Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

40e editie North Sea Jazz feestelijk en veelzijdig

CONCERTRECENSIE. North Sea Jazz Festival 1/3, Ahoy Rotterdam, 10 t/m 12 juli 2015
beeld: Eddy Westveer, Ron Beenen
door: David Cohen

De veertigste opening van Nederlands grootste jazzfestival werd verzorgd door de Marcus Miller Band, samen met enkele vaderlandse jazzleeuwen, waaronder Anton Goudsmit, Benjamin Herman en Shirma Rouse. Vele oudgedienden van de eerste editie maakten bovendien ook in dit jubileumjaar hun opwachting.

  
Wayne Shorter, Herbie Hancock met Chick Corea en Artist in Recidense Han Bennink met Oscar Jan Hoogland en Peter Evans op North Sea Jazz.

Opvallend was dat geen van deze oude rotten stil was blijven zitten. Bugelist Ack van Rooyen speelde samen met het jonge kwintet van saxofonist Jeroen Manders ‘All The Things You Are’. De standard der standards, nog steeds op de lessenaar, maar nu in driekwartsmaat waarbij het publiek de slotnoot mocht zingen. Aan schoonheid heeft Van Rooyens bugeltoon nog niets ingeboet en het samenspel met het jonge kwintet was indrukwekkend. 

Bennink
Ook de ‘artist in residence’ behoorde dit jaar tot de oudere generatie. Drummer Han Bennink speelde zowel met zijn eigen trio als met pianist Oscar Jan Hoogland en trompettist Peter Evans, maar het meest memorabel was het concert dat hij met het Instant Composers Pool Orchestra opdroeg aan medeoprichter, pianist en componist Misha Mengelberg. De uitvoering van diens stuk ‘Kneushoorn’ was van een verrukkelijke systematische dissonantie. Gastgitarist Marc Ribot ging met zijn akoestische gitaar goed op in een trio voor celli en altviool en Ab Baars leidde fraai op klarinet bij Duke Ellingtons ‘The Mooche’. Bennink was overal in zijn element. 

  
Ack van Rooyen met het Jeroen Manders Kwintet. Han Bennink met ICP en gastgitarist Marc Ribot. John Engels 80e verjaardagsconcert met saxofonist Lew Tabackin.

Ook een andere drummer speelde in ’76 al op North Sea Jazz: John Engels vierde zijn tachtigste verjaardag aan het hoofd van een groot ensemble met zijn oude vriend tenorsaxofonist/fluitist Lew Tabackin. Tijdens het rappe ‘Johnny’s Birthday’ (Kid Dynamite) blonk vooral meester-trompettist Ruud Breuls uit met een spatraak, vet geluid en een enorme beheersing in de frontlinie met Benjamin Herman. Die had eerder op de dag bij de opzwepende rapper Typhoon in de Nile gespeeld en gaf ook bij Engels energiek saxofoonspel ten beste.

Veertig jaren North Sea Jazz werden niet alleen door Nederlandse maar ook door vele internationale oudgedienden meegevierd. Zo was er in de Madeira cool jazz-meester Lee Konitz, die op gegeven moment de altsaxofoon op zijn schoot legde en een zachtjes mijmerende, fraai door pianist Florian Weber begeleide versie van ‘Darn That Dream’ zong.

Titanen
Minder ingetogen was het concert van twee andere titanen. Herbie Hancock en Chick Corea ontmoetten elkaar op North Sea in het kader van een tournee. Hun concert begon laat, maar was het wachten waard. Het was verbazingwekkend om te horen hoe goed de beide pianisten elkaar kennen en hoezeer hun spel tot een geheel versmolt. Wellicht  zou het concert nog interessanter zijn geweest als de afzonderlijke, zo sterk verschillende stijlen van de musici sterker naar voren waren gekomen.

  
Lee Konitz Quartet. Wayne Shorter Quartet met Brian Blade (r). The Bad Plus met Joshua Redman.

Een dag later verscheen een andere titaan, Wayne Shorter, in de Hudson die als grotere jazz-zaal geldt. Zijn concert viel echter nogal tegen. De saxofonist wierp die luisteraars die in de compromisloze avant-gardejazz verdronken geen reddingsboei toe. Tussen vlagen mooie lijnen door, leek hijzelf geen idee te hebben waar de muziek naartoe moest en werd zijn spel in volume, maar ook in intensiteit door pianist Danilo Pérez overschaduwd.

Zoeken
Beter uitgevoerde avant-gardejazz was te horen bij de band van Shorters drummer, Brian Blade, die in de Darling zijn door het landschap van Louisiana geïnspireerde album ‘Landmarks’ ten gehore bracht. Langs de muren van de Volga weerklonk het samenspel van pianiste Kaja Draksler en trompettiste Susana Santos Silva. Beiden moesten nog af en toe zoeken, maar de combinatie van Drakslers melodieuze spel en Santos Silva’s nu eens brute, dan weer zachte, maar steeds effectieve trompetgeluid belooft veel goeds.

Vanaf de eerste noot raak was de ontmoeting van saxofonist Joshua Redman met de trioformatie The Bad Plus. Het kwartet trad in 2012 al op North Sea op en bewees met daverend geweld en een intens meeslepende solo van Redman dat het aan kracht alleen maar heeft gewonnen.

  
Contrabassist Avishai Cohen met zijn New York Division. Trompettist Avishai Cohen. Roy Hargrove.

Cohen & Cohen
Überhaupt werd de Hudson door drukbezochte, steengoede concerten gekenmerkt. Contrabassist Avishai Cohen toonde de wervelende ‘New York Division’. Niet alleen zijn solospel, maar ook de stuwende kracht van zijn trio en de effectieve uitbreiding daarvan met onder andere vermaard gitarist Kurt Rosenwinkel maakten grote indruk.

Naamgenoot en trompettist Avishai Cohen begon wat ontoegankelijk, maar speelde daarna een ‘Dark Nights, Darker Days’ dat qua overgave, klankrijkdom en virtuositeit zijn weerga niet kende. Later op de zondagavond gaf Cohen in de North Sea Jazz Club een interessante clinic. Op de vraag hoe je nu een persoonlijk stijl ontwikkelt, adviseerde de sterk door Miles Davis beïnvloede trompettist dat ‘je zo veel moet bestuderen als je kunt, waarna uiteindelijk vanuit de combinatie je eigen stem naar voren zal komen’.

Voldane oren
Voor een fraaie afsluiting van het North Sea Jazz Festival zou later in de Hudson het Roy Hargrove Quintet garant staan. Het geluid van de trompettist was wat zwakjes, maar Lee Morgans ‘Tom Cat’ swingde nog altijd goed en bij een setlijst van nu eens snel, dan weer langzaam, maar immer licht werk konden voldane oren goed ontspannen. Voor de verwachtingsvolle luisteraars bleef er genoeg over om van te genieten. Niemand hoefde zich te vervelen. Een gezongen ‘Never Let Me Go’ was een hoogtepunt.


© Jazzenzo 2010