Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Het verbond van Kenny Werner en Bert van den Brink

CONCERTRECENSIE. Kenny Werner & Bert van den Brink, Bimhuis Amsterdam, 10 mei
beeld: Onno Beukenhorst
door: Stefan de Graaf

Wie een duoconcert bezoekt van toppianisten kan nog wel eens van een koude kermis thuiskomen. Twee elkaar innig omhelzende vleugels op het podium staan niet per definitie garant voor meer muzikaal genot. Het kan een voorbode zijn van een stortvloed aan noten, een muzikale slapstick of een illustratie van het minieme onderscheid tussen duet en duel. Je moet ervan houden en het is een kwestie van smaak, maar wie de internationaal gelauwerde Amerikaanse pianist Kenny Werner en de Nederlandse (blinde) pianist Bert van den Brink kent, maakt zich geen zorgen.

  
Bert van den Brink en Kenny Werner brachten onder meer werk van Toots Thielemans. 

Thielemans
Aanleiding voor dit verbond vormt het afscheidsconcert van Toots Thielemans afgelopen jaar. Sindsdien vormen Werner en Van den Brink een hecht duo met een wederzijdse bewondering die groot is. Werner: ‘Hij (Van den Brink, red.) zou in alle uithoeken van de wereld moeten spelen’, waarop een overtuigend applaus klinkt. Even groot is hun gezamenlijke bewondering voor Toots - de ‘Genesis’ van hun verbond. Het is zoals Van den Brink aangeeft een ‘rendez-vous’. En daar horen anekdotes bij. Werner herinnert zich: ‘Toots zei dan tegen me: “Duw me in het water, maar laat me niet verdrinken.”’ Of Van den Brink: ‘Toots vertelde me van te voren dat we Basin Street Blues zouden spelen, maar als hij de eerste noten inzette bleek het een heel ander nummer te zijn. Dat was Toots.’

Het weerzien zit geestig en knap in de noten en hun samenspel verpakt als ze elkaar een duwtje geven, drijven en dobberen in het water of op de golven meedeinen - twee piano’s hebben de neiging om als golfbewegingen te klinken, elkaar uitdagen of tegen het einde nog even een wending inzetten die voor extra spanning zorgt. Maar de ode wordt aangrijpend als het duo na hun openingsimprovisatie het vrije spel verruilen voor het intieme à la Thielemans. Zoals in diens versie van ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel, waarbij Van den Brink de piano laat zingen - met glissando en laid-back timing - op de manier zoals Thielemans zijn mondharmonica bespeelt. De verstilling en ingetogenheid in hun samenspel is hier aangrijpend en klinkt als een nocturne met een intensiteit die diep grijpt. 

  
Bert van den Brink en Kenny Werner in het Bimhuis.

Balans
De te verwachten stortvloed aan noten werd goed in balans gehouden. Vrij spel werd afgewisseld met nummers van Thielemans en stevig aangezette swing zoals in ‘Song for my lady’. De vrijheid dienende werd het publiek geen enkele keer aan de kant gezet met imponerend of in zichzelf gekeerd spel. Toch is de balans er mede door hetgeen wat hen samen bindt: Toots Thielemans.

En misschien ligt de kracht van het duo wel in de bekende uitspraak die Michelangelo ooit zou hebben gedaan: ‘Ik zag de perfecte vorm in het marmer en houwde tot ik hem bevrijdde.’ Op diezelfde manier lijken Van den Brink en Werner te werk te gaan totdat die perfecte vorm als vanzelf lijkt op te lichten. De organische, harmonische en vanzelfsprekende manier van samenspelen is fascinerend. Het bezit de flow die het ultieme doel is van het boek ‘Effortless Mastery’ van Kenny Werner, dat ontelbare musici heeft geïnspireerd hun muziek te bevrijden van het ego. Van het valse bewustzijn dat de stroom van het leven of de muziek blokkeert. Zo klinkt hun verbond; als een ode aan die vrijheid. Dan stroomt het leven en kun je er niet meer in verdrinken.


© Jazzenzo 2010