Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Renaissancemuziek hand in hand met luie Zuidamerikaanse blues

CONCERTRECENSIE. Festival Stranger Than Paranoia 2010, Paradox Tilburg, 24 december 2010
beeld: Stef Mennens
door: Rinus van der Heijden

Al staat Stranger Than Paranoia al zeventien jaar – zij het indirect – in het teken van kerstmis, nog nooit is er muziek te beluisteren geweest, die zo dichtbij het in sacrale sferen gedompelde feest aansluit. Programmeur Paul van Kemenade heeft een tijd geleden samenwerking gezocht met het Renaissance-ensemble Cappella Pratensis. Hoe dat klinkt is te horen op de allernieuwste cd ‘Close Enough’ van zijn kwintet, die tijdens de openingsavond van het festival werd gepresenteerd. Maar ook tijdens deze openingsavond van Stranger Than Paranoia 2010. Drie mannenstemmen waren op band vastgelegd en Van Kemenade c.s. sloten zich erbij aan, namen er afstand van en vermengden zich ermee.


Bonte mengeling aan stijlen tijdens openingsavond Stranger Than Paranoia in Tilburg.

De aanwezigheid van Cappella Pratensis was een van de hoogtepunten van een openingsavond, die vele voorgaande overtrof. De drie ensembles die Paul van Kemenade leidde, maakten stuk voor stuk indruk, enerzijds door de veelzijdigheid die elk van hen tentoon spreidde, anderzijds door de verrassingen die alle bezettingen in zich borgen. 

De avond werd geopend met Three Horns and a Bass, een variatie op Two Horns and a Bass, waarmee Paul van Kemenade twee jaar geleden de gelijknamige cd uitbracht. Met drie blazers in de frontlinie werd nieuw en bestaand werk gebracht, dat door de leider op uitbundig-humoristische wijze aan elkaar werd gepraat. Nieuw was het eerste stuk ‘Lapstops’. Hoe de titel tot stand kwam? “Gewoon omdat mijn laptop ermee stopte”, was het eenvoudige antwoord. ‘Cool man, Coleman’ was een wat ouder, speciaal gearrangeerd stuk voor deze bezetting. De betoverende onsamenhangendheid die het groepsspel van Ornette Colemans groepen kenmerkt kwam ook hier duidelijk aan de oppervlakte, waarmee de mogelijkheden voor individuele en ensemble-improvisaties eindeloos werden uitgerold.

Voor de korte deelname van het ingeblikte Cappella Pratensis sloten bij de Three Horns and a Bass pianist Rein Godefroy (uit het Paul van Kemenade Quintet), flamencogitarist El Periquin en de Senegalese percussionist Serigne Gueye aan. De drie mannenstemmen van de Cappella waren ingebed in de live verrichtingen van de andere musici, waarbij het opviel dat als die stemmen te horen waren, zij werden gedragen door percussie en afgemeten flamencogitaar. Heel delicaat. Het risico dat je neemt om een zo totaal afwijkende muzieksoort te koppelen aan improvisatiemuziek kan meteen over de rand van kitsch heen vallen, maar daar was hier door het vermijden van vals sentiment, geen moment sprake van.


Angelo Verploegen en Louk Boudesteijn. Jacqueline Hamelink. Angelo Verploegen.

Het duo-optreden van Paul van Kemenade met cellist Ernst Reijseger werd precies van je ervan kon verwachten. Diep doorleefd samenspel, dat vrije gedeelten afwisselde met mooi harmonisch samengaan. In ‘Gathering for alto and cello’ leek het erop de klank van de altsaxofoon en de cello zoveel mogelijk in elkaar te laten opgaan, maar in het tweede gedeelte van de (nieuwe) compositie gingen de twee instrumenten met elkaar ‘in gesprek’ met behoud van alle karakteristieken van de twee instrumenten.

Met Han Bennink en Ernst Glerum en met ‘gast’deelname van Ernst Reijseger kreeg de avond een typisch Nederlands trekje. De drie uit de regio Amsterdam afkomstige musici vertegenwoordigen ‘hun’ school, Paul van Kemenade de Tilburgse. Of ze nu wel of niet bij elkaar aansluiten, doet er niet toe. Het is vooral de ‘Hollandse’ manier van spelopvatting en de inventiefste improvisaties ter wereld, die de vrije improvisatiemuziek in dit land zo’n eigen gezicht geven. Met ‘Close Enough’ werd een voorproefje gegeven van de gelijknamige nieuwe cd, ‘Who is in charge’ was het titelstuk van alweer een nieuwe cd, waarop trombonist Ray Anderson en pianist Frank Mobusch meespelen en die in februari uitkomt.

I Compani
De openingsavond werd afgesloten door I Compani van Bo van de Graaf met het programma  ‘Mangiare!’, dat gaat over eten. Maar tegelijk is het een overzicht van 25 jaar inspanningen van het Nijmeegse gezelschap. Schatplichtig aan het concept van I Compani, trilde het concert van de veelzijdigheid. Circusmuziek, muziek uit wat oudere Italiaanse films, jazz, improvisatie, variété, je kunt het niet bedenken of het orkest put eruit. Een gipsyviool waar trombone, trompet en sopraansaxofoon achteraan zitten, lijkt de gewoonste zaak van de wereld. Maar ook een voortdrijvende ritmesectie, waar een accordeon zich mee gaat bemoeien, zorgt voor prachtige momenten. En wat te denken van de muzikale uitbeelding van de billen van Jan Cremer, een stuk dat al tijdens het indrukwekkende project ‘Gluteus Maximus’ opdook.


Ernst Reijseger. Paul van Kemenade. Jacqueline Hamelink en Tessa Zoutendijk.

Leider/componist Bo van de Graaf zorgde voor een daverende solo op tenorsaxofoon, die diep in de Afro-Amerikaanse traditie was geworteld. En in ‘Last Tango in Paris’ zong het volledige orkest, parelend, jubelend en vooral triomferend. Het slot was helemaal oké: de viool die begon te tokkelen als een gitaar, waarmee een luie Zuidamerikaanse blues werd ingezet, die gegarandeerd op Cuba alle deuren open smeet. Veelzijdiger kon I Compani zijn visitekaartje niet afgeven.

Stranger Than Paranoia wordt maandag, dinsdag en woensdag voortgezet. Voor alle avonden zijn nog kaarten beschikbaar.



Stranger Than Paranoia 2010
Paul van Kemenade, Ernst Reijseger, Ernst Glerum, Han Bennink


© Jazzenzo 2010