Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Eerbetoon en vernieuwingsdrang dwalen over North Sea Jazz

CONCERTRECENSIE. North Sea Jazz Festival 2/3, Ahoy Rotterdam, 10 t/m 12 juli 2015
beeld: Eddy Westveer
door: David Cohen

Nederland is gebouwd op water. Net als het water dat altijd stroomt staan ook zijn kunstenaars nooit stil. North Sea stelde een fraaie keur aan nationale vernieuwers ten toon.Zo was daar gitarist Anton Goudsmit, die zondag optrad met het rebelse, nooit voorspelbare New Rotterdam Jazz Orchestra. Hun concert kwam door het te harde geluid niet zo goed uit de verf als de liveplaat van dezelfde bezetting deed verwachten, maar bood alsnog veel avontuur.

  
Jesse van Ruller met Amsterdamse Jazz Conservatoriumband. Reinier Baas presenteerde zijn compositieopdracht. New Rotterdam Jazz Orchestra met Anton Goudsmit.

Op zaterdag speelde Goudsmit met de rauwe formatie van Krupa & The Genes. Toegankelijk uitgevoerde experimenteerzucht vulde de Darling tijdens het concert van deze Nederlandse supergroep, waar onder andere de jonge hemelbestormer Maarten Hogenhuis deel van uitmaakte. Die was op het festival ook met zijn eigen trio en met de ‘superjazz’ ten gehore brengende, al enige jaren ook vele popzalen platspelende band Bruut! alom aanwezig.

Baas
Vernieuwingsdrang tekende ook het concert van Reinier Baas. Ieder jaar schrijft North Sea een compositieopdracht uit, en bij deze jubileumeditie was die eer aan de jonge gitarist te beurt gevallen. Zijn suite ‘Princess Discombobulatrix’ kende vooral door het fraaie spel van de componist zelf en van klarinettist David Kweksilber heel mooie en interessante momenten, maar was over het algemeen aan de saaie en eigenlijk niet echt vernieuwende kant. 

Op zaterdag was de door Bernard van Rossum geleide recente Meerjazz-prijswinnaar BvR Flamenco Bigband ook niet in topvorm, al was dat mede aan het enorm harde en onderling bar en boos afgestelde geluid te wijten.

  
De Bernard van Rossum Flamenco Bigband. Rudresh Mahanthappa's Charlie Parker Project. Krupa & The Genes.

Ook nog jongere, nog studerende bigbands kregen op North Sea de gelegenheid hun kunsten te vertonen. Zeer degelijk spel werd door de Concert Jazz Band van het Amsterdamse conservatorium ten gehore gebracht, dat samen met stergitarist Jesse van Ruller een eerbetoon aan Joe Henderson hield, maar hun concert miste de pure overgave en onmiddellijke overtuigingskracht die wel sprak uit het optreden van de prijswinnaars van het Prinses Christina Concours, New Harlem Deluxe. Er klonk in de Mississippi luid applaus voor een spannend ‘A Night In Tunisia’ en een meedogenloos groovend ‘Higher Ground’.

Eerbetoon
Het hele festival stond dit jaar sterk in het teken van het eerbetoon. Één van de eerste concerten was van orkestleider Ryan Truesdell, die nieuwe, tot dusver onbekende composities van componist en arrangeur Gil Evans ten gehore bracht. Vooral ‘Avalon Town’ toonde met een intrigerende overgang van traditionele naar meer avontuurlijke vormgeving het meesterschap van de arrangeur, die vooral bekend is van zijn werk met Miles Davis.

Ook aan Davis werd eer betoond: diens bassist Ron Carter had een kwartet geformeerd van piano, bas, drums en percussie. Door het frappante ontbreken van de trompet in deze avontuurlijke bezetting kwam de schoonheid van Davis’ composities centraal te staan. Het duurde even, maar bij een vlug ‘Seven Steps to Heaven’ (Davis/Feldman) kwam het kwartet goed op gang.

  
Contrabassist Ron Carter. 'Beyond the memory', een eerbetoon aan Paco de Lucia. CMQ Big Band o.l.v. Alain Pérez speelde werk van Beny Moré.

Saxofonist Rudresh Mahanthappa toonde zijn schatplichtigheid aan Miles Davis’ strijdmakker Charlie Parker. In de Madeira presenteerde Mahanthappa in kwintetbezetting zijn nieuwe album ‘Bird Calls’, waarvan ieder nummer op een song van Parker is gebaseerd. Een hoogtepunt was een spetterende contrabassolo van François Moutin tijdens het op Parkers ‘Relaxin at the Camarillo’ gebaseerde ‘Chilling’. 

Achterop het Ahoy-terrein, in de Congo-tent, speelde de uit zeventien Cubaanse musici bestaande CMQ Big Band een razend energiek eerbetoon aan de legendarische zanger Beny Moré, onder hoogstaande aanvoering van zanger en multi-instrumentalist Alain Pérez.

Nelson
Niet alleen aan mensen, maar ook aan een heel album werd eer betoond. The Metropole Orkest Big Band trad in de Amazon op met een bigband-uitvoering van Oliver Nelsons legendarische plaat ‘The Blues and the Abstract Truth’. De arrangementen waren heel interessant en vooral de steengoede solotrompettist Rik Mol blies de plaat op de eens door Freddie Hubbard gevulde plek bruisend nieuw leven in.

  
The Metropole Orkest Big Band met werken van Oliver Nelson. 'Joni's Jazz', een eerbetoon aan Joni Mitchell. Hans Dulfer met zijn 75/60 Road Tour.

Eerder had in de Amazon een wonderlijk opgebouwd herinneringsconcert aan Paco de Lucía plaatsgevonden. Documentairefragmenten, een flamencodanser en een groot muzikaal gezelschap vertelden veel over leven en werk van de vorig jaar plots overleden grootmeester, maar het geheel verliep allemaal net te traag en te weinig enthousiast om een blijvende indruk achter te laten.

Joni Mitchell
Later op de avond was er een eerbetoon aan zangeres en componiste Joni Mitchell georganiseerd. Zangeres Lizz Wright en trompettist Terence Blanchard speelden samen een magnifiek ingetogen versie van ‘The Fiddle and the Drum’; singer/songwriter Michael Kiwanuka, die later zelf in de Maas speelde, zong ‘Cold Blue Steel and Sweet Fire’. 

Opvallend afwezig was de wel aangekondigde funk- en soulzangeres Chaka Khan, die het volgens presentator Kees van Boven ‘niet kon redden’. Een wrange prélude op haar eigen concert, waar de zangeres na een half uur wegens stemgebrek instortte en moest stoppen. De band ging onder leiding van achtergrondzangeressen Vanessa Haynes en Tiffany Smith onverminderd groovy door en kreeg zelfs enorm sympathiek versterking van Jett Rebel, die eerder in dezelfde zaal was opgetreden.

Lees ook:


© Jazzenzo 2010