Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Moers Festival buitenbeentje onder jazzfestivals

CONCERTRECENSIE. Moers Festival, Moers Duitsland. Gezien: 3 en 4 juni 2017
beeld: Kurt Rade
door: Georges Tonla Briquet

Met een volledig nieuwe ploeg aan het roer stond Moers Festival voor een grootse uitdaging. De vernieuwde aanpak met zowel publiekstrekkers waaronder Anthony Braxton en The Bad Plus en een uiterst gevarieerd aanbod van randactiviteiten, maakte van deze zesenveertigste editie alleszins een succes.

  
Anthony Braxton, The Bad Plus en de IJslandse band ADHD met saxofonist Óskar Guðjónsson bevolkten onder meer de podia van Moers Festival.

Nieuw
Muzikant en producer Tim Isfort nam na 45-jaar Moers-geschiedenis de handschoen op en stelde met Jan Klare in korte tijd niet alleen een meer dan waardig programma samen, ook bracht hij de stad op intensieve wijze terug bij het festival. In het centrum en het omliggende park kon men veelal gratis genieten van de meest diverse facetten van de jazz en improvisatie, kregen de befaamde ‘morning sessions’ ook na middernacht een vervolg, waren er concerten op het strandje van het Bettenkamper Meer en werd er op het festivalterrein rond de concertzaal een heus minidorp gebouwd met podium. Hier weerklonken onder meer de akoestische synthpop van het piepjonge Belgische Be Irving en het Duitse baldadig improviserende trio knu!, beide aanraders. Wij volgden hoofdzakelijk het programma op het hoofdpodium.

ADHD
Met hun nieuwste (en zesde) cd lijkt het internationaal helemaal te lukken voor de IJslandse groep ADHD. Na een overweldigend concert een paar maanden geleden in zaal Flagey (Brussel) zagen we al dat dit geen toevalstreffer was. Hun spacy soundscapes hielden ook stand in subtropische temperaturen. Liefhebbers van de popmuziek uit de jaren zeventig, sijpelen invloeden van King Crimson maar vooral van Pink Floyd en zelfs van The Doors overvloedig door. Hun optredens bestaan dan ook uit een lange trip zonder onderbrekingen. Geen vloeistofdia’s, wel een tekenaar die hier voor de gelegenheid live de muziek van de vier heren illustreerde. Het continu construeren van bruggetjes tussen jazz, rock en improvisaties gebeurde vooral aan de hand van fundamenten opgebouwd met een combinatie van saxofoon en gitaar. Het hyperactieve uit de groepsnaam werd weliswaar wat afgezwakt en maakte hier plaats voor meer Sigur Rós-verwante klanktaferelen. Elk concert is verschillend van het vorige, meldden ze nadien in een korte babbel. Wie graag verrast wordt, noteert de naam ADHD.

  
Ómar Guðjónsson (ADHD). Dub Trio. Anthony Braxton ZIM Sextet.

Dub Trio
Ook Tim Isfort kijkt richting New York om groepen aan te trekken die daar het verschil maken. Met Dub Trio was het bingo over heel de lijn. Aangekondigd als beeldenstormers die grossieren in metal en dub, maakten ze hun reputatie helemaal waar. De uppercut van de eerste minuten beloofde nochtans niet veel. Een explosie van decibels die onvermijdelijk deed denken aan alle metalclichés uit het boekje van het genre. Tot gitarist D.P. Holmes, bassist Stu Brooks en drummer Joe Tomino echt etaleerden waar het om draaide. Er volgde een dynamische sterk gevarieerde set met de nodige verrassende dub-effecten. Bassist en gitarist lieten zich regelmatig gaan bij het gebruik van hun elektronische apparatuur om extra accenten toe te voegen. De overgangen tussen laidback dub en punkgeweld waren bijwijlen adembenemend. Alles zat inventief vervat in hun muziek. Het perfecte uithangbord voor de veelzijdigheid van Moers en meteen een hoogtepunt.

Anthony Braxton ZIM Sextet
Een dag voor zijn tweeënzeventigste verjaardag keerde de haast legendarische Amerikaanse saxofonist en componist Anthony Braxton terug naar Moers. Hij deed zijn reputatie alle eer aan. In zijn begeleidingsgroep zaten deze keer onder andere twee harpisten, een tubaspeler, een celliste (Tomeka Reid!) en de in laatste instantie toegevoegde saxofoniste Ingrid Laubrock. Dit heterogeen gezelschap vergastte het publiek op een ononderbroken muziekstuk gelardeerd met alle kenmerken die Braxton bekend maakten. Een hoorspel met stijlelementen uit een aantal baanbrekende richtingen van de twintigste eeuw, reikend van Stravinsky tot hedendaagse jazz. Allemaal heel mathematisch en hermetisch en tegelijkertijd zeer toegankelijk, uitgevoerd met een gemillimeterde precisie. Een eclectische Braxton zoals we hem kennen. In een kort bisnummer kon hij niet weerstaan eventjes zijn kunst van ‘circular breathing’ ten beste te geven. Waardig ouder worden noemt men dat.

  
Philipp Gropper’s Philm. Tatiana Koleva (Rubatong).

Philipp Gropper’s Philm
De huidige uitvalsbasis van saxofonist Philipp Gropper is Berlijn, momenteel zowat het hipste Europese culturele broeinest. Toch kiest Gropper voor een meer akoestische aanpak en laat hij al wat trendy en elektro is aan de zijkant. Wel getuigt hij duidelijk te weten dat dit de 21e eeuw is. Concreet leidde dit tot een hyper intense set zonder breekpunten. Het sterk percussief patroon kende echter te weinig variabelen om te blijven boeien. In tegenstelling tot De Beren Gieren (die voor een revelatie zorgden) bleef dit kwartet steken in een te beperkt cocon. Het potentieel is er maar dient verder uitgewerkt te worden.

Rubatong
Met het Nederlandse Rubatong stond een soort supergroep op het podium. Het muzikale luik was in handen van enfant terrible Luc Ex op akoestische basgitaar, gitarist René van Barneveld (Tres Manos van Urban Dance Squad) en vibrafoniste-percussioniste Tatiana Koleva. Ex hoef je in geen enkele context nog de knepen van het vak te leren. Hij ondersteunde en accentueerde zoals hij alleen dat kan, al dan niet rondspringend op het podium. Van Barneveld uitte zich vooral als blues- en slidegitarist die voor sterk afwisselende sfeerscheppingen zorgde. Een van de hoogtepunten was het samengaan van slide en een John Lee Hooker-getinte baslijn. Koleva beperkte zich op haar beurt echter te veel tot percussie en benutte niet helemaal de rijkdom van de vibrafoon zoals we dat mochten verwachten. De zwakste schakel was echter vocalist Han Buhrs, nochtans iemand met een roemrijk verleden (Palinckx, The Ex). Hier leek hij krampachtig in de sporen te willen treden van Herman Brood en vooral Arno Hintjes. Zeker als hij in het Frans zong viel het allemaal duidelijk in zijn nadeel uit. Het eerste nummer klonk nochtans veelbelovend. Even leek het erop of we uitgenodigd waren in de repetitieruimte van Tom Waits maar nadien werd alles teveel een afkooksel van dEUS en Stef Kamil Carlens. Een gemiste kans.

  
Rubatong. Ethan Iverson en Reid Anderson van The Bad Plus.

The Bad Plus
The Bad Plus is een van de grote publiekstrekkers uit het huidige club- en festivalcircuit. Hun uitgekiende visie om bekende pop- en rockdeuntjes te vertalen naar een eigen jazzidioom vormt hun meest centrale aantrekkingskracht. De heren weten ondertussen verduiveld goed hoe ze een set moeten uitvouwen. De crescendo opbouw van het openingsnummer was het startschot voor een typisch The Bad Plus concert. Pianist Ethan Iverson was nooit te beroerd om zowel de linker- als rechterzijde van zijn klavier te benutten. Reid Anderson heeft een van de meest heldere en zuivere basklanken die je live kan horen. Hij introduceerde ook regelmatig de composities terwijl Dave King zowel de finesses van een jazzdrummer heeft als de drive van een rock-‘n-roller. Met zijn finale-solo kreeg hij iedereen over de lijn, voor zover dat nog niet het geval was. Dat de heren tevens niet vergeten een vleugje humor in te lassen, kon natuurlijk ook geen kwaad. En met hun versie van de Kraftwerk-hit ‘The Robots’ hoorden we hoe je monotone elektropop kan omtoveren in gelaagde jazz. Als bewijs dat ze evenmin het verleden verloochenen, werd er een Ornette Coleman-compositie ingelast. Kortom, een degelijke professionele festivalset.

Geslaagde zet
Artistiek directeur Tim Isfort en zijn ploeg kunnen tevreden terugkijken op deze eerste editie onder hun naam. Moers bleef waardig zichzelf met een vernieuwde en persoonlijke visie in tijden van subsidiedebacles. Ze pasten toe wat Steve Lacy ooit zei: “Risk is at the heart of jazz. Every note we play is a risk”. 

Ondanks de recente gebeurtenissen in Manchester, Rock Am Ring en Londen liet het publiek zich hier dan ook niet afschrikken. Het subversieve engagement van organisators en de niet aflatende nieuwsgierigheid van de aanwezige festivalgangers bewijzen op die manier dat jazz, en cultuur in het algemeen, wel degelijk het verschil kunnen maken. 


© Jazzenzo 2010