft de plaat steken in pretentie.



Black Madonna


© Jazzenzo 2010